Nóg een museum voor design in Brabant?

Opinie: Timo de Rijk (Design Museum Den Bosch), reageert op de eventuele plannen voor een Rijksmuseum voor design in Brabant. Dit n.a.v. een door de Tweede Kamer aangenomen motie.

Succes smaakt ­immer naar meer, zoveel is wel duidelijk. Nauwelijks bekomen van weer een bezoekers­record van de Dutch Design Week (DDW), deed het Brabants Dagblad vorige week verslag van de steun van de minister voor de vestiging van een Rijksmuseum voor Design in Eindhoven. In werkelijkheid rept minister Van Engelshoven helemaal niet over Eindhoven, maar heeft ze nog slechts de Raad voor Cultuur gevraagd advies uit te brengen over de mogelijkheid van zo’n Rijksmuseum in Brabant. Maar de goede verstaander begrijpt dat Eindhoven wel het hele jaar rond, de reuring van de Design Week wil. De stad en omgeving worden dan immers aantrekkelijker voor zowel toeristen als (nieuwe) bewoners en de ronkende ambitie om een hoofdrol te spelen in de internationale designwereld klinkt er, laten we zeggen, ... wat minder ronkend door.

Dat in ieder geval in Nederland onmiddellijk en door velen aan Eindhoven wordt gedacht als het woord design valt, is nog niet zo heel erg lang een uitgemaakte zaak. Zo’n vijftien jaar geleden noemde de toenmalige directeur van het Nederlands Architectuur Instituut, de Amerikaan Aaron Betsky, juist Rotterdam de wereldhoofdstad van design en niemand die dat toen betwistte. Rotterdam had met zijn Instituut, de designcollectie van museum Boijmans Van Beuningen en een rijtje internationale ontwerpers onverslaanbare troeven in huis, maar de stad liet bijvoorbeeld de wereldberoemde Rotterdam Designprijs teloor gaan en de Rotterdamse City Branding tamboereerde daarna nog slechts op de trommel van het architectuurtoerisme.

Dunnetjes geschraagd

Waar Rotterdam afhaakte, zette Eindhoven door, al werd de claim als het designmiddelpunt van Noord-Europa lange tijd wel erg dunnetjes geschraagd door, laten we wel zijn, niet meer dan een druk bezochte festivalweek, het designimperium van Piet Hein Eek en de publicitaire aantrekkingskracht van de Design Academy. Het grote (herfstvakantie)- publiek en de eigen applausmachine van de Dutch Design Week maskeren de laatste paar jaar de schrale plekken en de kwetsbare positie van Eindhoven als designstad.
Om te beginnen zijn in allerlei steden in de wereld designweken en -festivals gestart of verder ontwikkeld. Naast natuurlijk Milaan, hebben Helsinki, Londen en, verder weg, Istanboel, to name a few, elk hun eigen kwaliteiten, en al voelt Eindhoven zich vaak onaantastbaar, ze zorgen er in ieder geval voor dat de designkoek kleiner wordt. Het antwoord van Eindhoven op de concurrentie is voorlopig niet op inhoud gekozen. Een paar jaar geleden nam de Dutch Design Week afscheid van hun jaarboek, waarvoor geen ­serieuze publicatie in de plaats kwam. De afstand tot internationale onderzoeksinstituten als TU Eindhoven en TU Delft lijkt na een eerste vrijage de laatste tijd flink gegroeid. En het aanbod tijdens de Dutch Design Week is aan erosie onderhevig; tijdens de jongste editie waren de beste en meest spraakmakende shows weggelegd voor mode (Modebelofte) en autonome kunst (Robot Love).

Alibaba

Het is opvallend dat de aantrekkingskracht van design en zijn grote publiek klaarblijkelijk zorgt voor een aanzuigende werking op mode en kunst, waar dat ooit, om allerlei redenen andersom was. In het holistische Van Abbemuseum wordt tijdens de DDW een kortdurend verstandshuwelijk met design aangegaan, afgelopen jaar met een interessante onderzoekspresentatie over het Chinese internetwarenhuis Alibaba. Ogenschijnlijk verdwijnen hiermee de grenzen tussen kunst en design, in de praktijk worden middel en doel verwisseld en verdunt door die verwarring de kwaliteit en de slagkracht van design.

Een vergelijkbare omkering is ook te zien in de Graduation Show van de Design Academy. Jaarlijks goed voor tienduizenden bezoekers week de afgelopen editie uit naar de oude Campinafabriek aan de rand van de stad, waar de presentatie nog uitgestrekter was dan in de Witte Dame. De reden voor de verhuizing was een niet langer toelaatbare onderbreking van het onderwijs in het eigen gebouw. Een verheugende ontwikkeling, want de staf van de Design Academy en haar studenten leken te denken dat de gemusealiseerde presentatie van de eindexamenshow en niet het designonderwijs de reden van bestaan was.

