Gijs Kast

Dude interview: zijn illustraties, vooral portretten, zijn rauw en allesbehalve mooie plaatjes. Gijs Kast schuwt de confrontatie in zijn werk meestal niet.
Gijs Kast is dit jaar onderdeel van de selectiecommissie voor de Dude YA Special! Hier lees je meer over YA. Dit interview is in de lente van 2017 gepubliceerd in Dude Magazine.

Hij heeft een fascinatie voor de zelfkant van de samenleving. En zijn kracht ligt erin deze niet op pijnlijke wijze maar juist met humor in beeld te brengen. Het is deze scherpe blik gecombineerd met een kenmerkend handschrift die Gijs Kast een veelgevraagd illustrator maken.

 
Hij is nog wat brak van een nacht doorhalen om een spoedklus af te krijgen. Zijn atelier, een klaslokaal in een voormalig schoolgebouw in de Amsterdamse Helmersbuurt, is overduidelijk de ruimte van iemand met een grote werklust. Op een archiefkast achterin liggen schetsen, voorstadia van verschillende in kranten en magazines verschenen illustraties. Bovenop een portret van Ilja Leonard Pfeijffer, de auteur met karakteristieke kop, het type dat Gijs zo graag tekent. Het werk dat die nacht is afgerond ligt op een tafel ertegenover.

Gijs Kast – een ludieke woordspeling op zijn echte naam, ooit bedacht door een vriend – verkeert in de luxepositie dat hij veel opdrachten heeft. ‘Dat begon eigenlijk al vrij kort na mijn afstuderen. Ik had daarvoor een boek gemaakt: Böhnhase. Uitgangspunt waren de beunhazen die ik dagelijks tegenkwam in de Eindhovense volksbuurt Doornakkers waar ik destijds woonde. De wijk had door minister Vogelaar het predicaat probleemwijk gekregen; ik was het daar niet mee eens en zag juist de charme en humor van de wijk.

Mijn achterbuurman was bijvoorbeeld een handelaartje in oud ijzer. Als we grofvuil buiten zetten stond hij er altijd als eerste bij. Ook werd me wekelijks wel een tv of iets aangeboden door een mannetje dat met open raam door de straat reed. Zijn waar lag onder een dekentje op de achterbank.

Het waren mooie types, met goede koppen. Ik bedacht dat ik advertenties voor hen kon maken, een idee dat uiteindelijk uitgroeide tot een zwarte gids met beunhazen, deels fictief ingevuld.’

Odoo CMS - een grote afbeelding

Foto: Gijs Kast / Set-design: Aisha Zeijpveld en Studio Knol / Fotografie-assistentie: Timo Steenvoorden en Louise Brenneke

Aangetrokken tot de sjacheraars ontpopte Gijs zich op de graduation show zelf ook tot een soort beunhaas. Zijn gids lag er gedrukt in oplage en aan iedereen die langskwam probeerde hij een exemplaar te slijten. Hij vertelt dat hij met veel bezoekers leuke gesprekken voerde, onder meer met een man die vroeg of hij ook in opdracht wilde werken; zijn boek kon hij helaas niet kopen doordat hij geen geld bij zich had. ‘Zakelijk als ik was wilde ik hem mijn boek niet zo meegeven. Maar toen hij weg was en iemand me vertelde dat het de beeldredacteur van Volkskrant Magazine was, bleek mijn aanpak toch niet zo handig. Ik ben meteen achter hem aangegaan maar kon hem niet meer vinden.

Later heb ik hem op de redactie opgezocht, dat heeft me mijn eerste grote klus voor een Nederlandse krant opgeleverd. Eenmaal binnen bij de Volkskrant ging het snel.

Niet alleen het aantal opdrachten nam toe, doordat ik blijkbaar succes had gingen de onderhandelingen met opdrachtgevers over de financiële vergoeding ook gemakkelijker. In eerste instantie voelde ik me daardoor genaaid, maar in feite was het natuurlijk een heel fijn gevolg.’ 

