Dude-1-2018-Joost-Jansen

Partnerkanaal

Delen op sociale netwerken

Koppeling delen

Gebruik permanente koppeling om te delen via sociale media

Deel met een vriend

Gelieve in te loggen voor het versturen van deze document per email!

In uw website insluiten

Kies de startpagina

Plaats reactie met e-mailadres (bevestigen van e-mail is vereist om de reactie te plaatsen op de website) of in te loggen om een opmerking te posten

7. J S T joost jansen dude

9. SAMEN - WERKEN Joost hecht veel belang aan samenwerken. Al sinds zijn academietijd werkt hij geregeld met vrienden aan al dan niet zelfgeïnitieerde projecten en opdrachten. Behalve met de tweehonderdvijftig Bulgaarse breiende ‘oma’s’ werkt hij voor Survival of the Fashionest intensief samen met specialisten Loret Karman en Ruth Marshall. Scheltens&Abbenes fotogra - feerden zijn collectie en Halfdan Trolle ontwikkelde in samen- werking met Joost mooie dozen om zijn truien in te verpakken en het familieportret waarop de gehele collectie is te zien.

21. Afaina de Jong is architect. Onder haar vakgenoten neemt zij een unieke positie in, die niet voortkomt uit een nagejaagd carrière - ideaal, maar het beste kan worden herleid naar een drive om op een zo breed mogelijke manier in het werkveld actief te zijn. Op die manier voedt ze haar eigen werkpraktijk en de vele aspecten daarvan. Ze realiseerde al een aantal gebouwen maar dat is niet het primaire doel van haar studio. We zien Afaina ook oorspronkelijk en gearticuleerd optreden in denktanks, jury ’ s, onderzoekscommissies en adviesraden. En haar werk is prominent aanwezig in museale manifestaties, boeken en innovation labs. TEKST KITTY DE JONG 40 41 career dude

14. Stages of Grief , in opdracht van KesselsKramer agency, gepubliceerd in glossy DOOD. Foto: Åsmund Crossed Crocodiles Growl , Walter Van Beirendonck, Bart Hess BART HESS ‘Bart Hess heeft een heel eigen stijl in nieuwe media en techno - logie. Het is bijzonder hoe hij verscheidende technieken ontwikkelt en toepast om zelf tot intrigerende nieuwe vormen te komen. Hij investeert al zolang ik hem ken steeds weer in eigen nieuwe ideeën. Als hogerejaars was hij op de academie mijn voor - beeld en dat blijft hij. We maakten met Walter onder andere een video met hem voor de Biënnale van Venetië.’ MAAIKE FRANSEN ‘Maaike is al sinds de Design Academy mijn muze. Haar werk is zo uitgesproken en kwetsbaar; ze droomt met haar handen. Als ontwerper en artdirector is Maaike werkzaam in de mode, film, theater, productdesign en styling. Ze kan daarbij veel verschil - lende media toepassen en blijft worstelen en zoeken naar hoe ze haar eigen droomwereld nog beter kan neerzetten. Ik heb veel bewondering voor de oorspron - kelijkheid van haar werk en de manier waarop zij zich blijft ontwikkelen. Haar body sculpture Death , gemaakt in opdracht van KesselsKramer, hebben we bij Henrik voor een shoot gebruikt.’ 27 dudelicious

