03-10-2012 - Het wetsvoorstel heeft als doel de positie van makers in onderhandelingen over auteursrechten te versterken.

Afgelopen juni is het Wetsvoorstel auteurscontactenrecht in de Tweede Kamer gebracht. Het wetsvoorstel heeft als doel de positie van makers in onderhandelingen over auteursrechten te versterken. Met de invoering van het nieuwe auteurscontractenrecht krijgt de maker onder andere recht op een billijke vergoeding voor het verlenen van exploitatiebevoegdheid, mogen beroepsorganisaties als de BNO collectief over deze vergoedingen onderhandelen en komt er een bestseller- en non-ususbepaling. De komst van het wetsvoorstel, dat door de BNO van harte wordt toegejuicht, behoeft op verschillende punten aanscherping, en niet alleen op inhoud. Zo zou het wetsvoorstel ook een bredere toepassing moeten krijgen dan nu het geval is. De BNO doet haar best de politiek daarvan te overtuigen.

Beperkt toepassingsbereik

De wetgever heeft ervoor gekozen om het gros van de beschermingsmaatregelen slechts aan een bepaalde groep van makers toe te kennen, te weten de individuele makers. De zogenaamde fictieve makers, ondernemingen die op grond van de auteurswet worden gezien als auteursrechthebbenden, worden uitgesloten. Dat betekent dat ontwerpbureaus zich op verschillende beschermingsmaatregelen niet zouden kunnen beroepen. Verder bevat het voorstel een uitsluiting voor werken waarop met toestemming van de maker een modelrecht is gevestigd. Ook dit kan voor ontwerpers nadelig zijn, omdat niet zelden in de relatie met een exploitant moet worden ingestemd dat deze het eindresultaat op eigen naam zal mogen beschermen als model, in welk geval volgens dit wetsvoorstel de ontwerper dus evenmin de aanvullende nieuwe bescherming van de wet geniet. Tot slot is een groot nadeel, dat de wetgever voorstelt de nieuwe bepalingen van de wet alleen van toepassing te laten zijn op contracten met 'exploitanten'. Daarmee wordt bedoeld de partij die geld verdient met het op de markt brengen van een werk. Contracten met opdrachtgevers die het werk ten behoeve van zichzelf gebruiken, en waarmee veel ontwerpers te maken hebben, vallen volgens het voorstel dus evenmin binnen het bereik van de nieuwe wet.

Recht op beeld

Uiteraard is de BNO van mening dat ook ontwerpers die in ondernemingsverband werken, ontwerpers die werk maken waarop modelrechten kunnen worden gevestigd en ontwerpers die direct voor opdrachtgevers werken, evengoed een beroep op de beschermende maatregelen uit het auteurscontractenrecht zouden moeten kunnen doen. Zij hebben net zo hard te maken met een ongelijke onderhandelingspositie en het afkalvende begrip en waardering voor auteursrechten.

De BNO bewandelt verschillende paden om de politiek ervan te overtuigen dat het wetsvoorstel enerzijds op inhoud zou kunnen worden verbeterd en anderzijds een bredere toepassing kan en moet krijgen. Via het Platform Makers zijn alle bezwaren en suggesties met betrekking tot het wetsvoorstel verwoord. Om specifiek de belangen van de beeldmakers onder de aandacht te brengen is de lobbykrant 'Recht op beeld' gemaakt. De krant is een initiatief van verschillende organisaties van beeldmakers (ontwerpers, illustratoren, animatoren, fotografen, stripmakers) om duidelijk te maken dat het voorstel op verschillende punten aanscherping behoeft, wil het zijn doel bereiken: namelijk de daadwerkelijke versterking van de onderhandelingspositie van auteurs, maar dan ook van alle auteurs. Deze krant is inmiddels aan de betrokken parlementsleden aangeboden en ter informatie verstuurd aan de gehele achterban van de initiatiefnemers van de beeldkrant. 

Auteursrechten in de Tweede Kamer (Vormberichten ed. 6, 2012)

Recht op beeld

Lobby