21-07-2015 - Kennispagina uit het dossier Duurzaamheid over katoen.

Katoen is een van de oudste en belangrijkste textielsoorten. Met populaire eigenschappen zoals een hoog absorptievermogen, een sterke vezel, goed ademend en relatief goedkoop kent katoen tal van toepassingen. Het leent zich ook goed voor grootschalige toepassingen, wat ervoor zorgt dat het textiel goedkoper kan worden geproduceerd. Dit leidt echter tot een enorme druk op mens en milieu. Mede hierdoor wint de biologische katoenteelt aan populariteit.

Geschiedenis

Katoen wordt al duizenden jaren verbouwd en tot textiel verwerkt in landen met een tropisch klimaat. Wetenschappers hebben in Mexico resten van ongeveer zevenduizend jaar oud gevonden. In India zijn geschreven bewijzen van meer dan drieduizend jaar geleden waaruit blijkt dat katoen toen al in gebruik was om textiel van te vervaardigen. Voor India is de katoenplant van oudsher een belangrijk product. Dit blijkt onder andere uit de naam die zij haar gegeven hebben: Devi Pushpam oftewel Moeder Godin-plant. Naast het gebruik van de katoenvezels, gebruikt men ook de wortels, bloemen, bladeren en zaden voor hun medicinale werking.

In de achttiende eeuw, toen tijdens de Britse industriële revolutie de spinmachine aangedreven door stoom werd uitgevonden, was het ineens heel goedkoop en gemakkelijk om garens en stoffen te spinnen en weven in Engeland. Omdat de katoenproductie in India nog handmatig gebeurde, werd het moeilijk om voldoende katoen aan te kunnen leveren. De katoen kwam hierdoor steeds meer van de grote katoenplantages in Zuid-Amerika. In de tweede helft van de twintigste eeuw groeide de Europese katoenindustrie dusdanig dat de productie in India ook aantrok. Door Mahatma Ghandi werd het belang van de lokale productie weer gestimuleerd en men werd aangemoedigd alleen gebruik te maken van Indiase weverijen en textiel. Dit zorgde ervoor dat ook de Indiase industrie geïndustrialiseerd werd en weer ging meespelen op wereldniveau.

In de jaren zestig wierp de chemische industrie zich op de katoenproductie. Katoen bleek zich uitstekend te lenen voor nieuwe technologieën, zoals plantenveredeling, monoteelt, kunstmest en genetisch gemanipuleerd katoenzaad. Hierdoor kon katoen steeds grootschaliger worden verbouwd.

Productie

Katoenplanten zijn één-jarige planten die groeien op plekken waar lange vorstvrije periodes zijn, met veel zon en veel regen. Ongeveer een half jaar na het zaaien kan er geoogst worden. Per plant worden gemiddeld honderd katoenbollen geoogst. Om machinaal te plukken moeten de planten eerst chemisch 'ontbladerd' worden. Vervolgens worden de vezels gescheiden en in balen geperst. De balen gaan naar de katoenfabriek waar de vezels worden gemengd en gekamd. De draden die hieruit ontstaan gaan naar spinnerijen die het tot garen spinnen, wat verwerkt kan worden tot textiel. Voor een t-shirt (ongeveer 200 gram) is 240 gram katoenvezels nodig. Hiervoor is gemiddeld ongeveer 35 m2 katoenveld, 1270 liter water, 57 gram meststoffen en 100 gram pesticiden nodig.

Geografisch

Meer dan 60% van de ruwe katoen wordt geproduceerd in China, de VS en India. Hierna volgen Pakistan, Brazilië, Oezbekistan en Turkije en daarna volgen voornamelijk Afrikaanse landen. Bij deze laatste horen bijvoorbeeld Benin, Mali, Burkino Faso en Tsjaad. Deze landen behoren tot de armste van de wereld en zijn bijna compleet afhankelijk van katoen als bron van inkomsten.

Chemische middelen

Het lastige van de katoenplant is dat hij zeer vatbaar is voor ziekten en insectenplagen, wat wordt tegengegaan door het gebruik van grote hoeveelheden chemicaliën. De katoen wordt wereldwijd geteeld op ongeveer 31 miljoen ha, zo'n 2,4% van het totale landbouwoppervlak. Geschat wordt dat er 15-25% van de gebruikte pesticiden gebruikt wordt in de katoenteelt. Het merendeel van het gif verdwijnt in de grond en het drinkwater, waarvan ernstige vervuiling het gevolg is. In de gebieden waar intensieve katoenteelt is, worden veel volwassenen en kinderen (dodelijk) ziek als gevolg van de chemicaliën. Ook na de oogst komen er nog veel chemische middelen aan het productieproces te pas. Tijdens het bleken, het verven en de wasprocessen vloeien ook veel schadelijke stoffen het milieu in.