15. Beehives voor The Plant Journal , 2017 Honest by SPORTS. Foto: Honest by SCHELTENS & ABBENES ‘Toen ik Scheltens & Abbenes vroeg om mijn eerste collectie Survival of the Fashionest te fotograferen dacht ik dat ze onbetaalbaar zouden zijn. Het is zo waardevol dat zulke gerenom - meerde fotografen dit voor mij als “starter” onder speciale voor - waarden hebben gedaan, gewoon omdat ze in mijn verhaal geloven. Hoe het ook loopt, ik wil net als Walter, Maurice en Liesbeth altijd open blijven staan voor jong talent en ook minder ervaren ontwer - pers de ruimte en kansen geven die ik zelf ook heb gekregen.’ BRUNO PIETERS ‘Onder leiding van modeontwerper en artdirector Bruno Pieters is Honest by baanbrekend in de modewereld. Zij pionieren en strijden voor transparantie in de mode, zowel wat betreft produc - tieketen als prijzen. Daar moet de mode als industrie naar mijn mening naar toe. Bij EE Exclusives hebben we stoffen gemaakt voor zijn sportcollectie.’ 28 dudelicious dude

16. Zuiderzee condimenten . Foto: foodcurators Foto: Joris Peskens JESSE KIRSCHNER ‘In de korte tijd dat ik aan TU/e studeerde, voor ik naar de Design Academy ging, was Jesse de enige met wie ik me verbonden voelde. Sindsdien hebben we altijd samen - gewerkt. Als pionier op het gebied van 3D-print en parame - trisch ontwerpen is hij volhardend en tegelijkertijd niet bang om het over een andere boeg te gooien. Ik heb het interieur van zijn eerste winkel gedaan.’ LUCAS MULLIÉ & DIGNA KOSSE ‘Lucas Mullié en Digna Kosse zijn voedselcuratoren; voor mij de eersten die de combinatie maakten tussen food en design. Lucas en ik maakten tijdens ons eerste jaar altijd achtgangendiners voor de hele klas. We stonden dan samen twee dagen in de keuken. Onder het thema “Vers van vroeger” deden ze onlangs onderzoek voor het Zuiderzeemuseum naar de voedselcultuur rond de voorma - lige Zuiderzee Vanaf dag één op de academie klikte het. Ze hebben nog een korte tijd Supernoga gemaakt met de honing van mijn eigen bijen, ik ben namelijk in mijn vrije tijd ook nog imker.’ dude

26. FORM CONTEXT FOLLOWS TEKST VIVEKA VAN DE VLIET Het onderzoekende Italiaanse designersduo Andrea Trimarchi (1983) en Simone Farresin (1980) heeft internationale opdrachtgevers en woont en werkt in Amsterdam - Noord. Hun producten of installaties zijn op het eerste gezicht esthetisch en poëtisch, maar daarachter schuilen gelaagde verhalen over de geschiedenis of politieke thema ’ s als de rol van de industrie, globalisering en duurzaamheid. Visie verpakt in schoonheid, die verwondert en aanzet tot kritisch nadenken. Niet form follows function maar form follows context is het uitgangspunt van Studio Formafantasma. Lipari , kom uit de collectie De Natura Fossilium , gemaakt van basalt, lavasteen koper en textiel. Foto: Luisa Zanzani 50 51 international dude

