Terugblik op debat 'Design in Musea'

21 februari organiseerde BNO aansluitend op de ledenvergadering een debat over design in Nederlandse musea: een stand van zaken en meningen.

Eerste aanleiding voor dit debat is het vormgevingsbeleid van het Stedelijk Museum te Amsterdam, een onderwerp waar de BNO zich de afgelopen tijd in heeft gemengd. Maar ook andere musea maken op dit front ontwikkelingen door. Een verslag.


Een van de deelnemers aan het debat is gastheer Timo de Rijk, directeur van het Stedelijk in Den Bosch en voorzitter van de BNO. Verder zitten Guus Beumer (directeur Het Nieuwe Instituut), Hans Gubbels (directeur Cube design museum), ontwerper Richard Hutten en Ingeborg de Roode (conservator industriële vormgeving Stedelijk Museum Amsterdam) aan tafel.

Odoo CMS - een grote afbeelding

De bijeenkomst in het Design Museum Den Bosch, Foto: Ewouter Blokland

Katja Weitering, voorzitter van de commissie Musea in de Amsterdamse Kunstraad en hoofd presentaties van het Museum Catharijneconvent, modereert het debat.


Primeur

Als gastheer opent Timo de Rijk het debat met een primeur: het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch gaat van naam veranderen en heet per 1 juni Design Museum Den Bosch. De nieuwe naamgeving is de volgende stap in de uitgezette koers; het museum zal zich met de programmering uitsluitend richten op design en toegepaste kunsten.

BNO-voorzitter Timo de Rijk opent het debat. Foto: Ewouter Blokland


De Rijk: 'Design Museum Den Bosch richt zich op de impact van design op ons dagelijks leven. Niet alleen de vormgeving zelf komt centraal te staan, maar we vertellen ook het verhaal erachter. We belichten de culturele betekenis. We plaatsen vormgeving in context van de geschiedenis, de actualiteit en de betekenis voor de toekomst.'


De naamswijziging van het Bossche museum is de nieuwste ontwikkeling binnen het beweeglijke Nederlandse museumlandschap, ook beschreven in de recente editie van Dude, en onderstreept de actualiteit van het debat vandaag. 

Grunge

Richard Hutten, foto door Ewouter Blokland

Richard Hutten breekt als designer natuurlijk een lans voor design: 'Design hoort in musea. The Museum of Modern Art noemt design de belangrijkste kunstvorm. Dat is ook logisch, want het is alom aanwezig. We hebben zo'n tweehonderd musea in Nederland, en dat zijn allemaal designmusea: van naaimachinemuseum tot automuseum. Juist de overige kunst leeft een marginaal bestaan in de musea.'

Wat Hutten mist is de context van dat getoonde design, zoals het achterliggende maakproces of de impact op de gebruiker.

"Zonder Nirvana had Droog Design niet bestaan"
- Richard Hutten

'Afgelopen zondag opende de expositie over 25 jaar Droog Design in Museum Kranenburgh. Dat is mooi, maar uiteindelijk was het alleen maar een verzameling producten zonder enige context. Terwijl het een prachtige tijd was waarin dit ontstond. De val van de muur. De grunge. Dat is de essentie van Droog! Zonder Nirvana had Droog niet bestaan. Dus waarom werd hun muziek bijvoorbeeld niet gespeeld? Ik vond het een gemiste kans.'


Ook ziet de ontwerper de onderlinge concurrentie als probleem: 'Het lijkt soms te gaan om de vraag wie het meeste heeft van Sottsass, Gispen, of Eames. Laten we een grote nationale collectie maken. En toon alle vormen van kunst en design samen, voor het tijdsbeeld en de onderlinge verbanden.'

Context


Ingeborg de Roode beaamt het: 'In musea haal je design inderdaad volledig uit de context van de gebruiker, en ook van het productieproces. Daar ben ik me bewust van. Maar diegene die de exposities maakt moet in staat zijn die context te geven.

En dan is het jammer om te constateren dat de universiteiten bij het opleiden van kunsthistorici de laatste jaren maar weinig aandacht voor vormgeving hadden.' 

"Het is heel moeilijk om vormgeving goed tentoon te stellen" - Ingeborg de Roode

Ook pleit De Roode voor meer aandacht bij de kunstacademies; niet alleen voor vormgevingsgeschiedenis, maar ook voor tentoonstellingsvormgeving.  'Het is heel moeilijk om vormgeving goed tentoon te stellen, en het is dus van levensbelang dat we hierbij met goede ontwerpers kunnen samenwerken, die een interessante tentoonstellingsvormgeving kunnen creëren en iets met de context doen.'


(Op een vraag uit de zaal zegt ze gek genoeg nog nooit benaderd te zijn door ontwerpers (in spe) die in dat kader stage aanvragen, in tegenstelling tot de vele kunsthistorici die zich aandienen.)