Dienstbaar

Ondanks deze ontwikkelingen kunnen de mogelijkheden en ambitie van Eindhoven als katalysator dienen voor nieuwe activiteiten. Sterker nog, nieuwe initiatieven zijn broodnodig om de toekomst van een vruchtbaar designveld met internationale uitstraling in de Brabantse regio te bestendigen. Een nieuw designmuseum lijkt een geweldige mogelijkheid om het designveld een extra kwalitatieve impuls te geven, en is dienstbaar aan het vervullen van de ambitie van Eindhoven.

Maar wat voor designmuseum zou dat moeten zijn? In de kern is een museum een kennis- en presentatie-instelling met een (historische) verzameling, waarvan de onafhankelijke activiteiten gericht zijn op reflectie. In het eerste proefballonnetje voor een ‘designmuseum’ in Eindhoven wordt wel over een gebouw maar niet over een collectie gerept en ik heb sterk de indruk dat vooral de promotie van hedendaagse projecten voorop moet staan. Het is kortom zo’n beetje het tegenovergestelde van wat van een designmuseum verwacht wordt en wat zo’n instituut veelal zo aantrekkelijk maakt. Ook de minister heeft duidelijk gemaakt dat bij het optuigen van een nieuw Brabants designmuseum ook het erfgoed en de designarchieven aandacht behoeven. Het toeval wil dat een belangrijk deel van die archieven is ondergebracht bij het Louis Kalff Instituut te Eindhoven, dat sinds kort door de gemeente Eindhoven niet langer van een minimale financiële zorg wordt voorzien. Hopelijk is dat laatste een te herstellen bedrijfsongeval en geen indicatie voor de intenties waarmee de stad zich kansrijk acht voor een nieuw Rijksmuseum voor Design.

Variëteit

Maar misschien is het dat wel en wil Eindhoven helemaal geen museum, maar een soort platform, een designlab of wat dan ook, en tegelijkertijd de culturele centjes van de rijksoverheid. Om een nieuw type designinstituut te ontwikkelen, zal het zich dan eens te meer moeten verstaan met de Brabantse regio, die, mede als erfenis van de maakindustrie, een internationaal schier onovertroffen variëteit aan belangrijke initiatieven en instellingen op het gebied van design kent. Vele daarvan zijn al jaren bezig om kennis en faciliteiten te verbinden aan professionele partners en een geïnteresseerd publiek. Het EKWC te Oisterwijk bijvoorbeeld is een wereldspeler op het gebied van keramische artistieke productie. Het Textielmuseum Tilburg bedient op een uitzonderlijke manier makers van textiel en werd door zijn geweldige achterban vorig jaar terecht gekozen tot designmuseum van het jaar. En ons Design Museum Den Bosch, dat sinds 1955 bouwt aan een collectie toegepaste kunst en design, biedt met een tiental designtentoonstellingen en -presentaties per jaar, een van de intensiefste programmeringen op dat gebied (ter wereld!). Ik laat het bij deze drie, maar de lijst is langer. Al deze instituten zijn succesvol omdat ze heel precies weten wat ze willen, daaraan structureel hebben gebouwd en er zonder vooraf opgeblazen verwachtingen een belangrijke plek in het veld mee hebben verworven.

Inspirerend

De marketing van Eindhoven als designstad heeft geweldig goed gewerkt, maar het is tegelijkertijd ook een bedreiging gebleken voor de positie van Eindhoven als designstad. Het lanceren van een plan zonder inhoud, dat bij gebrek aan een betere term ‘designmuseum’ wordt genoemd, is daarvoor symptomatisch. Het nieuwe initiatief voor Brabant is wel een kans en is inspirerend, maar alleen als men bereid is verder te kijken dan toeristische aantrekkingskracht en als de ambitie – liefst op korte termijn – krachtig en integer ingevuld wordt door kennis, een inhoudelijke agenda en een daadwerkelijke verbintenis met het bedrijfsleven en het maatschappelijke en culturele veld. Pas dan kan gebouwd worden aan een duurzame rol in de wereld van design, een rol die vervuld wordt door een kennis intensieve regio en die slechts bereikt kan worden als alle hoogwaardige activiteiten in Brabant daarvoor in stelling worden gebracht.


Timo de Rijk, directeur van het Design Museum Den Bosch.