37. solid formations ventura future STINE MIKKELSEN Ondefinieerbare objecten. Zijn ze van steen? Beton? Massief of vederlicht? Is het een architectonische sculptuur of een bruikbaar designproduct? Met een onverwachte materiaalbehandeling vervaardigt Stine Mikkelsen een serie objecten die soms vervreemden, maar zeker verwonderen. De experimenteel ontwerper, materialen - onderzoeker en -manipulator uit Denemarken maakt daarbij optimaal gebruik van haar achtergrond in textieldesign die ze opdeed aan de Kolding School of Design in Kopen - hagen, het Royal College of Art in Londen en de Design Academy Eindhoven. ‘Materiaal vormt altijd het startpunt. Een materiaal leidt tot nieuwe manieren van maken en produceren’, zegt ze. Zo is ze eerder een ambachtsman, een maker die letterlijk met haar handen in de klei staat. Dat doet ze veel liever dan haar ideeën en schetsen naar een producent sturen die een ontwerp voor haar uitvoert. Mikkelsens experimenten met dat materiaal zijn zeer bewerkelijke processen. De uitkomsten balanceren op de grens van kunstsculpturen en functionele design - objecten. Haar vorig jaar tijdens de Dutch Design Week gepresenteerde Tactile Monoliths illustreren dat. De massief ogende objecten lijken uit poreus lava-achtig steen te zijn ontstaan, maar zijn gemaakt van vermalen graniet of gesmolten tin, vermengd met natuurlijke lijm. Mikkelsen bedrupt hiermee frames of mallen van schuim totdat het totale object is bedekt. Daarbij speelt ze met herkenbaarheid en met proporties door interieurproducten en architectoni - sche sculpturen kolossaal of juist piepklein te maken. Maar allemaal hebben ze iets zachts en aandoenlijks, ondanks hun ogen - schijnlijke hardheid. Voor het project To Wonder liet Mikkelsen zich inspireren door de dikke kabels, robuuste bolders en de golven van de zee in de haven van Marstal op het eiland Ærø. De plaats waar Mikkelsen opgroeide. De inspiratiebron voor haar nieuwste werk, de presentatie bij Ventura Future , waren TEKST VIVEKA VAN DE VLIET foto’s en films over marmergroeves. De uitgehakte vormen en texturen van marmer fascineren haar en zetten aan tot het expe - rimenteren met enerzijds vulkanische as en anderzijds marmerpoeder, gemixt met natuurlijke lijm. De kauwgomachtige klei die hierdoor ontstaat, gebruikt ze voor de speciaal voor Milaan vervaardigde nieuwe collectie. Wat de uitkomst is, blijft ook voor haar lange tijd ongewis. Een titel is er wel: Solid Formations . WWW.STINEMIKKELSEN.COM Ventura Future heet het nieuwe initiatief van Ventura Projects tijdens de Salone del Mobile in Milaan. In het hart van het designcentrum biedt het plaats aan ontwerpers die vooruitstrevende concepten, innovatieve technieken, nieuwe materialen en een eigen beeldtaal gebruiken. Dude selecteerde drie verschillende designtalenten die de toekomst in beweging brengen: regisseur van het toeval Nick Boers, materialenmanipulator Stine Mikkelsen en healing designer Nienke Helder. 72 73 talents dude

