08-02-2018 - Design in het museum, vijf museumdirecteuren geven hun visie en één ontwerper belicht de keerzijde.

TEKST CHRIS REINEWALD

In Kerkrade of all places! Het is bijna symbolisch dat Nederlands eerste en beste designmuseum Cube, zich daar, nog amper op ons grondgebied, bevindt. Net zo'n grenspositie hebben vormgevings- en toegepaste kunstcollecties in musea. Tijdelijke exposities met veelal autonoom design, gepresenteerd als kunst, zijn er volop. Maar wat als een museum – zoals het Amsterdamse Stedelijk – de vormgevingscollectie uit elkaar haalt en mengt met de gehele collectie? Begrijpen bezoekers de steeds bredere ontwerpdiscipline dan nog wel? Vijf directeuren over vormgeving in hun museum. En één ontwerper, Bas van Beek: 'Natuurlijk verhoogt exposeren in het Van Abbe mijn status.' 

Designiconen zetten de toon in de vaste opstelling van Cube. Een fijn Walther-pistool, een naambord uit de Londense underground en een 3D-geprinte onderkaak. Vorm-volgtfunctie, of juist niet, zo is te zien aan verschillende citruspersen, van de hand van Starck tot die uit de schappen van IKEA. De vaste opstelling bevat ook flagrante designmissers, zoals de elandproef die Mercedes A liet omkukelen. Er is ook een co-creatie werkruimte, het zogenaamde residence designlab, met Zuyd-designstudenten. En de tijdelijke tentoonstellingen belichten design fiction als ontworpen vlees, maar ook 3D-printtechnologie en een boeiende crossdisciplinaire cultuurpresentatie met andere internationale designcollecties. Hier zie je al dan niet (door)ontworpen producten met een maatschappelijke rol zoals het virtuele Filipijnse pedo-lokmeisje. 
 

Na een jaar Cube zegt directeur Hans Gubbels zich niet te spiegelen aan andere Nederlandse musea: 'We hebben geen eigen collectie en exposeren geen autonoom design omdat we ons net zo veel op de toekomst richten als op het verleden. In co-creatie tonen we hoe de samenleving in actuele maatschappelijke thema's naar design kijkt. Daarom ook de studenten in de residence designlabs.' 
 

'IN 2019 ZAL CUBE ZICH
ALS INTERNATIONAAL
VERMAARD DESIGNMUSEUM
GEPOSITIONEERD HEBBEN'

Hans Gubbels, directeur Cube  

 

Lijkt Cube dan meer op de Sony Experience centra in de VS en China? 'Nee. Design is daar vooral een toevoeging op de science-attracties. Als Stichting Museum voor Industrie en Samenleving brengen we wetenschap en technologie onder de aandacht. Met succes! Maar wetenschap is steeds vaker zowel de oorzaak als de oplossing voor de uitdagingen. Daar willen we burgers bij betrekken. We kiezen geen makkelijke weg om bezoekers binnen te krijgen. Maatschappelijk relevante thema's als dementie of voedselverspilling zijn vaak minder toegankelijk dan – zeg – een Eames-tentoonstelling.

Maar, wanneer je als bezoeker in de designlabs hebt meegedacht en meegewerkt, voel je grote betrokkenheid en ga je verder nadenken. Inspiratie, reflectie, debat... is dat niet wat een museum beoogt? Praktisch bezien en vanwege onze geografische ligging moeten we continue aandacht genereren met steeds nieuwe thema's.' Timo de Rijk, inmiddels directeur van het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch en voorzitter van de BNO, prijst Cube: 'Heel mooie presentaties, hun aanpak deugt wel.' Maar ook ziet hij beperkingen. 'Cube heeft beslist een intensief programma van debat en publicaties nodig.' Zoiets dus als Het Nieuwe Instituut en Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam doen. Gubbels. 'Klopt, maar geef ons de tijd daarvoor. In 2019 zullen we ons als internationaal vermaard designmuseum gepositioneerd hebben.'

Knip, herschik en mix

Aan regelmatige, goede designtentoonstellingen is in Nederland zeker geen gebrek, maar vaste vormgevingscollecties wankelen. Deze zomer werden begunstigers van het Stedelijk Museum in Amsterdam, die mee betaalden aan vitrines van de zo langgewenste, eerste grote vaste vormgevingsopstelling, persoonlijk ingelicht dat deze na vier jaar wordt ontmanteld. Reden: voortschrijdend inzicht. 'Op zaal' experimenteert men al met de beoogde gemengd dubbele presentatie. Onder een trio witte abstracte suprematische schilderijen van Kazimir Malevich staat een white wash Rietveld-buffet. Stilistisch en chronologisch in orde maar streng design-kunsthistorisch bezien wringt het. Rietveld 'is wel De Stijl en Mondriaan' maar allesbehalve suprematisch.
 

Kun je vormgeving op die manier wel met autonome kunst mixen? Volgens directeur Beatrix Ruf wel: 'Inderdaad, het ís een belangrijke stap, een andere manier om zo naar alle objecten te kijken; of het nu een schilderij is of glaswerk. In de nieuwe collectiepresentatie willen we alle disciplines en media integreren. Daar kan de bezoeker de ontwikkelingen volgen van begin twintigste eeuw tot nu – op basis van onze collectie. Eén collectie, dat is ons principe. Geen afzonderlijke gebieden en gescheiden presentaties meer. Niets staat immers los van een kunst(historische) context. Op de begane grond maken we themapresentaties, ook weer met álle disciplines, inclusief vormgeving. Verder komen er als continuous discourse thematentoonstellingen vanuit een actuele invalshoek met daarin weer alle disciplines en media. Ontwikkelingen integraal tonen; verbanden laten zien, omdat alles met elkaar te maken heeft.'
 

