Milaan komt eraan: beurstips van experts

Veel ontwerpers vragen zich af welke beurs het meest geschikt is voor hun werk en hoe ze zichzelf het beste kunnen presenteren. Aan het woord o.a. Michael Barnaart, VANTOT en Beatrice Waanders. En van ieder ook een gouden tip.

tekst door Viveka van de Vliet

Nu de Milan Design Week over een kleine maand losbarst, laten we drie ontwerpers aan het woord over de designbeurzen. Veel ontwerpers vragen zich af  welke beurs het meest geschikt is voor hun werk en wat de beste manier is om zichzelf te presenteren. Aan het woord Michael Barnaart, VANTOT en Beatrice Waanders. En van ieder ook een gouden tip.  

Odoo CMS - een grote afbeelding

Illustratie: Robert van Raffe

"Als je nog vol twijfels rondzwemt en nog focus in je werk moet aanbrengen, zoals veel beginnend ontwerpers, kun je beter overwegen een jaar te wachten met deelnemen aan een beurs", zegt Nicole Uniquole, onder andere oprichter en curator van Meesterlijk in Nederland en Masterly in Milaan.

Zeker driekwart van de creatieven die wensen deel te nemen aan een van haar beurspresentaties, zetten volgens haar te vroeg de stap. "Ik raad het ze af omdat ze niet klaar zijn voor een presentatie en dat is zonde van hun investering. De academies leveren veel onzekere mensen af", vindt ze. "Als ontwerper moet je juist een statement maken, een uitspraak doen. Ik, maar ook consumenten verwachten een visie."  

Tip van Nicole Uniquole: wees goed voorbereid in zowel beeld en tekst als product. Met alleen een mooi ontwerp kom je er niet. Een kenner kijkt er wel doorheen als je een product bij wijze van spreken in een vuilniszak presenteert, maar van een argeloze consument kun je dat niet verwachten.

Beatrice Waanders

Aan die visie ontbreekt het Beatrice Waanders niet. Ze is opgeleid als interieurontwerper en oprichter van The Soft World waar ze schapenwol van Nederlandse bodem tot (akoestische) wand- en vloerkleden en kussens verwerkt. Waanders doet wat niet veel ontwerpers doen: sinds 2010 tot afgelopen jaar stond ze met haar collecties op Maison & Objet in Parijs, de oudste, grootste en misschien wel chicste verkoopbeurs. Het niveau is uitermate hoog en de toelating streng. "Een commissie bekeek of mijn kussens wel goed genaaid waren", vertelt ze. "Niemand spreekt goed Engels, het is hiërarchisch georganiseerd, de mensen zijn arrogant en je moet vechten om iets voor elkaar te krijgen."
Foto: The Soft World: Curtains Clouds

Maar Waanders liet zich hierdoor niet uit het veld slaan. "Op deze enorme beurs waar werkelijk alles is te vinden, moet je niet denken dat het genoeg is dat je er staat. Het is heel belangrijk dat je als kleintje een goede plek weet te bemachtigen in een van de spannendste designhallen."

Beatrice Waanders: "Niemand spreekt goed Engels, het is hiërarchisch georganiseerd, de mensen zijn arrogant en je moet vechten om iets voor elkaar te krijgen"

De presentaties in Parijs zijn niet alleen goed geweest voor haar pr, maar brachten ook een samenwerking tot stand: haar creaties werden op de catwalk gedragen tijdens een van de shows van Maison Martin Margiela. Ook verkocht Waanders vrij goed aan Japan, iets wat gezien de taalbarrière en de andere gebruiken vanuit Nederland nauwelijks zou zijn gelukt. 

Odoo CMS - een grote afbeelding

Foto: Beatrice Waanders

Ze adviseert om meerdere jaren achtereen naar dezelfde beurs te gaan om te leren en contacten op te bouwen. "Je moet niet denken dat je op Maison & Objet meteen de hele tent uitverkoopt, maar het is wel zo dat inkopers van alle warenhuizen hier een zak geld komen legen."

