LUST: In the end is there only a black square

Dude Interview: van traditioneel drukwerk en boekontwerp tot abstracte cartografie en datavisualisaties, nieuwe media en interactieve installaties, het maakte allemaal deel uit van het oeuvre van LUST.
Jeroen Barendse, die samen met de andere mannen van het voormalige LUST wordt geïnterviewd in onderstaand artikel is dit jaar onderdeel van de selectie commissie voor de Dude YA Special! Hier lees je meer over YA.
Odoo CMS - een grote afbeelding

Lust voor Future Museum 2017

De drie mannen van LUST houden van het fijnzinnig laten ontstaan van onvoorspelbare uitkomsten. Dat was dan ook de afgelopen twintig jaar uitstekend gegaan en ze speelden met de gedachte met hun studio in Den Haag dit jaar groots uit te pakken met een feest en een symposium. Niemand had verwacht, dat één van hen zou worden geconfronteerd met kanker. Dat werd vooral de aanleiding tot positieve diepgaande gesprekken over LUST. Geen verdriet. Na zes maanden bleek dat voor Dimitri Nieuwenhuizen een al te vroege overgang naar sterrenstof, zoals ze de dood omschrijven, niet te vermijden was. LUST zou moeten stoppen.

Vlak daarna kwam tot overmaat van verwarring het nieuws dat zij dit jaar samen de BNO Piet Zwart Prijs zouden krijgen voor hun oeuvre. Hun speelse maar gedegen pionierswerk verdient dit en er zit heel veel plezier, argeloosheid en prettige dwarsheid in. Dat bleek uit het gesprek dat ik mocht hebben met de grondleggers Thomas Castro, Jeroen Barendse en toch nog een klein halfuur Dimitri Nieuwenhuizen, enthousiast tot het einde. LUST is afgerond.

Zoals veel ontwerpstudio’s begon LUST op de academie. De naam was eerst alleen de titel voor een tijdschrift dat Thomas Castro en Jeroen Barendse wilden maken toen ze in Arnhem studeerden. Het tijdschrift kwam er niet. De naam bleef hangen, omdat het een mooi woord was. Maar er gebeurde iets veel belangrijkers. Castro had in de VS een beetje leren programmeren en Barendse wist er ook iets van. Ze hadden zichzelf HTML (Hyper Text Markup Language) eigen gemaakt, de taal waarin je websites definieert.

Internet begon in die dagen stevig te gonzen. De eerste browser verscheen: Mosaic. Met een modem, dat daarvoor urenlang moest stampen en knerpen, haalde het duo op een avond een nieuwe browser, Netscape, naar binnen en begon ermee te experimenteren. Castro: ‘Jeroen had een pagina met tabellen en foto’s gebouwd, maar hij was per ongeluk vergeten in het programma de breedte van de kolommen aan te geven. De foto’s bleken op het scherm over elkaar heen te liggen. Wij dachten: Holy fuck! Dat kan dus! Toen begon de bal te rollen. We bleven de hele avond aan de gang. Dat werd de basis voor de manier waarop we met technologie omgaan: random en met toeval. We zijn geen computerdeskundigen of programmeurs. We omarmen technologie, maar zijn ook sceptisch.’ 

Odoo CMS - een grote afbeelding

Lust for Future Museum 2016

Jeroen Barendse vervolgt: ‘Zo ontstonden toen onze beelden, soms met grappige gevolgen. We maakten bijvoorbeeld een pagina met lagen van iets ten opzichte van elkaar versprongen overlappende lettertekens, elke laag in een gesimuleerde drukkleur, namaakmagenta, enzovoorts.

Zo bootsten we het principe van een gerasterde kleurenafbeelding na. Toen werden we uitgenodigd voor een chique tentoonstelling over de geschiedenis van het internet bij Arti in Amsterdam. Ons ontwerp, een HTML-probeersel voor beeldscherm, werd als groot geprint schilderij aan de muur gehangen.’ 