"Ik heb liever dat mensen zeggen dat mijn werk lelijk is dan dat ze er niks aan vinden"

Gijs benadrukt het belang om jezelf te promoten. Hij weet van huis uit wat het is om een eigen zaak te runnen en vermoedt dat dat er ook toe heeft bijgedragen dat hij na zijn afstuderen met zijn werk meteen de boer op is gegaan. ‘Ik had een hele waslijst van toffe bladen en ontwerpbureaus opgesteld. Bij alle redacties heb ik net zo lang gezeurd tot ik er een keer met een kop koffie aan tafel zat. Dat heeft uiteindelijk veel vruchten afgeworpen en doet het eigenlijk nog steeds.’ Zonder verwaand te willen overkomen vertelt hij dat opdrachten heel fijn en noodzakelijk zijn, maar dat de balans soms ook een beetje zoek is.

‘Een luxeprobleem, ik weet het. Maar in opdrachten word je niet altijd uitgedaagd, zeker omdat je op je handschrift, en dat wat je dus al kan, wordt gevraagd. Ook zie je vaak dat beeldredacteurs je werk tof vinden en met je willen werken maar er bij de eerste schets achter komen dat ik toch niet echt mooie plaatjes maak en er vaak wel iets ranzigs in mijn tekeningen zit. Zo ketsen er best veel klussen af, zeker voor grotere reclameopdrachten.’

Odoo CMS - een grote afbeelding

Toch zijn opdrachten ook heel leerzaam en, bekent Gijs, is hij vooral in het begin best vaak teruggefloten door opdrachtgevers. ‘Ik had net Böhnhase gemaakt. Die koppen zaten blijkbaar nog zo in mijn vingers dat ik als kritiek kreeg dat ik niet iedereen een afgeragde kop hoefde te geven. En dat was terecht. Ik had bijvoorbeeld illustraties gemaakt voor een twintigersspecial van de Volkskrant maar het leken allemaal wel veertigers. Je merkt dan dat je toch tussen de realiteit en je eigen fantasiewereld in zit. Zeker in opdracht moet je je dan een beetje inhouden. Daar heb ik veel van geleerd. En hoewel ik liever een oude opa op papier zet, kan ik ook best een mooie meid tekenen.’

Op de Design Academy, waar hij de communicatierichting volgde, was Gijs een van de weinigen die met illustratie bezig was. Achteraf denkt hij dat hij daardoor misschien wel veel vrijer was en beter zijn eigen handschrift heeft kunnen ontwikkelen. ‘Ik heb bij het geven van een gastles op een illustratieopleiding weleens gemerkt dat iedereen in zo’n klas elkaar in de gaten houdt waardoor alles een beetje op elkaar gaat lijken. Wat mij betreft voeden design, fotografie, kunst en literatuur het illustratievak veel meer dan illustratie zelf. Natuurlijk houd ik wel in de gaten wat anderen maken. Maar dat doe ik vooral om op de hoogte te zijn en te weten waar ik ver van moet blijven, want ik wil niet dat mijn werk op dat van anderen lijkt.’   

Gijs benadrukt dat het zeker in een creatief vak heel belangrijk is om origineel te zijn. Hij doet niet graag concessies en prijst zich gelukkig met de continuïteit die er in zijn werk zit en het feit dat hij er goed van kan leven. ‘Als dat niet zo zou zijn zou ik misschien ook liever in een keuken gaan staan dan dat ik poezelige tekeningetjes moest gaan maken.’ Lachend: ‘Ik heb het weleens geprobeerd hoor, om iets gladder te tekenen, maar er sluipt toch altijd weer iets viezigs in mijn tekeningen. Ik kan het gewoon niet onderdrukken.’


