07-02-2018 - Dude sprak met de jonge, succesvolle en ambitieuze textielontwerper Mae Engelgeer over o.a. haar creatieve doorbraak en Milaan.

TEKST KITTY DE JONG

Ze staat met twee benen stevig in talrijke activiteiten: een succesvol eigen label voor woningtextiel, via een agent wordt een high market dekencollectie aangeboden en onder haar eigen naam brengt ze voor de projectmarkt collecties meubelstoffen en tapijten op de markt. Daarnaast werkt Mae Engelgeer in opdracht, onder andere voor een prestigieuze Amerikaanse meubelstoffenfabrikant en, sinds dit jaar, Auping en tot slot maakt ze autonome installaties van haar textiele werk voor verschillende musea.

Textielontwerper Mae Engelgeer is jong; zeker voor wat ze heeft bereikt en het succes dat ze ermee boekt. De serieuze focus die daar ongetwijfeld voor nodig is, is niet het eerste wat je meekrijgt in het contact met Mae. Wat wel direct opvalt is de tomeloze energie en het aanstekelijke enthousiasme als ze over haar werk vertelt. Haar loopbaan is geen zorgvuldig uitgedacht plan met afgedwongen successen. Iedere stap die ze in de afgelopen tien jaar heeft gezet volgde min of meer organisch op de vorige. Een master textiel aan het Sandberg Instituut zorgde op het juiste moment voor verdieping. Mae Engelgeer blijkt vooral erg goed naar haar gevoel te kunnen luisteren en daarnaast over het zeldzame vermogen te beschikken om wat zij wil op haar manier te laten gebeuren.

Wanneer wist je dat je voor dit vak moest kiezen?

‘Op de middelbare school koos ik textiel als onderwerp voor mijn eindexamen. Daar is de fascinatie begonnen. Ik was heel jong en wist weinig van de kunst- en ontwerpwereld. Een opleiding modeontwerp aan het Amsterdam Fashion Instituut (AMFI) lag voor de hand. Aan het AMFI ontdekte ik al tijdens de shows dat het samenspel van kleuren, materialen en omgevingen mij meer inspireerden dan sec de vorm van de kledingstukken waarin dat allemaal bij elkaar komt.

Werken met stoffen leverde telkens opnieuw ideeën op voor een volgende ervaring. Het experimenteren met textiel stond op het AMFI toen nog niet zo hoog op de agenda; je studeerde daar af met ofwel een collectie op papier of een uitgewerkte collectie op modellen. Het was echt op mode gericht, terwijl ik juist meer de diepte in wilde van het materiaal. De meeste studenten die aan het AMFI afstudeerden gingen in de praktijk aan de slag als ontwerper bij een commercieel label. Maar ik wist intuïtief dat ík die richting niet op moest. Ik wilde eerst de basis goed uitzoeken zonder al meteen naar een vorm toe te werken. In mijn afstudeerproject was die focus op het materiaal al duidelijk zichtbaar.’

Wat ging je doen na het AMFI?

‘Ik werd aangenomen bij een jong Nederlands modemerk met een groeiende en internationale markt. Mijn rol in het team van ontwerpers en stylisten was die van jonkie uiteraard. Ik bracht frisse ongebonden ideeën in die ze waardeerden maar soms vanuit commercieel oogpunt gewoon net te vroeg kwamen om te worden opgevolgd. Voor mijzelf werd het intussen alsmaar duidelijker hoe groot mijn voorliefde voor textiel is. Binnen zo’n modemerk is meestal niet genoeg tijd en ruimte voor gewaagde of visionaire ideeën, daar gaat het in die wereld te snel voor rond.

