13-09-2017 - Er wordt schrikbarend veel voedsel verspild. De oplossing: het opnieuw kweken van een band tussen consument en voeding.

TEKST MEREL KAMP

‘Kunt u me zeggen wat dit is?’ Het kassameisje houdt het stronkje witlof tussen duim en wijsvinger omhoog en kijkt me afwachtend aan. Ik ga er zelf van twijfelen. ‘Witlof?’, zeg ik aarzelend. Het meisje fronst. De benoeming lijkt de groente voor haar niet uit zijn anonimiteit te hebben gehaald.  ‘Witlof’, beproeft ze het woord. ‘En dit?’ De man achter me in de rij weet het antwoord, zie ik, maar houdt het voor zich. ‘Een rode biet’, zeg ik. ‘Rood?’, zegt het meisje met een sceptische blik op de biet.

‘Mensen zijn van hun voeding vervreemd’, zegt Michiel Korthals, emeritus professor toegepaste filosofie verbonden aan de Wageningen Universiteit en auteur van Voor het eten; filosofie en ethiek van voeding. Korthals houdt zich bezig met filosofische en maatschappelijke vraagstukken rondom ons voedsel, van productie tot consumptie. Die vervreemding resulteert er niet alleen in dat sommige kassadames niet weten met welke groenten ze te maken hebben, maar ook dat we schrikbarend veel voedsel verspillen. In 2012 werd in totaal tussen de 1,7 en 2,6 miljard kilo voedsel verspild, meldt het Voedingscentrum. De consument was verantwoordelijk voor 38 procent van die totale verspilling – de rest van de verspilling vindt eerder in de keten plaats. Dat komt neer op zo'n 47 kilo voedsel per huishouden per jaar dat in de afvalbak belandt.

‘Consumenten voelen geen band met hun voeding doordat ze niet meer betrokken zijn bij de productie ervan’, aldus Korthals. ‘Je ziet in gemeenschappen waar men het eigen voedsel produceert nauwelijks verspilling op het moment van consumptie. Dat zou namelijk een verspilling van eigen arbeid betekenen. Wie weet hoe veel moeite het kost om iets op te kweken en te oogsten, gaat zorgvuldiger met voedsel om.’ Er moet dus opnieuw een band tussen consument en voeding gekweekt worden, meent Korthals. Stadstuinbouw kan hier bij helpen. Bij de Fruittuinen van West in Amsterdam bijvoorbeeld kunnen vervreemde stadsmensen zelf hun appels en frambozen plukken bij een biodynamisch tuinder. In Almere verrijzen zelfvoorzienende ecodorpen, waarin de moestuin een centrale rol speelt. De Onkruidenier bestrijdt op geheel eigen wijze voedselverspilling en vervreemding: parken en groenstroken staan vol met veel eetbaars maar ‘de natuur heeft de strijd om de consument verloren’, aldus ontwerpers en onkruideniers Jonmar van Vlijmen en Ronald Boer op hun website. Daarom organiseert De Onkruidenier veldexpedities om geïnteresseerden te leren over eetbare gewassen in bijvoorbeeld de berm bij de N247.

Moeilijk maken

Dit soort initiatieven kan bijdragen aan het cultiveren van wat Korthals ‘voedselvaardigheid’ noemt: weten wat je eet en waar het vandaan komt. Maar daar houdt het niet op. Uit cijfers van het Voedingscentrum blijkt dat 30 procent van de verspilling bij consumenten plaatsvindt omdat een product bedorven raakte nadat het verkeerd werd bewaard. En 61 procent wordt verspild omdat de houdbaarheidsdatum was verstreken. Wat is het verschil tussen THT (tenminste houdbaar tot) en TGT (ten minste goed tot)? Hoe bewaar je tomaten? Veel consumenten komen er niet uit. En dus schieten ontwerpers te hulp. In 2007 ontwikkelde het Duitse bedrijf Bizerba het OnVu houdbaarheidslabel, een label dat verkleurt naarmate de houdbaarheid van een product afneemt. En in bijna alle supermarkten vind je nu avocado's en mango's in verpakkingen waar ‘Eat me I'm ripe’ op staat. Handig, maar wordt de consument daar ook voedselvaardiger van?

