In memoriam Wim Crouwel

 

door Lex Reitsma

Op 19 september overleed Wim Crouwel, grafisch vormgever, tentoonstellingsontwerper, bestuurder, docent, en voormalig hoogleraar en museumdirecteur. Door sommigen werd hij de godfather van de Nederlandse grafische vormgeving genoemd.

19 / 9 / 2019 / 90 jaar. 
8 was zijn lievelingsgetal.
Het oneindigheidsteken.

‘Daar is geen einde, daar is geen begin: het enig zijnde is wisseling.’ Deze woorden van de dichter Garmt Stuiveling schilderde Wim zelf met de hand op de strak witte muur van zijn jongenskamer in zijn ouderlijk huis in Groningen. Hij was toen veertien jaar. Hij had zijn tienerkamer ingericht met zelfontworpen en -gebouwde kastjes. Alles strak en zonder tierelantijnen – daar hield hij toen al niet van. 'Hij was een heel andere jongen, eigenlijk', vertelt zijn vijf jaar jongere zus Annie.

De HBS interesseerde hem niets en op de kunstnijverheidsschool in Groningen, waar hij dacht kunstschilder te gaan worden, was hij meer onder de indruk van het academiegebouw van architect Van der Vlugt dan van de lessen die er gegeven werden. Wel hingen er in het klaslokaal moderne affiches van Cassandre, die hem sterk bijbleven.

In Groningen maakte hij ook kennis met het werk van kunstenaar en architect Job Hansen, die lid was van de Groningse kunststroming De Ploeg, en raakte hij bevriend met diens zoon. Het werk van vader Hansen fascineerde hem en hij besloot naar Amsterdam te gaan, de stad waar het allemaal gebeurde.

Daar zocht hij de ontwerpers Otto Treuman en Dick Elffers op. De kennismaking met hun werk opende hem de ogen. Hij maakte kennis met typografie en zag wat het inhield om boeken en tentoonstellingen te ontwerpen, voor hem een totaal nieuw en onbekend terrein. Hij was korte tijd assistent van Dick Elffers en hielp hem met het uitwerken van diens tentoonstellingsontwerpen. Elffers bezorgde Wim kort daarop een baan bij het interieur- en standbouwbedrijf Enderberg, hoewel Wim geen enkele ervaring had met het ontwerpen van stands.

Via Enderberg kwam hij in contact met Zwitserse ontwerpers. Wim werkte enige tijd met hen samen aan het ontwerp van de expositie ‘Alle hens aan dek’, in het kader van de Marshallhulp. Wim was verantwoordelijk voor de begeleiding van het uitvoeren van het ontwerp. Hij werd getroffen door de systematische denkwijze en ontwerpmethoden van de Zwitsers, die stramienen en vaste maatsystemen hanteerden. De fascinatie voor het stramien zou Wim de rest van zijn leven in zijn greep houden, en vond zijn oorsprong in deze ontmoeting.

Een van deze Zwitserse ontwerpers was Gérard Ifert, die een vriend voor het leven zou blijven. Later bezocht Wim in Zwitserland meerdere malen Josef Müller-Brockmann, een ontwerper die een grote inspiratiebron en een belangrijk voorbeeld voor hem werd.

Wim leerde op de kunstnijverheidsschool in Amsterdam Emy Wijt kennen. Zij trouwden in 1952. Via haar had Wim ook de interieur- en meubelontwerper Kho Liang Ie leren kennen. Wim was erg gecharmeerd van het werk van de estheticus Kho. Vijf jaar werkten ze samen, ieder deels met hun eigen opdrachtgevers. Samen ontwierpen ze spraakmakende stands voor Forbo Krommenie en Auping, die opvielen door de sterke stilering, de onwerkelijke sfeer en compositie.

In die tijd woonde de familie Crouwel – inmiddels waren zoons Mels en Remco geboren – op een door Wim zelf op een maatsysteem ontworpen woonboot. Die was zeer eigentijds en vooruitstrevend ingericht volgens de principes van Goed Wonen en gelegen aan de Amsterdams Schinkel, tegenover het Olympisch Stadion. Geen van de gezinsleden kon zwemmen.

Op de Reguliersgracht, op een zolder boven grafisch bedrijf Rijnja, zette Wim in 1960 zijn eigen zelfstandige praktijk voort. Hij ontwierp veel stands, brochures en boeken met medewerking van een of meerdere assistenten. Het Van Abbemuseum was al vanaf 1956 een vaste opdrachtgever. Directeur Edy de Wilde vroeg hem alle catalogi en de affiches voor het museum te ontwerpen. Zijn affiches voor exposities van Fernand Léger en Edgar Fernhout zijn hoogtepunten uit deze periode.

