21-07-2015 - Kennispagina uit het dossier Duurzaamheid over brandnetel.

Brandnetelthee, brandnetelkaas, brandnetelbier en brandnetelsoep; in levensmiddelen is de brandnetel een bekend ingrediënt. Minder bekend is dat er ook al eeuwenlang brandneteltextiel bestaat. Sinds ongeveer tien jaar is het onderzoek naar brandnetels als textiel weer nieuw leven ingeblazen. Brandnetelstoffen hebben goede eigenschappen, vergelijkbaar met de betere soorten katoen.

Geschiedenis

De latijnse naam van brandnetel is Urtica, wat afgeleid is van uro, oftewel 'ik brand'. En dat is ook waar de brandnetel voornamelijk om bekend staat: het branderige gevoel wat overblijft na een aanraking doordat de minuscule haartjes afbreken bij aanraking en mierenzuur vrijgeven.

Ondanks deze eigenschap worden brandnetels al zo'n tweeduizend jaar voor verschillende doeleinden gebruikt. De Romeinse soldaten in de noordelijke helft van Europa weerden zich tegen de kou door zich met een brandnetelpapje in te smeren. De plant is gebruikt bij de productie van papier en er zijn diverse medicinale werkingen bekend.

Lang geleden al heeft men ontdekt dat de vezels van de plant ook geschikt zijn om stof van te weven. Gezegd wordt dat het leger van Napoleon in brandnetel-uniformen liep en Hans Christian Andersen schreef in de negentiende eeuw in het sprookje De wilde zwanen, over een prinses die mantels van brandnetels maakt.

Tot aan de achttiende eeuw werden in Schotland, Scandinavië en ook in Nederland – met name in Friesland – brandnetelstoffen gebruikt. De populariteit hiervan nam echter af na de introductie van katoen in de zestiende eeuw. Katoen was makkelijker en goedkoper te verwerken, zeker na de industriële revolutie in de achttiende eeuw en verdrong zo het gebruik van de brandnetel.

Een kleine opleving van de brandnetelstof was er aan het begin van de twintigste eeuw. Op dat moment was 90% van de katoenindustrie in handen van de Engelsen. Door spanningen binnen Europa werden de katoenvoorraden in Duitsland schaars en zo werd men daar gedwongen over te gaan op alternatieven. Zo kwam het dat zowel tijdens Wereldoorlog I als Wereldoorlog II de Duitsers veelvuldig gebruik maakten van brandneteltextiel voor onder andere uniformen en parachutes.

Onderzoek

Gezien deze voorgeschiedenis is het niet geheel toevallig dat er in Duitsland al vroeg intensief onderzoek gedaan is naar de moderne cultivatie van de brandnetel. Gustav Bredemann heeft tussen 1920 en 1950 in het Botanisch Instituut aan de Universiteit van Hamburg onderzocht hoe de meest optimale brandnetelvezels te verkrijgen waren. Het onderzoek raakte echter in de vergetelheid, tot het in 1990 is 'herontdekt'.

Negen jaar later zijn bedrijven in Duitsland, Oostenrijk en Italië gestart met onderzoek naar de commerciële haalbaarheid van de cultivering van brandnetels. Deze projecten krijgen steun van de EU (FAIR-CT98-9615) die investeert in onderzoek naar alternatieve gewassen voor boeren om de overproductie van voedsel tegen te gaan. Onder dezelfde vleugels is in 2004 in Engeland aan de Montford Universiteit in Leicester een meerjarig onderzoek gestart onder de naam STING, Sustainable Technologies In Nettle Growing. Onder leiding van Ray Harwood wordt het commercieel gebruik van brandnetels als vezelgewas onderzocht.

In Nederland is het bedrijf Brennels in 2006 begonnen met het onderzoek naar en het telen van brandnetels met als doel er textiel van te produceren. In 2008 werden de eerste 6 ha aan brandnetels geoogst. Brennels biedt voorlichting over brandnetels en alles wat er bij de teelt komt kijken op Brennels Buiten, een groot recreatief, informatief park in Flevoland. Ze hebben een eigen kledinglijn en promoten brandneteltextiel via diverse samenwerkingsverbanden.

Productiebegeleiding

Brandnetels worden geplant als vaste planten. De stekken worden opgekweekt in een kas en daarna geplant op het veld. Brandnetels houden van natte en rijke grond, wat als voordeel heeft dat ze op veel plekken groeien waar andere planten niet kunnen groeien. Het eerste jaar zijn ze nog niet sterk en groot genoeg, maar vanaf het tweede jaar kan er jaarlijks geoogst worden. De planten zijn dan 2 tot 2,5 m hoog. De opbrengst in het tweede jaar is 1500–2500 kg per hectare. In het derde en vierde jaar kan de oogst 4000 kg per hectare zijn. Ter vergelijking: voor de productie van één t-shirt is ongeveer 40 kg nodig, dus een hectare vol brandnetels zou in het derde jaar genoeg vezels voor honderd shirts opleveren. Van de brandnetelvelden kan in ieder geval acht jaar lang geoogst worden.