Timo de Rijk, van het andere Stedelijk: dat van Den Bosch, vindt de Amsterdamse opknip-, herschik- en mixplannen geen gek idee. 'Het is een oude gedachte. Al sinds de jaren dertig belicht het Stedelijk Museum Amsterdam regelmatig de relatie kunst en vormgeving. Soms is het resultaat prachtig, soms desastreus. Mooiste voorbeeld: Energieën (1990), waar ze op inspirerende en gelijkwaardige manier architectuur, vormgeving, mode en beeldende kunst exposeerden. Rem Koolhaas, Ettore Sottsass en Issey Miyake naast Jenny Holzer en Walter de Maria. Ruf: 'Door één context voor meerdere disciplines te kiezen krijgen bezoekers meer mee van de tijd waarin de objecten ontstaan zijn. Wij maakten als samenleving die objecten, maar die objecten vormden ons ook.'  

Smalle niche

In Breda wacht een nog rigoureuzere opschoning: het Breda's Museum en het Museum of the Image (MOTI) worden één instelling met gemengd driedubbele aandacht voor Breda's erfgoed en Bredase kunstenaars en ontwerpers. Het MOTI, in 2008 geopend als museum voor graphic design, krijgt een bescheidener rol. Onder directeur Mieke Gerritzen mikte het MOTI met de collectie en doortimmerde beeldcultuurexposities op een landelijk – zelfs internationaal – publiek maar wist de stad niet aan zich te binden. Dingeman Kuilman, die Gerritzen onlangs opvolgde, is realistisch: 'MOTI trok veel niet-reguliere museumbezoekers, maar niet zo dat extra treinen hoefden worden ingezet. MOTI bediende daarvoor toch te veel een smalle niche.' Wat de toekomst betreft verwijst Kuilman – immers amper begonnen – naar het voorlopige ondernemingsplan met 'visuele kunsten' als containerbegrip. MOTI schemert door in thema's als de verbeelding aan de macht, thuiscultuur, doorgeschoten welvaart en nieuwe vormen van wonen en werken. Hoewel relatief nieuw wil ook het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch de vaste opstelling keramiek en sieraden – van wereldniveau – aanpassen om de volle breedte en rijkdom van design te tonen. Timo de Rijk, directeur sinds september: 'Keramiek en sieraden hebben als specifieke discipline deels aan kracht verloren. We gaan ze in verband brengen met culturele – en ook maatschappelijke – ontwikkelingen die nu van belang zijn, in tijdelijke tentoonstellingen en in collectiepresentaties. De indeling autonoomindustrieel vind ik niet echt bruikbaar.
 

Het zal ook nauwelijks een rol van betekenis spelen in onze tentoonstellingskeuzes. Vaak is design een afgeleide van de beeldende kunst, die tegelijkertijd als emancipatie van design wordt gebracht. Dat vind ik oninteressant. Daardoor zal het publiek niet beter de culturele en maatschappelijke rol van design gaan begrijpen. De relatie tussen kunst en design is er maar één uit vele verbanden. Een dergelijk uitgangspunt is legitiem voor een kunstmuseum, maar beperkt het design.' 

Wit, wit, wit, wit

'Natuurlijk benutten we de drukke Dutch Design Week om meer bezoek te trekken,' geeft Charles Esche, directeur van het nogal designluwe Van Abbemuseum toe. Het Eindhovense kunstmuseum exposeert nu onder meer Bas van Beek, 'designbecommentariënd ontwerper' met kleding, een vloerkleed, behang en een stoel. Hij vermengt Bauhaus en Wiener Werkstätte-dessins met motieven uit de collectiestukken van het museum. De bezoekers begrijpen de kruisbestuiving uitstekend. Vrolijk trekken ze Van Beeks poncho's aan om bijna te verdwijnen in behang met hetzelfde bloemmotief. 'Wij zien weinig verschil tussen hedendaagse vormgeving en hedendaagse kunst, tussen grote ruimtelijke installaties op de muren of kleding,' stelt Esche. Hij bevestigt de aankoop van Van Beeks behang, tapijt en diens curieuze hybride tussen een Breuer-lattenstoel en een sexclubmeubel.

Hoe ziet de ontwerper zelf de rol van vormgeving-als-kunst tussen museummuren? Van Beek: 'Mijn behang herstelt de context van kunst. Vroeger hingen particulieren hun schilderijen op het behang van hun huiskamer. Die museale context – met witte wanden, witte sokkels, witte wijn drinkende witte mensen – blijft problematisch. Zijn kunst en design wel zo gescheiden? Natuurlijk werkt het voor mij statusverhogend dat het Van Abbe mijn werk exposeert en aankoopt. Maar een museum is meer dan alleen een waardevermeerderaar of statusverhoger. Het conserveert en deelt culturele waarden; tot in de eeuwigheid.'

Terwijl vormgevingscollecties herpositioneren, oefenen masterstudenten van de Design Academy hoe ze hun werk strategisch bij museumconservatoren kunnen pitchen. Hoe vertaal je je ideeën het best in tentoonstelbare en verkoopbare objecten voor het museum? Het gemengd dubbel kunstvormgeving is een estafette geworden. 

www.cubedesignmuseum.nl
www.sm-s.nl
www.stedelijk.nl
www.motimuseum.nl
www.breda-museum.nl
www.vanabbemuseum.nl
www.basvanbeek.com

Dit artikel verscheen op 17 december 2016 in Dude, Dutch Designers Magazine.
Dude is los verkrijgbaar of als abonnement.  
 

Afbeelding: Behang en poncho van Bas van Beek gedragen door een bezoeker van het Van Abbemuseum Foto: Peter Cox

Design in musea