Dat Maison & Objet zeer kostbaar is om aan deel te nemen – je bent zo achtduizend euro kwijt – is een extra stimulans om er alles uit te halen. Goede opvolging geven aan de beurs is daarom belangrijk,  al vindt ze dat lastig. "Ik voel me al gauw een stalker. Als ik mail en potentiële klanten zeggen nee, dan denk ik meteen dat het voor altijd een nee is", zegt ze. Voor sales zou ze wel iemand willen inhuren.

Tip van Beatrice Waanders: probeer te achterhalen waar de mensen die je stand bezoeken interesse in hebben. Vraag naar hun contactgegevens en noteer meteen en nauwkeurig de ijkpunten van het gesprek. Refereer daar later aan in een bedankmail.

VANTOT

Foto: VANTOT, Sam van Gurp & Esther Jongsma
Sam van Gurp en Esther Jongsma van VANTOT kennen de toegevoegde waarde van het inhuren van specialisten. "Onze kwaliteit ligt bij het ontwerpen. Je kunt niet alles zelf en overal een medewerker voor hebben is ook geen optie. Een pr-professional inhuren als je op een beurs staat betaalt zich zeker terug", zegt Jongsma. Afgelopen jaar toonden ze opnieuw hun werk bij Big Art in de Amsterdamse Bijlmer Bajes, een initiatief van Anne van der Zwaag. Jongsma: "We halen er veel uit: er komt een gericht publiek en we verkopen ons werk.  

Daarnaast is het bijzonder dat de suppoosten zoveel van de getoonde ontwerpen weten; dat zijn extra ambassadeurs van je werk."

Anders dan op directe verkoop, is de Milan Design Week meer gericht op het leggen van nieuwe, zakelijke contacten. Het blijft een spraakmakende beurs die goed is voor je pr, omdat er zoveel partijen komen. Je moet als ontwerper wel goed weten wat je eruit wilt halen, waar je met jouw product het beste kunt staan en wie je doelgroep is. 

Met een internationaal label in het vizier waar ze hun lichtontwerpen bij onder willen brengen, is dat precies wat VANTOT deed. Deze focus werd tot groot plezier beloond: hun lichtontwerpen zijn bij het in Parijs gevestigde DCW Editions opgenomen. Een luxe, want dit jaar presenteert het merk hen in Milaan en hoeven ze er voor het eerst niet zelf te staan.

Odoo CMS - een grote afbeelding

Foto: VANTOT, Mint Gallery

Slechts twee jaar geleden stond VANTOT voor het eerst in Milaan, bij Ventura Lambrate. Het was de eerste internationale stap en die was zeker niet onverdienstelijk. Sinds de presentatie wordt hun werk in 83 landen gerepresenteerd. Vorig jaar toonden de ontwerpers hun collectie verlichting bij Van der Zwaags Bar Anne èn ze waren geselecteerd voor deelname aan Salone Satellite. Twee bijkans diametraal tegenover elkaar staande initiatieven, die elkaar tegelijk perfect aanvullen.

VANTOT: "Een catalogus is unieker en minder vrijblijvend"

"Het zijn verschillende manieren om contacten te leggen", zegt Jongsma. "Bij Bar Anne is de positie van al die Nederlandse labels bij elkaar waardevol omdat je naam gaat rondzingen en je ’s avonds wijn met elkaar drinkt. Satellite is meer van de koude contacten. Elke twee minuten komt daar iemand binnen. Dat betekent dat je je goed moet verplaatsen in mensen die voor het eerst je werk zien en met wie je niet uitgebreid aan tafel kunt zitten kletsen." 

VANTOT besloot een ‘ouderwets’ medium in te zetten. Ze maakten een catalogus. Een forse investering van drieduizend euro. "Als je je visitekaartje afgeeft, zegt het niets over hoe ver je bent als ontwerper", verklaart Jongsma. "Een label zou kunnen denken: 'Deze studentjes kan ik wellicht verder helpen met een prototype.' Maar als je een serieuze catalogus laat zien, kun je meer aandacht aan je producten besteden en bovenal, je gaat meteen op niveau met elkaar in gesprek. Een catalogus is unieker en minder vrijblijvend."