 

'NIET ELKE MAALTIJD IS
INSTAGRAM-MATERIAAL

 

Techniekfilosoof Albert Borgmann bekritiseert (technologische) producten die ons al het werk uit handen nemen. Hoe groter het gebruikersgemak, des te minimaler de interactie met en dus onze (fysieke) betrokkenheid bij een product of apparaat en zijn functie. Wij zijn gewend dat alles – zowel product als functie – steeds beschikbaar is, zonder dat daar enige moeite van onze kant aan vooraf is gegaan. Dit werkt vervreemding en spilzucht in de hand. Wat we nodig hebben, zegt Borgmann, zijn focal things: producten die om betrokkenheid en interactie vragen. Hiermee in gedachten, zouden ontwerpers het consumenten dus eigenlijk beter juist wat moeilijker kunnen maken. Een verkleurend label vraagt zo mogelijk om nog minder betrokkenheid bij het product dan voorheen. Zouden verpakkingsontwerpers niet juist verpakkingen moeten bedenken die ons uitnodigen om even aan de melk te ruiken of de versheid van een ei te testen in een glas water?

Zachtjes duwen

En dan is er nog de kwestie van verpakkingsinhoud. Daarmee wordt nog te weinig rekening gehouden met het groeiend aantal eenpersoons huishoudens en worden we verleid om meer te consumeren dan nodig. ‘Ook hier zie ik een rol voor packaging designers’, zegt Korthals. ‘Wanneer je rijst verpakt in afgemeten porties, koken mensen er minder snel te veel van. Of zet kleinere verpakkingen op ooghoogte.’ Deze subtiele vorm van verleiding staat bekend als nudging [vert. uit Engels: zachtjes duwen, red.]. De grens tussen nudging en marketing is onduidelijk of misschien zelfs non-existent. Over het algemeen wordt de term nudging gebruikt voor verleidingstactieken die hun object –en dat bent u – in staat stellen de verantwoorde keuze te maken. Over de ethiek rondom nudging bestaat discussie. Mag je mensen zomaar sturen in hun gedrag, zonder dat ze daarmee vooraf instemmen? Korthals is er nuchter onder: ‘Kijk, we worden toch genudged, maar dan de verkeerde kant op. Het lijkt me beter om het bewust in te zetten om mensen te helpen de juiste keuze te maken.’

Dus waarom nudgen interieurontwerpers ons dan niet de keuken in? Het eigenhandig bereiden van een maaltijd is natuurlijk dé manier om betrokken te zijn bij onze voeding en voedselvaardigheid te ontwikkelen. Laten we Borgmann er nog eens bij halen. Behalve over focal things, heeft hij het ook over focal practices. Koken is volgens hem zo'n een centrale activiteit: ‘The preparation of the meal, the gathering around the table, and the customs of serving, eating, and conversing are the focal practices. Focal things and practices disclose the world about us – our time, our place, our heritage, our hopes – and center our lives’, schrijft hij [1] Momenteel is echter de woonkamer en niet de keuken de centrale ontspanningsruimte binnen onze woningen. In menig woning is de keuken een aparte ruimte. En in menig sociale huurwoning is de keuken bovendien een bijzonder krappe ruimte. Koken betekent dan afzondering. Waarom drukken we een in ons leven zo cruciale activiteit, bron van ontspanning en voedingsstoffen, naar de periferie? Als we willen dat het bereiden van ons voedsel weer een bezigheid wordt die is ingebed in het thuisleven, moet die bezigheid ook letterlijk ruimte in mogen nemen.

Die ruimte moeten we ons dan ook reëel voorstellen. Kijk eens naar het ideaal van de keuken zoals ons dat wordt voorgespiegeld in interieurtijdschriften: een serene, klinische ruimte vol greeploze deurtjes met een veelal onbewoond kookeiland. Geen spoor van culinaire activiteit of menselijk leven. Ontwerpbureau MVRDV ontwierp als tegenhanger de Infinity Kitchen, een volledig transparante keuken [2]. Daarin is alles – zowel messen, raspen en pannen als voedsel, afval en al die verschrompelde schepselen die zich ergens tussen beide ophouden – zichtbaar. Dat stimuleert bewustwording. Het bereiden van een maaltijd heeft namelijk niets van doen met klinische sereniteit, maar gaat gepaard met hakken, malen, schudden, roeren, spatten, druipen, sissen, schroeien, dampen en dus, uiteindelijk, schrobben – zeker op zo'n transparante keuken.