Onze eerste URL was onze eigen vage site. We speelden met alles. Het was een plattegrond, onze eindexamenposter, met een diagram over de werking van LUST, en die hadden we ingescand. Omdat de poster veel groter was dan het scherm, moest je scrollen. Je kunt het je nu niet voorstellen, maar toen was dat nieuw.’

Castro vult aan: ‘We hadden ook ankers op bepaalde plekken in de afbeelding gedefinieerd. Door op woorden uit een lijst naast de kaart te klikken sprong je naar die plekken toe.

De kaart bewoog. Toen we dat ontdekten was het echt van WOW!’ Barendse: ‘Het is onze enige oude website die nog steeds werkt.’

Jeroen Barendse (voormalig LUST), foto door Nadine Stijns

Castro: ‘Dat dynamische sprak ons aan. Je kon met de cursor over tekst heen en iets laten veranderen, een roll-over, maar hoe konden we zo’n systeem fucken: een animated gif aanzetten, in plaats van alleen zo’n buttonfunctie?’

Voordat LUST een studio werd, werkten ze niet volgens de geldende opvattingen. Castro: ‘De generatie vóór ons wilde pixel perfect. Het beeld moest perfect zijn, volgens de regels van drukwerk, statisch dus. Wij sloegen dat over en leerden direct met een computer werken. Als het resultaat insta- biel was, omdat plaatjes over het beeld schoven, dan vonden we dat alleen maar fantastisch. We waren super geïnteresseerd in technologie.’

Castro vult aan: ‘Bedenk dat je er toen niet zo makkelijk over kon communiceren. We werkten, soms letterlijk, in een donker hok, ’s nachts. Sociale media bestonden niet. Je had wel Bill Board Systems (BBS) en Usenet, maar daar zaten we niet zo in. We wisten nauwelijks wat er gebeurde in de buitenwereld. We leerden pas een paar namen van mensen die vergelijkbare dingen deden toen Max Bruinsma ons interviewde.’

Thomas Castro (voormalig LUST), foto door Nadine Stijns

Castro vult aan: ‘Bedenk dat je er toen niet zo makkelijk over kon communiceren. We werkten, soms letterlijk, in een donker hok, ’s nachts. Sociale media bestonden niet. Je had wel Bill Board Systems (BBS) en Usenet, maar daar zaten we niet zo in.

We wisten nauwelijks wat er gebeurde in de buitenwereld. We leerden pas een paar namen van mensen die vergelijkbare dingen deden toen Max Bruinsma ons interviewde.’

Toen LUST drie jaar bestond kwam Dimitri Nieuwenhuizen erbij. De manier waarop dat gebeurde was op het randje van romantisch.

Thomas Castro vertelt: ‘We hadden al een paar keer samengewerkt met Dimi die werkte bij Studio Zoab in hetzelfde bankgebouw aan het Prins Hendrikplein in Den Haag als waar wij toen zaten. Zijn achtergrond, opgeleid aan de TU Delft en de Design Academy, is abstracter. Hij had al eens wat klusjes met ons gedaan. Toen dat bedrijf uit elkaar viel hadden wij toevallig net een uitnodiging gekregen van CSS in Detroit en van de Cranbrook Academy in Bloomfield Hills, voor lezingen en een workshop in de VS. Dat waren twee scholen.

Wij vroegen daarom of we Dimi ook mee mochten nemen en dat lukte. Het was kijken of het bij zoiets als een workshop ook klikte. Een beetje testen. Dat ging heel goed. In de laatste paar dagen hebben we in de zon, bij het park, op de trap van het Cranbrook museumgebouw Dimitri gevraagd of hij bij LUST wilde komen. We gingen niet op onze knieën, maar rookten alle drie een sigaret.

Ik denk dat hij onze vraag al zag aankomen. Als je partners wordt, komen er later ook van die vragen. Toen we echt het bedrijf begonnen wilde Dimi weten of hij ook een jaar met sabbatical mocht. Dat vonden we prima’.      

