12-02-2015 - Wetsvoorstel Auteurscontractenrecht behandeld in de Tweede Kamer.

Dinsdag 10 februari werd eindelijk het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht behandeld in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel, een wettelijke bescherming tegen wurgcontracten, bevat een groot aantal maatregelen die auteurs en artiesten beter moeten beschermen tegen de marktmacht van (grote) exploitanten. Wat betekent dit voor ontwerpers, illustratoren en (interieur)architecten?

Beschermende maatregelen

Het wetsvoorstel introduceert onder meer een billijke vergoeding voor het verlenen van exploitatiebevoegdheden, zowel bij overdracht als bij licenties. Beroepsorganisaties mogen met exploitanten collectieve afspraken maken, mits die goedgekeurd worden door de minister van OCW. Exclusieve licenties kunnen straks alleen nog schriftelijk. Daarnaast komt er een bestsellerbepaling (die makers het recht geeft op een aanvullende vergoeding bij onverwacht succes), een non usus regeling (die in geval van geen of onvoldoende exploitatie recht geeft rechten terug te vorderen), en een mogelijkheid tot het onverbindend verklaren van onredelijke bepalingen. In het filmauteursrecht creëert het wetsvoorstel voor bepaalde makers (scenaristen, regisseurs en hoofdrolacteurs) naast de billijke vergoeding nog een aanvullende collectieve aanspraak voor een proportionele vergoeding. Tot slot introduceert de komende nieuwe wet de mogelijkheid van een laagdrempelige geschillencommissie, waar makers (indien gewenst anoniem) hun geschillen op basis van deze nieuwe beschermingsmaatregelen kunnen voorleggen.

In de aanloop naar de behandeling van het wetsvoorstel heeft de BNO samen met Platform Makers, het samenwerkingsverband van beroepsorganisaties en vakbonden voor auteurs en artiesten, aandacht gevraagd voor een aantal punten waarop het wetsvoorstel aan kracht zou kunnen winnen. Deze punten zijn onder meer voor ontwerpers en ontwerpbureaus van belang. Tegelijkertijd is er aangedrongen op een korte evaluatieperiode van de nieuwe wet, zodat op korte termijn bezien kan worden of verdergaande wettelijke maatregelen noodzakelijk zijn.

Niet voor iedereen

De beschermende maatregelen zoals hiervoor genoemd gelden nu alleen voor individuele makers, niet voor ondernemingen (zoals ontwerpbureaus). De staatssecretaris heeft evenwel aangegeven dat de rechter in voorkomende gevallen de wet via zgn. 'reflexwerking' ook voor kleine (eenmans)ondernemingen kan toepasen. De contracten waarom het gaat, moeten als hoofddoel het verlenen van exploitatiebevoegdheid hebben; overeenkomsten van opdracht met een eindgebruiker vallen er dus niet onder, ook niet als in een later stadium wel degelijk exploitatie plaatsvindt. De nieuwe wet is evenmin van toepassing op situaties waarbij de exploitant het recht heeft gekregen om een modelregistratie op eigen naam te vestigen; in dat geval liggen zowel de auteurs- als modelrechten bij de exploitant en mist de ontwerper de aanvullende bescherming. In het filmauteursrecht geldt de aanvullende proportionele vergoeding nu niet voor andere makers die een wezenlijke bijdrage aan een film leveren, zoals bijv. animatoren in animatiefilms, of decorontwerpers.

De kamerleden van de oppositie hebben kritische vragen onder meer over deze onderwerpen gesteld en een aantal moties ingediend. De Staatssecretaris heeft de Kamer daarop toegezegd de wet over vijf jaar grondig te evalueren en tussentijds na twee en een half jaar een eerste balans op te zullen maken. Onder deze toezegging hebben de oppositiepartijen voorstellen voor verdere aanpassingen aangehouden tot de komende evaluatie. Voor de liefhebbers is het woordelijk verslag van behandeling hier na te lezen.

Toekomst

Vandaag wordt waarschijnlijk over het wetsvoorstel en de moties gestemd en het ziet er naar uit dat dit met ruime meerderheid zal worden aangenomen. Naar verwachting zal het wetsvoorstel vervolgens nog voor de zomer door ook de Eerste Kamer worden besproken, zodat de nieuwe regelgeving mogelijk nog halverwege dit jaar zal kunnen ingaan.

Vanuit de BNO zijn we uiteraard blij met deze mijlpaal en dat de wet er eindelijk gaat komen. Het feit dat alle bij het debat betrokken partijen overtuigd zijn van de noodzaak van beschermende maatregelen voor makers is positief. Maar helaas gelden de beschermende maatregelen dus niet voor alle makers. De komende tijd gaan we goed in de gaten houden hoe de wet in de praktijk en voor de leden van de BNO gaat uitpakken. De tussentijdse evaluatie per 1 januari 2018 geeft ons dan de mogelijkheid om verdere verbetering te bepleiten. 

Foto: Phil Nijhuis

Stenografisch verslag Tweede Kamer Auteurscontractenrecht

Auteurscontractenrecht