De wens om meer te weten over en te doen met textiel bleef mij bezighouden. In het tweede jaar van mijn dienstverband kwam ik via via in gesprek met Cay Schröder, een student aan het Sandberg. Ik had nog niet eerder van het instituut gehoord. Toen ik me erin verdiepte bleek daar een wereld te bestaan waar, vanuit de filosofie dat het materiaal altijd de basis is, zeeën van mogelijkheden aanwezig waren om te doen wat ik het liefste doe: werken met textiel. Ik was meteen vastberaden dat ik daar toegelaten wilde worden en was bereid mijn leven daarvoor tot op zekere hoogte om te gooien.’

 

'HET KAN BIJ TIJD EN WIJLE BEHOORLIJK
UITDAGEND ZIJN OM VOOR ELKAAR
TE KRIJGEN WAT JE WIL'

 

Jouw toelating op het Sandberg ging vlekkeloos, was dat de creatieve doorbraak?

‘Mijn intakegesprek had ik met Marjan Unger en Bernadine Walrecht. En dat verliep heel plezierig. Ik denk dat zij misschien nog meer dan ikzelf inzagen dat ik voor mijn artistieke ontwikkeling precies op het juiste moment kwam. De opleiding hielp me me weer helemaal vrij te voelen om allerlei dingen aan te pakken en te ontdekken. Het voelde heerlijk om weer te mogen leren. Mijn familie vroeg zich wel af of ik er goed aan deed, maar steunde mij uiteindelijk in mijn besluit dat ik deze kans wilde pakken. De ervaring van die rush voelde als een blank canvas en om daar uiting aan te geven scheerde ik mijn hoofd kaal. Iets wat ik al langer wilde maar daarvoor niet had gedurfd.

In ruil voor wat ik opgaf kwam ik in een wereld terecht waar ik ongelooflijk veel kon leren. Op het Sandberg kwam ik achter de waarde van onderzoek voor ontwerpers en het belang dat werd gehecht aan de “artist’s statement” maakte dat ik de “artist” in Mae heb ontdekt. Zo’n proces is inherent aan die opleiding en geldt denk ik voor alle studenten aan het Sandberg. De uitdaging ligt in de wil en het lef om er ook buiten de bescherming van het instituut een “statement” mee te maken. Het Textiellab in Tilburg was mijn gedroomde werkplek; daar was en ben ik ook nu nog vaak te vinden.’

In 2008 kwam je met een masters Textile design op zak terug in de praktijk, hoe verliep die herintreding?

‘Op het Sandberg ontmoette ik Tatjana Quax van Studio Aandacht en bood mezelf aan als stagiair zodat ik een kijkje in hun keuken kon nemen. Ik heb altijd al veel bewondering voor Studio Aandacht gehad. Het bureau opereert los van gevestigde domeinen waardoor alles wordt aangeraakt. Na mijn stage en toen ik mijn master had afgerond ben ik voor Studio Aandacht gaan werken als freelancer. Ze huurden mij regelmatig in voor composities, nodig voor projecten of bij fotoshoots. Ook nam ik een parttime baan aan bij hetzelfde Nederlandse modemerk waar ik al eerder voor had gewerkt. Ik deed daar voornamelijk stylingprojecten.

De crisis hakte er in de modewereld echter behoorlijk in waardoor ik die baan in 2010 weer verloor. De relatie die ik met Studio Aandacht had ging overigens verder dan wat gebruikelijk is tussen bureau en freelancer. Ze hebben me altijd enorm gesteund, niet alleen door mooie kansen voor mij te creëren maar ook als vraagbaak bij zakelijke kwesties. Vooral in het begin van mijn eigen bedrijf heb ik hen vaak om raad gevraagd als er lastige contracten binnenkwamen of als ik voor dilemma’s stond. Ik denk dat eigenlijk iedere ontwerper zo’n ervaren coach zou moeten hebben. Alles zelf uitzoeken en ondervinden gaat toch vaak door schade en schande. Tegenwoordig vraag ik de BNO vaak om advies in zakelijke kwesties.’

Je raakte in de crisis dus je vaste baan kwijt en werkte als freelancer; was dat niet slecht getimed?

