BNO reageert op advies Raad voor Cultuur

De Raad voor Cultuur heeft het Advies over het Cultuurstelsel 2021 – 2024 openbaar gemaakt. BNO-directeur Madeleine van Lennep reageert.

Op 11 april heeft de Raad voor Cultuur het Advies over het Cultuurstelsel 2021 – 2024 ‘Cultuur dichtbij, dichtbij cultuur’ aan minister van Engelshoven overhandigd en openbaar gemaakt (lees hier het persbericht en hier het volledig advies). BNO-directeur Madeleine van Lennep licht er in een eerste reactie wat punten uit.

Vanuit het perspectief van het ontwerpvak, ontwerpers en de BNO een aantal observaties. Het advies toont aandacht en begrip voor de praktijken van ‘creatieven’, legt connecties en stelt doelen, ook buiten vanouds vertrouwde sectoren en autonome, vaak zeer subsidieafhankelijke praktijken.

De Raad hamert op vergaande aanpassingen in het stelsel; dat is hoog nodig en daarmee boet ‘de macht van de status quo’ gelukkig in, die lang bepaalde wat met publieke middelen (mede) mogelijk wordt gemaakt. Er is veel aandacht voor de vaak benarde en unfaire economische omstandigheden van creatieven, en daarmee voor de Arbeidsmarktagenda, in verband waarmee ook substantiële middelen worden aanbevolen.

Er wordt gevraagd om zorgvuldiger omgang met cultureel erfgoed, waarbij belangrijke ontwerparchieven ook met name worden genoemd, mede dankzij onze recente lobby.  

De BNO ziet veel aanknopingspunten. Rond de Arbeidsmarktagenda. Rond het professionaliseren van ontwerpers en hun praktijken. Rond stimuleren van goed opdrachtgeverschap. Rond duidelijker verantwoordelijkheid voor en uitvoering van erfgoedtaken. Rond verdergaande digitalisering. Rond het verzamelen van facts & figures. Lang niet uitsluitend voor de bij haar aangesloten ontwerpers en bureaus maar voor de hele vakgemeenschap, doet de BNO veel op het gebied van debat en reflectie (via Dude, het Dutch Designers magazine en via instrumenten als prijzen en events).

De BNO faciliteert uitwisseling en presentatie voor en door professionals op allerlei plekken in het land (via de platforms in de verschillende regio’s). Niet op de laatste plaats is de BNO zeer actief rond professionalisering en ondernemerschap (via de Branchemonitor, ander onderzoek, en met voor iedereen toegankelijk trainingsaanbod en YA, het programma voor Young Alumni). Ook hier liggen allerlei kansen om activiteiten op een hoger en breder plan te tillen.

Het is opvallend dat het advies met geen woord rept over positie, rol en impact van beroepsorganisaties. Wellicht door het generieke karakter van het advies, maar het suggereert toch ook een onrustbarende blinde vlek.

De BNO wil gezien en benut worden als kennisinstelling, community van professionals, die ontwerpers en ontwerpbureaus verenigt en aandacht besteedt aan zaken als professionalisering, samenwerking, vakinhoudelijke issues en discussies etc.

De BNO zal ook andere relevante partijen stimuleren tot het aangrijpen van de nieuwe kansen.

En zoals altijd: the proof of the pudding is in the eating. Wordt vervolgd!