"We gingen niet op onze knieën, maar rookten alle drie een sigaret"

LUST werd natuurlijk een eigenzinnige studio, maar hoe ging dat met opdracht- gevers? Jeroen Barendse: ‘We moesten leren een briefing te herdefiniëren. We stelden de opdracht anders voor dan wat werd gevraagd. Met ons namen opdrachtgevers best een risico, omdat we niet konden laten zien dat het werkte en hoe het resultaat er precies uitzag. Bij het project Digitaal Depot voor Museum Boijmans van Beuningen in 2003, met grote touchscreens, was dat principe van aanraken wel bekend, maar het was nog niet alledaags.

En wij vonden dat alles vanzelfsprekend moest zijn voor de bezoeker, zonder uitleg. Er was een gigantisch gat tussen de onwetendheid van de gebruiker en zo’n scherm toepassen. We wisten precies wat we wilden, maar waren, zoals wel vaker, net te vroeg.’ ‘Tegenwoordig hebben opdrachtgevers zelf meer vastomlijnde ideeën, omdat er meer bekend is.’

Odoo CMS - een grote afbeelding

Bin-Packing Tool voor de visuele identiteit van Museum of the Future 2017

Castro noemt een ander facet: ‘We waren best integer. We zouden meedoen aan een pitch voor de Chipper (een concurrent voor de Chipknip). Maar in het contract stond dat alle rechten, ook die van de verliezers, bij de opdrachtgever kwamen en dat de winnaar daarvan dus gebruik kon maken. Dat vonden we niet fair. We deden sindsdien nooit meer mee aan een onbetaalde pitch. De generatie van nu ziet dat anders. De context is niet meer hetzelfde en er zijn andere budgetten. Als beginnende ontwerpers konden we toen dat risico nemen.’

‘Je moet ook geluk hebben met een opdrachtgever. Voor Olof van Winden van Todays Art maakten we in 2005 als site een blauwe overzichtskaart waarop je eindeloos kon in- en uitzoomen. Zolang je op de knop drukte ging dat door. Telkens kwam het oorspronkelijke beeld weer terug. Dat was supertof. Zoomen op een site was toen nog onbekend. Google Maps bestond bijvoorbeeld nog niet. Pas geleden sprak Olof – met wie we nu bevriend zijn – ons nog toe, dat we “magische websites maakten die niemand begreep”.’

Barendse: ‘We maakten ook een MTV commercial voor Todays Art. Alleen, omdat dat zo’n zender was met alleen maar supersnel bewegende beelden, besloten we dat blauwe vlak twintig seconden doodstil te laten staan en daarna heel snel even dat zoomen te laten zien. Dat contrast met de context maakte dat het goed werkte.’

Alles bij elkaar betekent dat wel dat ons werk moeilijk af te beelden is, in een boek of zo. Een foto werkt niet, want het gaat altijd om het proces of over tijd. Karel Martens zei al dat een teken van een bijzonder ontwerp vaak is dat het niet of moeilijk te reproduceren is, omdat bijzondere druktechnieken, papiersoorten, eventuele bindwijzen en formaten ook deel uitmaken van het ontwerp’.

Odoo CMS - een grote afbeelding

Thomas Castro in The Grey Space in the Middle, Den Haag. 

Castro gaat door: ‘Wij ontwierpen een systeem dat je kon sturen. Daar kwam toevallig vorm uit. Het systeem konden we eventueel bijstellen voor een beter resultaat, maar aan de output viel niets te tweaken. Bij de eerste of zelfs de tweede presentatie hadden we nog geen ontwerp. Er was dan een diagram, een schets, of een filosofisch concept. We wisten verder ook nog niet wat het ging worden. We ontwikkelden alleen een raamwerk, met spelregels.’

Barendse vult aan: ‘Als de verhouding met de opdrachtgever goed was leidde dat tot felle gesprekken. Dat was echt op een hoger niveau. Juist in dat gevecht kon je dingen verbeteren. Daarom probeerden we de opdrachtgever echt mee te nemen in het proces, zodat hij zich ook verantwoordelijk voelde voor de uitkomst.’