"Er sluipt altijd wel iets viezigs in mijn tekeningen"

Hoewel hij het soms jammer vindt dat zijn werk niet goed bruikbaar is voor commerciëlere opdrachten benadrukt Gijs tegelijk dat opdrachten voor grote bedrijven, gericht op het algemeen publiek, vaak ook het minst interessant zijn. ‘Het beeld moet dan gematigd zijn, want iedereen moet het mooi vinden. Dat soort opdrachten gaan over het verleiden van de massa; daar gaat mijn stijl misschien toch iets te ver voor, de massa is namelijk best behoudend. Bovendien heb ik ook liever dat mensen zeggen dat mijn werk lelijk is dan dat ze er niks van vinden.’ 

Redactionele opdrachten liggen hem het beste. Vergelijkbaar met zijn afstudeerwerk gaan ze vaak over mensen en hebben ze een vorm van engagement in zich; het is een soort visuele journalistiek. Maar een politiek statement wil hij niet per se maken. ‘Ik werk veel voor kranten en teken dus met regelmaat over de actualiteit, maar die actualiteit becommentarieer ik niet; de redactie bepaalt het verhaal dat moet worden verteld. Wel is het zo dat ik het soms niet eens ben met een artikel, dat probeer ik dan in mijn illustratie wel een beetje te laten zien.
 

Die ruimte is er ook en bovendien weten de kranten inmiddels wel dat het sowieso altijd een beetje schuurt in mijn werk. Om iemand te kunnen tekenen hoef je overigens ook niet achter zijn standpunten te staan. Neem Trump, ik ben niet blij dat hij president is geworden, maar het is wel een heerlijke kop om te tekenen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor Wilders. Met Rutte daarentegen kan ik dan weer niet zo veel. Voor de Volkskrant ben ik ook ooit rechtbanktekenaar geweest, bij de zaak van Robert M. Dat was heel naar. Je zit dan in zo’n rechtzaal en krijgt alles te horen van in dat geval ook nog eens een heel heftige zaak. Dan is het wel lastig om geen oordeel in je tekening te verwerken en zo iemand niet te grazen te nemen.’

Veel meer dan een commentator is Gijs Kast een observator. Zijn autonome werk gaat over de samenleving en de gewone mens. Gijs vertelt dat soms wordt gedacht dat hij mensen belachelijk wil maken doordat hij ze niet altijd even mooi tekent. Maar het tegendeel is waar. Hij is gefascineerd door gezichten waaraan je ziet dat er een heel verhaal achter zit zonder dat je het kent en wordt vaak getroffen door absurde of niet kloppende dingen. Als basis voor zijn tekeningen gebruikt hij doorgaans foto’s die hij al dan niet zelf maakt. Daar vervolgens een illustratie van maken is niet simpelweg een kwestie van natekenen. Wat voegt het immers toe om iets te tekenen als je het alleen bij de werkelijkheid houdt?

"Als illustrator moet je dingen uitvergroten, overdrijven en filteren"

‘De vraag is waar de grens ligt’, legt Gijs uit. ‘Ik wil niet zo ver afdwalen dat wat ik teken ongeloofwaardig wordt. Mijn karakters moeten je het gevoel geven dat je ook zo iemand kent. Bij Böhnhase ben ik daar denk ik goed in geslaagd. Veel mensen dachten dat het hele boek echt was en gingen ook daadwerkelijk nummers bellen. Sommigen werden boos toen bleek dat de karakters fictief waren. Dat het mij juist om het fenomeen ging en dat ik dat verhaal wilde vertellen ontging hen. Als illustrator moet je dingen uitvergroten, overdrijven en filteren. Dát onderscheidt je van een fotograaf. Wat je naar voren wil brengen verschilt per karakter, maar steeds weer geldt dat ik eigenschappen wil uitvergroten en het er iets dikker bovenop wil leggen zonder dat het een karikatuur wordt.’ 

Een potlood en een mooi papiertje kunnen hem heel blij maken en hij zweert erbij dat de eerste versies van zijn tekeningen met de hand zijn gemaakt voordat hij ze in de computer gaat bewerken. Maar wat hij niet wil is dat zijn werk enkel stijl is. ‘Hoewel ik niet een soort statement heb waar ik voor sta, zitten er natuurlijk verschillende lagen in mijn werk en gaat het wel degelijk ergens over. Ik wil dat alleen niet letterlijk benoemen, ik teken juist omdat ik het wil laten zíen. 