‘Het kwam inderdaad op een ongelukkig moment ook omdat mijn dochtertje net een jaar oud was. Aan de andere kant leverde de crisis en de verantwoordelijkheid voor een kind juist een enorme impuls op om gedane zaken snel achter me te laten en gefocust op mijn doel af te gaan. Het netwerk dat ik intussen had opgebouwd en de projecten die ik had gedaan boden precies de juiste kansen om aan mijn ambitie – een eigen label – te beginnen.

Cok de Rooy van de Frozen Fountain had mijn Textiellabproeven gezien op de zolder van het Lloyd Hotel die ik voor Elle Wonen – Inside Design had ingericht. Hij beloofde me dat als ik daar iets van zou maken hij bereid was het in zijn winkel te verkopen. Toen ben ik kussens en plaids gaan maken. Ik huurde studioruimte in het oude conservatorium aan het Kadijkseplein. Op de dagen dat ik geen opvang had was ik bij mijn kind en dan fietste ik ’s avonds naar de studio om de bestellingen in elkaar te stikken en klaar te maken voor verzending. Mijn geluk was dat er meteen veel vraag was, grappig genoeg vooral uit Australië, de andere kant van de wereld!’

'MIJN SIGNATUUR IS MIJN SIGNATUUR
DIE KAN IK NIET BEPERKEN
TOT EEN OPDRACHTGEVER'

 

De publiciteit loopt goed; je staat deze maand zelfs in een stuk of vijf magazines. Doe je dat ook zelf?

‘Communicatie is inderdaad een aspect waar ik heel strak op ben. Mijn stylingachtergrond komt goed van pas bij opstellingen, live presentaties en fotoshoots. Ik heb in mijn hoofd hoe het moet worden en probeer concessies zoveel mogelijk te vermijden. Het kan bij tijd en wijle behoorlijk uitdagend zijn om voor elkaar te krijgen wat je wil. In het begin heb ik vaak samengewerkt met starters op basis van elkaar wederzijds kansen bieden en diensten gunnen. Ik betrek sowieso graag allerlei gevestigde en jonge talenten bij mijn projecten. Daar moet je wel om durven vragen anders gebeurt het niet. Uit zulke beginnetjes ontstaan juist vaak langdurige relaties die creatief vruchtbaar en ook zakelijk interessant zijn. Ik ben met mijn werk de afgelopen drie jaar veel in de publiciteit geweest. Dat gaat natuurlijk niet zomaar… Je moet erin investeren en je nek durven uitsteken en als het slaagt is dat meteen weer een impuls voor het volgende moment.’

Hoe belangrijk is Milaan voor het succes?

‘Aanwezigheid in Milaan levert steeds weer geweldige energie op. Dit jaar was de vierde keer dat ik er was en aan elk jaar hou ik nieuwe interessante contacten en een groter denkraam over. De eerste twee keer in 2013 en 2014 deed ik met zes andere ontwerpers mee aan een collectieve presentatie. Hiervoor hadden we een grote ruimte gehuurd in het district Lambrate. Inmiddels was ik begonnen met het ontwerpen van meubelstoffen, die op mijn eerste Salone in 2013 de aandacht trokken van talentscout en vicepresident van Wolf Gordon, Marybeth Shaw. In 2015, op mijn eerste soloshow, ontmoette ik haar weer en dat resulteerde in een grote opdracht van de grote Amerikaanse designstoffen- en wandbekledingfabrikant Wolf Gordon. Marybeth had al goede ervaringen met Dutch design door een project met Frank Tjepkema.

Dit jaar was ik met solo-opstellingen in een eigen ruimte onderdeel van het Dutch Pavillion van Nicole Uniquole en was mijn werk voor Wolf Gordon te zien in de galerie van de invloedrijke Rosanna Orlandi. Het wordt in en na Milaan tot dusver elke keer groter en daarmee ook spannender. Contacten met buitenlandse industrie, perspresentaties, fotoshoots, interviews en de wereld rondvliegen; het hoort er allemaal bij.

