02-07-2018 - Op 27 juni is Marjan Unger overleden. Een in memoriam door Sybrand Zijlstra.

Onlangs werd bekend dat Marjan Unger, erelid van de BNO, op 27 juni jl. is overleden na langere tijd geleden te hebben aan een ongeneeslijke ziekte. Zij was sinds 1968 getrouwd met Gerard Unger, een ander erelid van de BNO. Sybrand Zijlstra, die vele jaren nauw met haar heeft samengewerkt, gedenkt haar en maakte een kort carrrièreoverzicht.

Met het overlijden van Marjan Unger verliest de Nederlandse vormgeving een markante persoonlijkheid en een onvermoeibaar pleitbezorger. Ze stond vooral bekend als promotor van het sieraad, maar ze was ook goed thuis in alle andere vormgevingsdisciplines.

Hoewel ze in 1964 naar de Gerrit Rietveld Academie ging om industriële vormgeving te studeren, moet ze al vroeg besloten hebben dat ze geen maker was maar een beschouwer. Daarnaast was ze vooral ook een uitgesproken liefhebber van vormgeving. Het motto ‘less is more’ was daarbij zeker geen leidraad. Ze begreep wel dat dit een manier was om tot een zekere esthetiek te komen en die kon zij ook best waarderen, maar tegen het idee dat dit voor altijd en iedereen moest gelden kwam zij in opstand, zoals tegen elk dogma. 

Marjan was altijd bezig haar blikveld te verruimen en nieuwe dingen te ontdekken en wilde dit ook graag delen met anderen – als docent aan de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut, als hoofdredacteur van de tijdschriften Bijvoorbeeld en Morf en als auteur van talloze artikelen en twee substantiële boekwerken. 

Ik heb de eer en het genoegen gehad met haar samen te werken bij Dutch Form, het Sandberg Instituut en Morf. Ze was in alle opzichten onnavolgbaar. Het ene was nog niet af of ze had alweer het volgende bedacht. Studenten kwamen na buitenlandse excursies onder haar leiding uitgeput terug. Alles gebeurde met volle inzet van haar persoonlijkheid en dat hield onder andere in dat er veel gelachen werd. 

Ze was een sterke maar hartelijke persoonlijkheid, genereus en gastvrij, standvastig maar altijd in staat zichzelf te relativeren. Ze zorgde ervoor dat haar persoonlijke ambities parallel liepen aan hogere doelen en nam geen genoegen met een rol als zogenaamd objectieve toeschouwer. Haar bijdrage aan de Nederlandse vormgeving is moeilijk te overschatten en ook op het persoonlijk vlak zal ze door velen gemist worden.

Carrièreverloop

Marjan Unger studeerde industriële vormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie van 1964 tot 1967, maar het was duidelijk dat daar haar bestemming niet lag. Ze kwam in het modeonderwijs terecht en werd op jonge leeftijd directeur van de Amsterdamse Modeakademie.

"Marjan Unger, van 1973 tot 1977 directrice van de Amsterdamse Modeakademie, voerde in hoog tempo een aantal belangrijke en beslissende veranderingen door in het mode-onderwijs. Zij erkende vroegtijdig, samen met een aantal enthousiaste docenten, het belang van de inbreng van gastdocenten zoals stylisten uit de confectie-industrie. Wat toen nog een nieuw vak was. Door die gastdocenten kwam er een meer professionele mentaliteit op school." (Bron: Akademie Vogue)

Ze was van 1980 tot 1989 hoofdredacteur van het blad Bijvoorbeeld, dat eind jaren ’60 was opgericht als ‘tijdschrift voor creatief handwerk’, en transformeerde het tot een tijdschrift over toegepaste kunst en vrije vormgeving, waarin zij o.a. ruimte gaf aan ontwerpers om hun opvattingen uiteen te zetten en discussie te voeren. 

Ze keerde in 1982 terug naar de Rietveld Academie als docent. In 1987 studeerde ze af in de kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, een studie waaraan ze 13 jaar eerder begonnen was. In 1989 organiseerde ze vanuit de Rietveld Academie het symposium Mode en milieu, op een moment dat de belangstelling voor het milieu in de vormgeving pas net de kop opstak.

In 1991 werd ze voor een jaar directeur van Stichting Dutch Form, die werd opgeheven toen het Vormgevingsinstituut werd opgericht. Onder haar leiding organiseerde Dutch Form o.a. de tentoonstelling Materiaal. Stof voor vormgeving in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum, een verkoopbeurs voor vormgevers in Loods 6, en de tentoonstelling Vormgeving op maat in eigen huis aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam. De catalogus bij de laatste tentoonstelling verscheen als speciale bijlage van HP/De Tijd. De laatste twee activiteiten gaven haar belangstelling aan voor het experimenteren met alternatieve vormen van het verkopen en presenteren van vormgeving.

In 1995 zette ze de afdeling Vrije Vormgeving van het Sandberg Instituut op, een tweejarige post-academische opleiding verbonden aan de Rietveld Academie. Altijd goed in het omzetten van een zwakte in een kracht maakte ze aan deze kleine afdeling vooral gebruik van gastdocenten. Haar netwerk was fenomenaal en ze zorgde ervoor dat haar studenten daar volop van konden profiteren. Een hoogtepunt was, zeker ook voor haarzelf, de tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling Vrije Vormgeving in het pand van Ons’ Lieve Heer op Solder, waarin het werk van de studenten een dialoog aanging met het intieme kerkelijke interieur uit de 17de eeuw. 

De opvolger van het Vormgevingsinstituut, Premsela, benaderde haar in 2004 om een tijdschrift op te zetten voor theorievorming over vormgeving dat gratis zou worden verspreid onder kunstacademiestudenten. Dit werd Morf, waarvan zij tot 2008 hoofdredacteur was, in welke functie zij haar belezenheid kon benutten. Morf verscheen tweemaal per jaar in een oplage van 20.000 stuks en bevatte een bloemlezing van klassieke en nieuwe teksten met een beschouwend karakter. 

In 2002 trad ze op als gastconservator voor de tentoonstelling Zonder wrijving geen glans. Nederlandse sieraden uit de 20ste eeuw in het Centraal Museum in Utrecht. Dit was een voorproefje van Het Nederlandse sieraad in de 20ste eeuw, het lijvige standaardwerk van haar hand dat in 2004 verscheen. Als onderdeel van haar onderzoek hiervoor was ze in 1995 begonnen met het aanleggen van een verzameling historische en eigentijdse sieraden, waarvan een deel in de tentoonstelling te zien was. 

Na haar pensionering ging ze zich toeleggen op haar promotie, die plaatsvond op 17 maart 2010 aan de Universiteit van Leiden. In haar proefschrift, Sieraad in context. Een multidisciplinair kader voor de beschouwing van het sieraad, zet ze uiteen welke waarden sieraden kunnen hebben en hoe de kunsthistorische beschouwing hierop zou moeten inspelen door gebruik te maken van inzichten uit andere wetenschappelijke disciplines.

Ter gelegenheid van haar promotie doneerde ze samen met haar man een groot deel van hun collectie sieraden aan het Rijksmuseum. Haar proefschrift verscheen in bewerkte vorm in het Engels onder de titel Jewellery Matters en werd eind vorig jaar gepresenteerd tijdens het gelijknamige symposium in het Rijksmuseum, haar laatste wapenfeit. 

Sybrand Zijlstra