27-06-2013 - Het voorstel, dat de contractuele positie van makers moet versterken, roept nog veel vragen op.

Op dit moment is het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht in behandeling in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel, dat werd gepubliceerd in juni 2012 en dat de contractuele positie van de maker moet versterken, riep een groot aantal vragen op.

Kritische vragen

De BNO heeft samen met onder andere de FotografenFederatie en Pictoright, en via het Platform Makers en de Federatie Dutch Creative Industries, gelobbyd en input gegeven aan de kamerleden om vragen aan de minister te stellen. (Lees hier meer.)

Zoals uit het verslag van de schriftelijke ronde van 1 oktober 2012 blijkt, hebben de kamerleden dankbaar gebruik gemaakt van deze input en zijn er veel kritische vragen gesteld. Vervolgens heeft staatssecretaris Teeven op 22 mei jl. de vragen van de kamerleden beantwoord.

Beperkt bereik

Met de antwoorden schept de staatssecretaris extra duidelijkheid over de bedoeling en uitleg van de verschillende bepalingen. Maar ook werd duidelijk dat hij (nog) niet gevoelig is voor de klachten met betrekking tot de beperkte werkingssfeer.

Zo blijft hij van mening dat de beschermende maatregelen niet bedoeld zijn voor in opdracht werkende makers, niet voor ondernemingen en niet voor ontwerpers van wie het werk door de exploitant als model wordt geregistreerd.

Nieuwe nuances

Wel werden er wat nuanceringen op aangebracht. Zo zou werk, dat in eerste instantie in opdracht is gemaakt maar later wordt geëxploiteerd, onder omstandigheden mogelijk wel onder de werkingssfeer kunnen vallen. Ook zouden kleine ondernemingen zoals een eenmans-BV via zogenaamde reflexwerking kunnen profiteren van de extra bescherming van het wetsvoorstel.

Tweede ronde

Om hierover extra duidelijkheid te krijgen heeft de BNO zich er opnieuw voor ingespannen om in de tweede ronde vragen gesteld te krijgen over met name deze punten. Deze vragen zijn 13 juni jl. door diverse kamerleden gesteld. Het is nu afwachten wanneer en hoe de staatssecretaris deze vragen zal beantwoorden.

Al met al is de BNO zeker niet ontevreden over het wetsvoorstel, maar hopelijk wordt op tijd ingezien dat ook ontwerpers die in opdracht werken, ontwerpbureaus en ontwerpers van als model te beschermen ontwerpen de bescherming van het auteurscontractenrecht nodig hebben. Zij verkeren net als andere makers regelmatig in een ondergeschikte positie ten opzichte van hun wederpartijen als het gaat om het maken van afspraken over auteursrechten, en verdienen in alle opzichten dezelfde bescherming als iedere andere maker.

Lobby