Mijn werk is nu vaak op een aantal plekken tegelijk aanwezig. Dat is behoorlijk uitdagend als je de regie wil houden op je werk en de presentatie ervan. Naar Milaan neem ik altijd een team van assistenten mee, die heb ik dan echt nodig. Andere reizen doe ik alleen, al vraag ik vooraf wel ondersteuning van assistenten die begrijpen hoe ik denk. Maar ontwerpen doe ik altijd helemaal zelf; ik ben het merk en dat moet ik goed bewaken.’

En dan nu het vaderlandse Auping als nieuw groot avontuur.

‘De samenwerking met Auping is eenmalig, ik heb voor hen een limited edition textielcollectie ontworpen. Tijdens Elle Wonen – Inside Design 2012 vroeg Auping vijf ontwerpers een visie te presenteren op hun ideeën voor de wereld rond het nieuwe Essential Bed-concept van Auping en ik won deze opdracht. Het heeft daarna nog even geduurd voordat we het over de invulling van de samenwerking eens waren. Inmiddels zijn de eerste resultaten gepubliceerd.

Werken in opdracht heeft zo zijn uitdagingen. Als ik in mijn eigen kweekvijver ontwerp gaat alles heel snel, maar bij opdrachten kom je in een andere dynamiek. Er is een langere aanlooptijd, het vraagt continu om afstemming en er zijn veel meepratende beslissers. Ook de deadlines en de budgetten kunnen je binden. Wat ik nu vaak tegenkom is dat grote opdrachtgevers exclusiviteit willen. Maar dat kan niet met textiel. Al mijn ontwerpen zijn vanzelfsprekend speciaal voor een opdracht of toepassing gemaakt, maar mijn signatuur is mijn signatuur die kan ik niet beperken tot één opdrachtgever. Dat is een lastig onderwerp om uit te leggen en over te onderhandelen met een opdrachtgever.’

Het loopt gesmeerd, waar zie jij Studio Mae Engelgeer over pakweg vijf jaar?

‘Dat is een goede vraag. Ik merk dat ik door de groei steeds strategischer moet denken terwijl ik van nature meer van het type “go with the flow“ ben. Als het bedrijf gaat groeien moet ik nog kritischer worden op de mensen met wie ik samenwerk en die ik aanneem. Voor stage in mijn studio is veel belangstelling van textielontwerpers, maar ik heb nu eigenlijk meer aan grafisch ontwerpers met computerkennis. Iedereen bij Studio Mae Engelgeer moet zich hoe dan ook op zijn gemak voelen in een internationale werkomgeving.

Meer gaan samenwerken met architecten aan de inrichting van unieke projecten is ook een wens. En op den duur een showroom naast de studio of een eigen shop is een aanlokkelijk toekomstperspectief maar prioriteit nu is een grotere studio waar we de ruimte en de mensen hebben om aan steeds interessantere opdrachten te werken. Amsterdam blijft voorlopig wel de plaats van handeling. Een vestiging in het buitenland staat niet op mijn bucketlist, maar als dat zich aandient ga ik het beslist niet uit de weg. Hoe of wat, daar heb ik nu nog niet over nagedacht. Dat regel ik zodra het nodig is.’

WWW.MAE-ENGELGEER.NL 

1982                   Geboren in Harderwijk.
2000 — 2004     Opleiding modeontwerp aan het AMFI.
2006 — 2008     Master Textile design aan het Sandberg Instituut.
2013                   Studio Mae Engelgeer opgericht.
2013                   Eerste presentatie op de Salone del Mobile.

 ---------------------------------------------------------------------------------------------

Dit artikel verscheen op 17 december 2016 in Dude, Dutch Designers Magazine.
Dude is los verkrijgbaar of als abonnement