Tip van VANTOT: bedenk van tevoren goed waarom je op die beurs staat, wat je eruit wilt halen en hoe je dat wil bereiken. Je kunt nooit alle honderd dingen goed doen. Dus zorg voor een heldere focus die ook haalbaar is.

Michael Barnaart

Michael Barnaart doet bijna alles zelf. Zijn achtergrond aan de modeopleiding biedt wellicht een voorsprong: door vakken als pr, marketing en psychologie, en het leren kijken naar hoe de maatschappij functioneert, zit hij minder in zijn eigen bubbel, meent hij. Een ding staat bij hem altijd bovenaan: kwaliteit. De rest is opsmuk, zegt hij. Een leraar zei dat ooit tegen hem: “Als je een bedrijf wilt beginnen, zorg dat je kwaliteit levert.” 

Net als Beatrice Waanders, kiest Michael Barnaart bewust voor de beurs Object Rotterdam, ook geïnitieerd door Anne van der Zwaag.
Foto: dripping Tricomatic

Ondanks dat er weinig kleding wordt getoond is hij daar geen vreemde eend in de bijt en in de modewereld wel.

"De mode vind ik ingewikkeld, het verandert elk seizoen. Mijn ‘classics’ koop je net als design en kunst voor de rest van je leven." Barnaart denkt als een productontwerper. Gebreide jurken met grafische iconische patronen als de bekende Mondriaanjurk, de statements of knipogen als een ingebreide parelketting of een schaar langs stippellijntjes, vormen een handschrift dat vergelijkbaar is met dat van een designstoel.

"Ik voel me thuis in de designwereld. Ontwerpers zijn leuke mensen en aanpakkers die timmeren en sjouwen. In de modewereld tillen ontwerpers hoogstens drie jurkjes, de rest laten ze doen."

Odoo CMS - een grote afbeelding

Foto: Michael Barnaart, Fotograaf: Eveline van Egdom

Dit jaar toonde hij in het HAKA-gebouw tijdens Object zowel kleding en accessoires als zijn nieuwe experiment: de Tricomatic. Een configurator waarmee je een kledingontwerp in de webshop naar eigen smaak kunt personaliseren door met zijn ‘Drippingjurk’ zelf kleurencombinaties te maken. Daarna gaat het unieke, ambachtelijke kledingstuk in productie. Gecureerd maatwerk, noemt hij zijn bijzondere antwoord op de massaproductie van kleding.

Michael Barnaart: "Je moet jezelf serieus nemen, maar ook zelfspot hebben, niet arrogant zijn maar ook geen valse bescheidenheid tonen"

Inmiddels kennen mensen hem, bij zijn eerste presentatie op Object hadden mensen nog nooit van hem gehoord. "Daar viel wat te winnen. Door mijn opvallende vormgeving onthielden mensen mij", zegt hij. Zijn open en geïnteresseerde houding speelt zeker ook een rol. "Je moet jezelf serieus nemen, maar ook zelfspot hebben, niet arrogant zijn maar ook geen valse bescheidenheid tonen", meent hij. 

Barnaart probeert ook anderszins zichtbaar te blijven bij zijn doelgroep. Hij heeft in tegenstelling tot veel ontwerpers, een webshop èn twee winkels in Den Haag, een met gebreide kleding, de tweede, die hij vorig jaar opende, met accessoires met dezelfde patronen als de jurken. En zo zijn, de winkels, de webshop, en de beurzen goede plekken om zijn ontwerpen te presenteren en te verkopen.

Tip van Michael Barnaart: op een beurs zien bezoekers zoveel op een dag, dat je je beter op een ding kunt richten: laat zo simpel mogelijk zien wat je doet. Ik leerde dat nadat ik mijn eerste prêt-à-portercollectie toonde en meteen een heel modemerk wilde creëren. Sindsdien toon ik het belangrijkste element uit mijn werk en dat vergroot ik bijna karikaturaal uit. Want als een bezoeker je werk niet snapt of teveel prikkels krijgt, loopt-ie meteen door.
Dit artikel is een geüpdatete versie van het artikel ‘Mind your own business’ in de rubriek BUSINESS in de hersfteditie van Dude magazine 2018.