Het werken binnen een klein atelier had echter zijn beperkingen en op instigatie van Benno Premsela ontstond het idee om een ontwerpbureau met meerdere partners te starten. In 1963 verrees in een statig grachtenpand aan de Amsterdamse Herengracht het eerste interdisciplinaire ontwerpbureau van Nederland: Total Design. Medeoprichters naast Wim waren Friso Kramer, Benno Wissing en de gebroeders Paul en Dick Schwarz. In een later stadium trad Ben Bos toe tot de directie. Total Design bediende zowel culturele als commerciële opdrachtgevers. Zo ontwierp Wim huisstijlen voor de Rabobank, de gemeente Rotterdam en logo’s voor Teleac en Auping en de Frieslandbank. In de ogen van de buitenwereld wás hij Total Design en hij werd Mister Total Design genoemd.

Edy de Wilde was in 1964 intussen directeur geworden van het Stedelijk Museum in Amsterdam en had Wim gevraagd mee te verhuizen. Wim, steeds meer geobsedeerd door vaste maatsystemen, ontwierp een basisstramien voor de catalogi en affiches van het Stedelijk, waarop hij bijna al zijn ontwerpen van de komende twintig jaar zou baseren. Hij vatte de catalogi niet op als zelfstandige publicaties, maar als afleveringen van een tijdschrift. Dit leidde tot een unieke en uitermate herkenbare reeks. Het SM-logo dat Wim voor het museum maakte, staat in het collectief geheugen gegrift.

In 1967 ontwierp Wim het lettertype New Alphabet, dat werd gepubliceerd in een kwadraatblad en uitgegeven door Steendrukkerij De Jong & Co. De letters en cijfers zijn opgebouwd uit louter horizontale en verticale elementen. Het idee achter dit vrijwel onleesbare letterontwerp was een tegemoetkoming aan de beperkte mogelijkheden van de zettechnieken van de computers van die tijd. Het alfabet leidde tot felle discussies en Wim werd uitgenodigd om overal ter wereld over zijn ontwerp lezingen te geven, wat hij maar al te graag deed.

Zijn ontwerp van de cijferpostzegelreeks, die in gebruik waren van 1976 tot 2002, en de vernieuwde vormgeving van het telefoonboek kwamen hem in 1976 op veel kritiek te staan. Renate Rubinstein introduceerde het begrip ‘De nieuwe lelijkheid’ in Vrij Nederland en Wim werd zelfs voor fascist uitgemaakt. Die kritiek leek Wim echter koud te laten. Hij was juist in voor discussie en putte er kracht uit. ‘Mij krijgen ze er niet onder, ik word er alleen maar sterker van!’, waren zijn gevleugelde woorden.

Wim heeft zijn hele leven onnoemelijk veel lezingen gegeven en inleidingen gehouden bij tentoonstellingen. Hij bezat een sterke drang om zijn standpunten voor een gehoor te verduidelijken. Zo voerde hij met generatiegenoot en collega Jan van Toorn in 1972 in het Museum Fodor in een geruchtmakende vaktechnische discussie over het standpunt en de rol van de ontwerper bij de overdracht van informatie. Het ging over subjectief en objectief vormgeven, waardevrij ontwerpen zonder ruis. Het was een vrijwel onbegrijpelijk en door hen zelfgecreëerd meningsverschil dat ontaardde in een discussie die voor buitenstaanders nauwelijks meer te volgen was, maar Wim genoot. Het organiseren van dit debat was bovendien een idee van Wim zelf geweest.

Naast ontwerper was Wim van 1965 tot 1985, eerst als medewerker, docent, en uiteindelijk als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling industrieel ontwerpen van de TH Delft.

Daarnaast was hij van 1985 tot 1993 directeur van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Voor dit museum ontwierp hij ook diverse tentoonstellingen. Het ontwerp voor ‘De verboden stad’ in 1990 bezat een ongekende schoonheid.

Met zijn tweede vrouw Judith Cahen, die hij in 1963 in het Stedelijk Museum tijdens een opening had leren kennen, leefde hij de rest van zijn leven samen. Hun dochter Gili werd in 1979 geboren.

De inrichting van hun huis in de Lohmanstraat, waar ze in de jaren zeventig woonden, baseerde Wim op een maatsysteem. In de woonkamer spande hij van wand tot wand dunne stalen draden, waar hij zijn affiches aan ophing om te kijken of ze bevielen en of ze het uithielden.

Wim Crouwels ontwerpen zullen nog lang stand houden, dat lijdt geen twijfel. Zijn ontwerpen zijn vaak tijdloos genoemd. Naast het imposante oeuvre dat hij nalaat, zal hij ook als voorvechter van het belang van het vakgebied een lichtend voorbeeld blijven voor de jongste generatie ontwerpers. Zijn gedrevenheid, zijn overgave en overtuigingskracht waren uitzonderlijk. Zijn aanwezigheid zowel binnen als buiten de wereld van het Nederlands grafisch ontwerpen zal enorm worden gemist.


Lex Reitsma

Grafisch ontwerper / Filmmaker