Op dat moment voegt Dimitri Nieuwenhuizen zich bij het gesprek en doet meteen mee: ‘Als bij de druk op de knop een resultaat ontstond, moest je een WOW!-moment hebben. Nu snappen we het! Dan kreeg je het vertrouwen van de klant. Zelf wisten we vaak ook niet wat er zou komen, zeker als er bij elke druk op de knop iets anders kwam.’ 

Castro vertelt: ‘Opdrachtgevers waren van grafisch werk gewend te kunnen kiezen uit drie opties: A, B of C. Wij deden dat niet. Dat ging een keer helemaal mis bij het Ministerie van VROM, waarvoor we aan een generatief logo werkten, een logo waarvan de weergave afhangt van parameters en random gegevens. Wij kwamen alleen met een schets en uitleg. Dat ging hun veel te ver. Het ontwerp kwam er niet. Maar we hadden wel geleerd hoe je zo’n principe aanpakt en dat konden we later weer gebruiken.’

Dimitri Nieuwenhuizen legt uit: ‘Wij werkten heel inefficiënt. We ontwikkelden basistools die we in verschillende projecten telkens op een totaal nieuwe manier konden toepassen, zodat we onszelf steeds konden blijven vernieuwen. We deden kennis op voor meer praktische opdrachten en we leerden steeds beter uitleggen wat we deden.’

Castro: ‘Het ging ook om autonomie. We wilden geen uitvoerder zijn. Er werd om ons heen gesproken over vragen als: zal grafische vormgeving nog bestaan in de toekomst? Maar mensen die creëren zullen er altijd zijn. Hoe je ze noemt doet er niet zoveel toe.'

Odoo CMS - een grote afbeelding

De eerste website van LUST (1996) 

Nieuwenhuizen: ‘Ik heb me nooit ontwerper gevoeld, eerder een rare mix van uitvinder, vormgever, kunstenaar, filosoof aan de zijlijn.’ Barendse: ‘Makers waren we.’

Nieuwenhuizen gaat door: ‘We zijn altijd blijven klooien. Voor de crisis ging dat vanzelfsprekend, maar in 2010 werd LUSTlab een waarborg om dat te kunnen doen. Je moest dat experiment ergens kwijt. Toen hebben we van onze laatste centen drie mensen aangenomen om te doen wat ze wilden. Het was tot dat moment een jaar minder goed gegaan. Dit was echt erop of eronder.’

Thomas Castro legt uit: ‘Zo konden we vrijheid scheppen. Voor subsidie lagen we goed omdat we kennis en kunde konden ontwikkelen. We werkten in grote Europese projecten. Alles lag open. LUST werd de overgang tussen de oude glorie van grafische vormgeving en de nieuwe generatie die samenwerkt met wetenschapsmensen. Zo ontstonden nieuwe mogelijkheden en nieuwe posities, zoals je nu hebt met Next Nature Network en zo.’

Nieuwenhuizen: ‘Wetenschap werd een integraal onderdeel van ons werk. LUSTlab had ook een scientist-in-residence-programma. Wetenschappelijk onderzoekers deelden kennis met ons en wij keken wat we daarmee konden doen.’

"Het maakte ons niet uit of het video was, of drukwerk, of een gebouw. We zochten de mooiste drager voor wat we wilden vertellen"

‘LUSTlab ging gepaard met grote groei. Eerst zaten we in een grachtenpand aan de Dunne Bierkade al gauw met zijn vijven op de begane grond en de eerste verdieping. Dat werd krap. Toen kwam het gebouw van de voormalige Vrije Academie leeg. Daar trok Art and Science van de KABK in en wij hadden niet lang nodig om te beslissen ook een verdieping te nemen. Op het hoogtepunt waren we met zeventien mensen die ook allemaal samen gingen lunchen. Als het mooi weer was deden we dat aan de Dunne Bierkade, waar een tuin was, en bij lelijk weer in het grote pand aan de Paviljoensgracht.’