Waterverbruik

Katoenplanten zijn dorstig. 2,6% van het wereldwijde watergebruik komt op naam van de katoenteelt. Bronnen raken uitgeput en er treedt verdroging, verzilting en erosie op in de omgeving. Geschat wordt dat wereldwijd ongeveer 8% van het totale landbouwoppervlak braak ligt door verzilting. In India zal dit ongeveer 30% zijn, in China 15% en in Oezbekistan kan dit wel 44% zijn.

Arbeidsomstandigheden

Veel katoenplantages in opkomende markten hebben slechte arbeidsomstandigheden. Er is blootstelling aan chemicaliën en pesticiden en daarnaast wordt er, met name in de oogsttijd, veelvuldig gebruik gemaakt van kinderarbeid.

Handel

Tussen 1965 en 2001 zijn de prijzen van katoen met 65% gedaald. Voor een deel heeft dit te maken met de opkomst van de synthetische stoffen zoals nylon en acryl.

Andere oorzaak van de lage prijs is de grote katoenvoorraad. Jarenlang is er meer katoen verbouwd dan er gevraagd werd. Voor een groot deel komt dit door de hoge subsidies die rijke landen aan hun eigen katoenbedrijven uitkeren. De VS geeft bijvoorbeeld 3 tot 4 miljoen dollar per jaar aan subsidies aan hun eigen katoensector, waardoor de prijs kunstmatig hoog blijft. De rest van de textielsector is hier de dupe van. Oxfam heeft in 2007 becijferd dat wanneer de VS zou stoppen met subsidiëring, de opbrengsten van de Afrikaanse katoenboeren met 8-20% zouden stijgen.

Veel katoenplantages verbouwen jaar na jaar katoen. Deze zogenaamde monoteelt, in combinatie met het zware gebruik van pesticiden en kunstmest, put de bodem ernstig uit. Hierdoor worden de oogsten steeds schraler. De lage katoenopbrengst en de hoge kosten van chemicaliën zorgt voor grote problemen voor met name de kleine boeren die volledig van de katoenteelt afhankelijk zijn. Zaden en pesticiden zijn vaak op afbetaling gekocht en boeren raken steeds dieper in de schulden.

Door de vele problemen die boeren ondervinden bij de katoenteelt is er genetisch gemanipuleerd katoen op de markt gekomen. Deze planten zouden beter bestand zijn tegen bestrijdingsmiddelen en insecten. Ongeveer 20% van de katoen is op dit moment genetisch gemanipuleerd. De zaden die hiervoor nodig zijn, zijn echter duur en moeten jaarlijks opnieuw gekocht worden. De kleine boeren raken dus meer afhankelijk en moeten zich nog verder in de schulden steken.

Biologisch katoen

Wegens alle misstanden in de conventionele katoenteelt komt er een steeds grotere vraag naar biologisch katoen. Zowel vanuit de consument als vanuit de grote multinationals die het aandeel jaarlijks opschroeven. Bij biologisch katoen wordt er per situatie gekeken wat de beste oplossingen zijn en wordt er gebruik gemaakt van natuurlijke in plaats van chemische bestrijdingsmiddelen. Insecten worden verjaagd door andere – onschadelijke – insecten in te zetten. Door wisselbebouwing wordt de grond vruchtbaar gehouden. En doordat het katoen handmatig geplukt wordt hoeft er geen chemische lading over de velden heen om de planten eerst te ontbladeren. Wat overblijft van de planten na de pluk wordt gebruikt als veevoer.

Ook de stappen na de oogst worden milieuvriendelijker opgelost. Het bleken gebeurt met waterstofperoxide en de stof wordt gewassen met zeep (in plaats van synthetische detergenten). Ook wordt gestimuleerd om in plaats van hout te verstoken, kokosnootschillen als brandstof te gebruiken in de ververijen.

Genetisch gemanipuleerde planten zijn verboden in de biologische teelt. Op deze manier wordt de diversiteit meer gestimuleerd en zijn boeren onafhankelijker.

Toepassing

Katoen wordt veelvuldig toegepast als textielsoort. Op dit moment is biologisch katoen steeds meer in opkomst. Organisaties als Solidaridad en Max Havelaar helpen boeren om biologisch te verbouwen. MADE-BY (opgericht door Solidaridad) is een onafhankelijk label voor modemerken en retailers die de sociale, economische en ecologische omstandigheden willen verbeteren. Merken die hierbij aangesloten zijn gebruiken biologisch katoen.

Daarnaast zijn er twee keurmerken die specifiek op biologisch katoen gericht zijn, Global Organic Textile Standard (GOTS) en Organic Exchange. GOTS is ontwikkeld om kleding te produceren van biologisch geteelde katoen. Men hanteert een wereldwijde standaard, waarbij het textiel voor minimaal 70% uit biologische vezels moet bestaan. Organic Exchange heeft als standaard dat de kleding voor minimaal 5% uit biologische vezels bestaat. Dit keurmerk wordt voornamelijk door grote bedrijven gebruikt die biologische katoen bijmengen. 

Auteur: Judith van de Goor
Foto: Martijn Munneke (Flickr)