Brandnetels zijn niet erg gevoelig voor ziekten en ongedierte. Ze worden geteeld in rijen met 50 tot 75 cm afstand ertussen. Tijdens het oogsten worden nu nog machines gebruikt die eigenlijk bedoeld zijn voor andere gewassen, omdat er nog geen speciale brandnetel-oogst machine is ontwikkeld. Na het snijden moeten de brandnetelplanten vijf weken drogen op het land. Hierna worden ze in grote balen geperst.

Materiaaleigenschappen

De brandnetels die in het wild groeien zijn van een andere soort dan die gebruikt worden door bedrijven die ze verwerken tot vezels. Deze zijn namelijk speciaal gekweekt voor hun sterke vezels. In het algemeen geldt: hoe hoger de plant, hoe langer de vezels en hoe sterker. De vezels zijn hol, waardoor ze een isolerende werking hebben en het een licht materiaal is. Het soortelijk gewicht is ongeveer 30 tot 50% lager dan dat van katoen. De holle vezels zorgen er ook voor dat de stof zich makkelijker laat verven en een mooiere, diepere kleur geeft dan andere textielsoorten. Brandnetelvezels nemen de eigenschappen aan van andere vezelsoorten wanneer ze hiermee gemengd worden. De brandnetelvezels wordt vaak gemengd met katoen en wol, waardoor deze eigenschappen in de stof versterkt worden.

Toepassingen

Brandneteltextiel wordt steeds meer toegepast in de mode. Vanuit het eerdergenoemde STING-project is er een stof ontwikkeld die geproduceerd wordt door het Britse Camira Fabrics. STINGplus , zoals het materiaal heet, is een wol-brandneteltextiel en heeft door de toevoeging van de brandnetelvezels goede brandvertragende eigenschappen. Deze stof heeft de 100% Design Award van Sustain Magazine gewonnen in de categorie Sustainable Product Design. Daarnaast kreeg hij ook nog nominaties bij Times Higher Education Award en The Lord Stafford Award in 2009.

In het Science Museum in Londen wordt een brandneteljurk tentoongesteld die gemaakt is door een modestudente van de Montford Universiteit, als onderdeel van de tentoonstelling 'Trash Fashion: designing out waste'. En ook op de modebiënnale in Arnhem 2009 liepen er diverse modellen in brandnetel-creaties over de catwalk.

In Nederland is de eerdervermelde familie Brennels de belangrijkste producent van brandnetelstoffen. In 2010 hebben zij een serie brandnetel-jeans op de markt gebracht, in samenwerking met G-Star. Deze RAW Nettle Jeans is een grote stap in de richting van de commercialisering van brandnetelstof. Daarnaast heeft Brennels een eigen lijn brandnetelkleding die te koop is in de winkel op Brennels Buiten en online via de webshop. Brennels levert ook brandnetelvezels aan Camira Fabrics. Dit bedrijf verwerkt deze tot een wolsoort die gebruikt wordt voor bureaustoelen.

Duurzaamheid

Omdat er nog volop onderzoek wordt gedaan naar de haalbaarheid van brandnetels als textiel zijn veel zaken in ontwikkeling, waardoor er nog geen gelijkwaardige vergelijking gemaakt kan worden met andere textielsoorten. Op dit moment lijkt het echter een aantrekkelijk alternatief, omdat de brandnetel vrij natuurlijk in verschillende klimaten groeit, zolang het maar nat is. Daarnaast is de plant niet erg vatbaar voor ziekten en ongedierte. Wel hebben brandnetelplanten een rijke bodem nodig om te groeien. Dit betekent dat ze bemest moeten worden. Dit kan gebeuren door biologische of kunstmest. Onkruid wordt voorkomen door de planten dichter op elkaar te zetten, zodat het minder kans krijgt. Dit moet eventueel aangevuld worden met het gebruik van onkruidverdelgers.

Van de Nederlandse producent Brennels is bekend dat ze voor het verven van de stoffen synthetische verf gebruiken volgens de Europese richtlijnen. De reden hiervoor is dat natuurlijke verfstoffen minder kleurvast zijn, wat zonde is voor een kledingstuk wat lang mee moet gaan. Om natuurlijke verf wel goed te laten hechten zouden stoffen toegevoegd moeten worden die heel onvriendelijk zijn voor het milieu. Verven met synthetische kleurstoffen is hierdoor vaak milieuvriendelijker en kwalitatief beter.

Auteur: Judith van de Goor
Beeld: Elke van Gelder Fotografie