‘Die forse groei kwam op gang dankzij het feit dat we ook van die kleine prutdingen deden. Voor Paradiso maakten we namelijk een VIP-kaart. Die geven ze twee keer per jaar uit in tweehonderd stuks. Het werd een businesskaartje met in cd-rom-format een programmaatje waarmee je vj kon spelen. Als honorarium kregen we er zelf eentje, voor zijn drieën. Maar daarna kregen we opeens bezoek van Museum Boijmans van Beuningen met de vraag of we een digitaal depot konden ontwikkelen. Dat werd echt een doorbraakproject met grote consequenties.’

Zo ontwikkelde LUST een visie op interactie die niet meer aan een bepaalde drager gekoppeld was. Castro: ‘Digitale dingen moesten een mooie typografie hebben, maar andersom moesten gedrukte dingen op hun manier interactief zijn en hadden ze ook een interface, bijvoorbeeld in de manier van vouwen. Het werd een holistische kijk op vormgeving.’ Dimitri Nieuwenhuizen: ‘Het maakte ons niet uit of het video was, of drukwerk, of een gebouw. We zochten de mooiste drager voor wat we wilden vertellen.’

Odoo CMS - een grote afbeelding

Een frame van de toolkit voor het Future Museum 2017

De samenwerking binnen LUST was steeds intensief en informeel. Overleg was geen kwestie van vergaderingen beleggen.

Nieuwenhuizen: ‘Het was gedeelde nieuwsgierigheid. Er zat veel tijd in het delen van vondsten. We hadden expres hoge bureaus, zodat je over elkaars schouder kon meekijken. Alle projecten zaten in dozen. Een stagiair hoefde niet bij het begin te beginnen. We werkten als collectief. Onze afzonderlijke namen werden niet vermeld.’

Voor Dimitri Nieuwenhuizen is het tijd zich uit het gesprek terug te trekken. Het verhaal gaat door, over het einde van LUST en het vervolg. ‘Eind 2016 was er al bedacht om dit jaar een groot feest te organiseren om te vieren wat we hebben bereikt.’ Jeroen Barendse: ‘Maar vanaf januari dit jaar begon zich af te tekenen dat het bij Dimi niet goed zat. Het was nog niet duidelijk hoe erg het was, maar hij kon zich nergens meer aan committeren. Toch was zijn ziekte er de oorzaak van dat we heel goede gesprekken hebben gevoerd over ons werk. We kijken erop terug als een mooie periode van reflectie. In april/mei besloten we te stoppen met LUST en LUSTlab. Voor de zomer bleek dat er fatale uitzaaiingen waren. Dimi zou in de zomer naar Frankrijk gaan om afscheid te nemen van familie en vrienden. Zijn ouders hebben daar een huis.’ Thomas Castro: ‘Ik was op de Filipijnen, op familiebezoek met daarna een Summer School in Japan. Jeroen belde me voor het nieuws. Ik had een slechte verbinding en ben kriskras de stad doorgereden tot ik wifi had in de auto, bij een coffeeshop. Hij zei ook zoiets als, oh ja, we hebben die prijs van de BNO gewonnen. Dan moet je ze misschien zeggen dat we stoppen, zei ik.’

Er was heel veel bereikt en LUST had zich steeds weten aan te passen. De oprichting van LUSTlab was daarvan een gevolg geweest. Nu was gebleken dat LUST moest ophouden op het hoogtepunt. Maar het werk gaat door. Jeroen Barendse besloot voor zichzelf door te gaan, met twee voormalige LUSTlabmensen en Thomas Castro, hoofd grafische vormgeving bij ArtEZ, zou ook voor zichzelf beginnen. Barendse: ‘LUST had een collectieve mentaliteit. Je kunt zo’n bedrijf niet verkopen of zo.’ Het oorspronkelijk geplande feest gaat in zekere zin door. Het wordt een symposium ter gelegenheid van de BNO Piet Zwart Prijs. Dan is Jeroen Barendse al druk met zijn nieuwe bedrijf RNDR en het zou kunnen dat Thomas Castro ook een nieuwe start heeft gemaakt.