Odoo CMS - een grote afbeelding

Op de academie had ik daar ook al moeite mee, vooral tijdens het eindexamen, mensen gingen toen ineens enorme verhalen bij hun werk vertellen. Ik dacht dan vaak: “Ja, super mooi verhaal, maar waarom heb je dan zo’n lullig dingetje gemaakt?” Als vormgever valt of staat je verhaal met de vorm die je het geeft, die moet minstens zo krachtig zijn als het verhaal en als die vorm goed is denk ik dat je niet eens zoveel verhaal meer nodig hebt en mensen het er zelf wel bij kunnen bedenken. Met moderne kunst heb ik dat ook, dan moet je soms drie boeken lezen voordat je überhaupt snapt wat het briefje aan de muur voor enorm geweldig conceptueel kunstwerk is. Ik haak dan een beetje af.’

Net als veel andere illustratoren werkt Gijs alleen. Dat geeft vrijheid, maar betekent ook dat je veel beslissingen tijdens het maakproces zelf moet nemen. En dat is soms weleens lastig. Zo vraagt hij zich nog steeds af of het tweede boek dat hij maakte, Basıbos, een verdwaalboek op basis van een langdurig verblijf in Istanbul, niet te veel aan de oppervlakte is gebleven en een te romantisch beeld geeft van de stad. ‘Ik twijfelde toen al of ik een reisverslag of een verdwaalboek moest gaan maken of beter kon inzoomen op bepaalde zaken. Ik had daar bijvoorbeeld Ali ontmoet, een super gladde nepparfumverkoper bij de grote bazaar. Ik ben een hele dag met hem opgetrokken, heb thee met hem gedronken en ben met hem naar de kapper geweest. Het was echt een super Turk mét snor en een te groot glimmend pak waar hij nog een bodywarmer onder droeg. Een fascinerende man. Hij alleen al had zich prima geleend om een heel boek over te maken.’ 

"Toen ik in opdracht ging werken ben ik ook best vaak teruggefloten"

In zijn derde boek, dat hij dit jaar wil gaan maken, hoopt en verwacht Gijs wat dieper te kunnen gaan. ‘Het zal gaan over Amsterdam, over onze samenleving en onze cultuur, die ken ik natuurlijk veel beter dan de Turkse waardoor ik hier beter in staat zal zijn om groepen op te zoeken en in beeld te brengen. Wat ik wil doen is het publiek van verschillende Amsterdamse winkelcentra portretteren. Je komt daar een mooie mix van types tegen: winkelende huisvrouwen van verschillende afkomst, hangjongeren en vooral veel bejaarden. Een winkelcentrum is een mooie filter om een relevante laag van de bevolking in beeld te brengen zonder dat het direct een beladen of politieke boodschap krijgt. Behalve in het boek dat ik ervan wil gaan maken zullen de winkelcentraillustraties vanaf half mei wekelijks te zien zijn in Het Parool.’

Verder is Gijs van plan zijn vak de komende tijd wat te verbreden. De experimenten die hij doet met schilderen zijn al een stap in die richting, ook wil hij graag zijn werk uitbreiden met animatie. Het VR-project Out of sight voor het Letterenfonds waaraan hij onlangs meewerkte was ook een interessante en leerzame uitstap. ‘Het is heel tof om een bril op te kunnen zetten en in je eigen tekeningen te zitten. Het bleek wel heel lastig om mijn tekeningen in 3d-modellen te zetten. Het is dus de vraag of dit voor herhaling vatbaar is. Met mijn redactionele werk wil ik proberen in het buitenland voet aan de grond te krijgen. Daar valt volgens mij nog heel veel te halen.’


Interview: Floor van Essen & Freek Kroesbergen. Tekst: Floor van Essen. Portretfoto Gijs Kast: Aisha Zeijpveld.