27-08-2013 - Europese designerskoepel BEDA vraagt aandacht voor de negatieve effecten van aanbesteden voor het ontwerpvak. 

De door de Europese Unie in 2004 gepubliceerde aanbestedingsrichtlijnen, die waarborgen dat publiek geld in alle lidstaten verantwoord, transparant en zonder uitsluiting wordt aanbesteed, worden momenteel herzien. Het Bureau of European Design Associations (BEDA) grijpt dat moment aan om met haar 'Positioning Paper on Public Procurement' aandacht te vragen voor de nadelige effecten van de aanbestedingscultuur op het ontwerpvak.

Onbalans

BNO-adviseur en BEDA-bestuurslid Kitty de Jong was de aanjager van het proces dat leidde tot het opstellen van de standpunten van BEDA: 'Nationale overheden en ontwerpers waren tot begin deze eeuw vruchtbaar samenwerkende partners bij de ontwikkeling van producten voor de samenleving en bij de vormgeving van effectieve overheidscommunicatie en informatie. De relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer ontstond uit complementaire samenwerking, was gebaseerd op specialisme en respect, en duurde in de regel langer dan de looptijd van een enkele opdracht. De overheid was in de rol van launching customer een belangrijke actor in het ontstaan van de internationale reputatie van Dutch Design.'

Met de opkomst van inkoop door middel van aanbestedingen is die balans volgens De Jong zoekgeraakt. De nadelige effecten zijn talrijk: Ontwerpers worden gereduceerd tot leveranciers in plaats van partners. Het accent ligt op rechtmatigheid van het inkoopproces in plaats van doelmatigheid van het ontwerp. De onnodig hoge omzeteisen zetten de kleinere bureaus buiten spel, en vaak disproportionele pitch eisen leiden tot hoge kosten voor de inschrijvers. Ook wordt de markt door de maximale duur van raamcontracten onverantwoord lang beperkt. De minicompetities onder raamcontractanten dagen uit tot moordende concurrentie soms al voor opdrachten met een waarde onder de 5.000 euro. Een aantal van de toonaangevende designbureaus in Europa heeft om deze en andere redenen nauwelijks nog belangstelling voor de tenders. En tenslotte zit het aanbestedingsbeleid de innovatieambitie van Europa zelf in de weg, want de eis aan inschrijvers van tenminste drie referentieprojecten houdt nieuwkomers op de markt onnodig buiten de deur.

Keuzes

'Aanbestedingen zijn een onontkoombare realiteit en de nadelige effecten zijn niet volledig te elimineren. Wel kan met een aantal vanzelfsprekende keuzes de praktijk verbeterd worden', meent De Jong. BEDA's Positioning Paper roept alle overheden van EU-lidstaten op om:

• respectvol om te gaan met intellectuele eigendom

• bij opdrachten onder raamcontracten de gunning niet te baseren op laagste prijs

• de onbetaalde pitches in aanbestedingen uit te bannen

• de administratieve lasten bij inschrijving te beperken

• de omzetdrempels en de referentieprojecten drastisch te verlagen

Verandering kan niet worden geclaimd maar hopelijk wel worden bepleit en beargumenteerd. Het moment om een Europees standpunt over aanbestedingen te publiceren is nu uitzonderlijk goed, volgens De Jong: 'De directe aanleiding voor het opstellen van dit Positioning Paper is dat de Europese Unie haar tender guidelines gaat herzien. Toch is de actie niet alleen op Brussel zelf gericht. Het doel is ook de nationale overheden te wijzen op de gevolgen van hun aanbestedingspraktijk voor ontwerpers. Die praktijk is het gevolg van de EU-regels, zowel in Nederland als in andere lidstaten. En dat geldt dus ook voor de nieuwe Nederlandse Aanbestedingswet, die in april – na zeven jaar onderhandelen – eindelijk in werking trad.'

Zachte hand

De BEDA Positioning Paper on Public Procurement is niet alleen een gezamenlijk Europees standpunt, maar tevens een oproep aan alle Europese ontwerpers en hun professionele beroepsorganisaties om gezamenlijk op te blijven trekken tegen onheuse aanbestedingspraktijken. De Jong: 'De BNO zal het Positioning Paper als een van de opstellers en ondertekenaars onder de aandacht brengen bij de overheden en de media. Daarnaast zullen we onze leden wijzen op dit document – het standpunt van de Europese design community – in de hoop dat zij met ruggensteun van een Europese koepelorganisatie beter worden gehoord en begrepen als zij proberen de praktijk van overheden bij inkopen van design te beïnvloeden... Niet door die af te dwingen, maar door overheden met zachte hand te overtuigen dat een andere benadering uiteindelijk voor alle partijen tot betere resultaten zal leiden.'

Vierhonderdduizend designers

De BNO is als een van de zeventien professionele design- en vakorganisaties lid van BEDA, samen met bijvoorbeeld de Poolse en Finse evenknieën van onze vereniging. Er zijn daarnaast nog 23 promotionele designinstanties lid van BEDA, zoals het Engelse Design Council of het Dansk Design Center. De ruim 40 leden, afkomstig uit 24 Europese lidstaten, vertegenwoordigen gezamenlijk 400.000 ontwerpers in Europa. BEDA bevordert de bewustwording van het maatschappelijke en zakelijke belang van design voor Europa. Het bureau stelt zich mede ten doel de politiek in Europa ervan te overtuigen dat design een belangrijke rol speelt in innovatie en daardoor bijdraagt aan de slag- en concurrentiekracht van het Europese bedrijfsleven. De lobby in Brussel heeft er o.a. toe geleid dat design een onderdeel is van de Europese innovatieagenda 2020.

BEDA Positioning Paper on Public Procurement

Wil je reageren? Login of meld je aan.