Kliekjes koken

Het bereiden van ons eten, week in week uit, gaat nu eenmaal ook gepaard met restjes en minder fris en fruitig uitziende stuks groenten en fruit. Niet elke maaltijd is Instagram-materiaal [3]‘We willen niet dat we collectief of individueel voedsel weggooien, maar we eisen wel perfect veilig en vers voedsel en zo veel mogelijk keuzevrijheid. Dat dit onmogelijk te verenigen doelen zijn, vergeten supermarktklanten graag’, schrijft landbouw- en voedseldeskundige Louise Fresco [4]. Als we de incongruente overblijfselen van een paar dagen koken niet willen weggooien, zullen we zo nu en dan genoegen moeten nemen met een minder fabuleuze maaltijd en opnieuw moeten leren improviseren. Talloze apps en sites werden in het leven geroepen om de consument hierin bij te staan. Zo helpt de Love your leftovers-app ons met een recept voor een soep van wegkwijnende spinazie.

Niet alleen kan niet alles altijd vers zijn, in beginsel hóéft ook niet alles altijd vers te zijn, stellen de initiatiefnemers van de nieuwe conservenfabriek Coco Conserven. Zij pleiten voor het in ere herstellen van blikconserven. Die zijn lang houdbaar en geenszins minderwaardig. Designstudent Paul Gong gaat nog verder: waarom niet gewoon het spijsverteringsapparaat van de mens middels synthetische biologie zo aanpassen dat het ook rot voedsel kan verwerken? Human Hyena, noemde Paul Gong zijn project [5]. De mens als aaseter.

Voorlopig zijn we geen hyena's, maar gewoon hamsters. ‘Onlangs kocht ik twee netten sinaasappelen, in totaal vier kilo, omdat dat evenveel kostte als één net. De helft heeft liggen verpieteren’, bekent Korthals, die toch niet de minst bewuste consument is. Alleen bewustzijn van de herkomst van ons voedsel en de meerwaarde van een verantwoorde en duurzame omgang daarmee – zowel voor, tijdens als na de maaltijd – is blijkbaar niet genoeg. Misschien ligt de opdracht van ontwerpers er uiteindelijk vooral in om ons allereerst (pijnlijk) bewust te maken van onze ontzaglijke zwakte ten overstaan van verleiding om ons vervolgens weerbaar te maken. Het is tijd voor disruptieve ontwerpen die ervoor zorgen dat we niet langer gewillige slachtoffers van marketing zijn: Een app die ons via onze oortjes toespreekt in de supermarkt: ‘Je hebt nog genoeg in huis, je verhongert niet. Echt, laat liggen, het is niet nodig.’ Of een koelkast die als hij te vol raakt automatisch al je vrienden uitnodigt om al dat onnodige proviand te decimeren.

Met je ogen eten

Gedragsonderzoek toont aan dat ons brein visuele signalen gebruikt om te bepalen hoeveel we hebben gegeten. Daarop voortbordurend ontwierp food designer Marije Vogelzang een serie objecten die je tussen het eten op je bord kunt plaatsen, waardoor je minder eet en tegelijkertijd meer aandacht hebt voor wat je eet. De objecten, onder de paraplu van Vogelzangs voortdurende eetonderzoek Volumes, werden gemaakt in opdracht van het Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg voor de expositie Food Revolution 5.0. Een vrolijk uitlegfilmpje kun je bekijken via YouTube. De expositie is nog te zien t/m 29 oktober 2017.

www.marijevogelzang.nl
www.mkg-hamburg.de

Dit artikel verscheen op 8 juli 2017 in Dude, Dutch Designers Magazine.
Dude is los verkrijgbaar of als abonnement

 ---------------------------------------------------------------------------------------------

[1] Albert Borgmann , The Moral Complexion of Consumption in Journal of Consumer Research
[2] https://www.dezeen.com/2016/05/25/mvrdv-design-transparent-glass-infinity-kitchen-make-food-healthier-sexier/
[3] Een onderzoek van supermarktketen Sainsburrys suggereert dat er een correlatie bestaat tussen de populariteit van foodbloggen op Instagram en voedselverspilling. Zie: https://www.theguardian.com/business/2017/feb/10/instagram-generation-fuelling-uk-food-waste-mountain-study-sainsburys
 [4] Louise Fresco, Hamburgers in het Paradijs
 [5] https://www.dezeen.com/2015/02/10/paul-gong-human-hyena-synthetic-biology-rotten-food/