10. ‘ IK HEB ER VEEL GELEERD, MAAR OOK GEZIEN HOE IK HET NIET WIL ’ belangstelling er is en besef dat ik geluk heb gehad. Wel was er weinig ruimte voor mijn eigen artistieke inbreng, zeker in het begin. Toen ik eenmaal weg was bij Walter merkte ik wel dat ik dat had gemist.’ Zijn organisatorisch talent en vermogen om als schakel tussen verschillende vakmensen op te treden zette Joost ook in voor EE Labels. Dit in 1900 opgerichte familiebedrijf uit het Brabantse Heeze is gespecialiseerd in het weven van merklabels, onder andere terug te vinden in onze kleding. ‘Toen ik vier jaar bij Walter zat, heb ik voorgesteld om met EE Labels te gaan werken en daar stoffen te laten maken. Zo’n label is een heel verfijnd, klein weefseltje waarin je veel informatie kwijt kunt. Als je diezelfde kwaliteit weet te behouden op groter formaat kun je bijzon - dere dingen doen. De samenwerking werd zo’n succes dat de weverij nieuwe machines wilde gaan ontwikkelen om deze activiteiten uit te breiden en ook in te gaan zetten voor andere partijen. Ik heb me kandidaat gesteld om dat op te zetten en sinds 2013 ben ik zodoende creative director bij EE Exclusives. Net als mijn werk bij Walter is dit parttime. Ik wist weinig van weven, maar wel hoe je dingen moet organiseren en realiseren en ook waar volgens mij behoefte aan is – kleine specialistische producties met veel persoonlijke aandacht. Het is ook niet nodig om de techniek precies te kennen, dat zou me zelfs beperken. Ik sta tussen opdracht - gever, ontwerper en fabriek en treed op als een soort vertaler want de drie spreken elkaars taal vaak niet.’ Net als bij Van Beirendonck is de sfeer bij EE Exclusives heel persoonlijk en juist dat spreekt Joost aan. Contact is direct en informeel, ook met klanten. Doordat het voornamelijk kleinere bedrijven met een hoge standaard zijn waarvoor en waarmee hij werkt, is er bovendien aandacht voor elk detail. Bij Van Beirendonck bijvoorbeeld werd voor elk kledingstuk bekeken hoe dit het beste kon worden gevouwen en verpakt als het werd verzonden. ‘Die zorg, daar houd ik heel erg van en wil ik ook in mijn eigen bedrijf’, zegt Joost. ‘Er is een overdaad aan “mode”, maar je onderscheidt je voornamelijk in deze misschien wat vergeten “details”.’ Een half jaar geleden zette hij de stap naar zelfstandigheid, iets wat hij al langer wilde en zich kon permitteren dankzij een buffer die hij gedurende de jaren had gespaard met als doel vrij te zijn om eens een dergelijke sprong te wagen. Hij werkte inmiddels ander - half jaar voor de Deense modeontwerper en muzikant Henrik Vibskov. ‘Ik kende Henrik al een aantal jaren doordat ik ook de verkoop deed van Walter in Parijs. Hij is heel geta - lenteerd en heeft naast zijn eigen label twee winkels, een in Kopenhagen en een in New York. Hier verkoopt hij onder meer de exclusieve kleding van Walter. Toen ik bij Walter op den duur minder begon te leren en het allemaal ook een beetje repetitief begon te voelen, heb ik Henrik een mailtje gestuurd. Op een dag liet hij me weten dat er iemand wegging en vroeg hij of ik voor hem wilde komen werken. Zijn bedrijf is een slag groter dan dat van Walter en werkt ook commerciëler. Ik heb alles omgegooid en achtergelaten en ben er aan de slag gegaan. Al snel kwam ik tot het inzicht dat ik het in de acht jaar als assistent van Walter toch wel had gemist om zelf meer creatief bezig te zijn. Bij Henrik kreeg ik wat dat betreft de ruimte en wist die ook te vinden. Ik heb daar veel gedaan aan textielontwerp en textielontwikkeling, heb nieuwe fabrieken en technieken aangedragen, productie terug naar Europa gehaald waar dat kon en shows helpen opbouwen. Dat ze hier nog altijd op verder bouwen zie ik als een eer. Ik heb er veel geleerd en voornamelijk ook gezien hoe ik het niet wil.’ Met het besef dat hij zijn eigen creativiteit weer meer centraal moest graag stellen, werd ook de gedachte om voor zichzelf te beginnen voor Joost aantrekkelijker. Al drie jaar had hij hiervoor bovendien een idee. Toen zijn dienstverband bij Henrik Vibskov Walter Van Beirendonck SS16 collectie Home Sweet Home , stoffen ontwikkeld door EE Exclusives. Backstage photo: Ronald Stoops 18 dude

35. EUGENE BAY Eugene Bay is 65 en sinds korte tijd teruggetreden uit het mede door hem opgerichte VBAT. Niet alleen voor zijn eigen bureau maar ook voor het vak is hij zeer betekenisvol geweest. Onder meer als voorzitter van de BNO speelde hij een bepalende rol in de discussie tussen de cultureel werkende en de meer ‘commer - ciële’ bureaus en zette zich in voor erkenning van laatstgenoemden in de designwereld. Zijn rol is nog altijd niet uitgespeeld en Eugene Bay heeft zichzelf een nieuwe missie gesteld: ‘De Nederlandse ontwerpmentaliteit is een goed exportproduct; daar valt veel meer uit te halen dan nu gebeurt. Ik heb daar wel ideeën over.’ MIRJAM DE BRUIJN Mirjam de Bruijn is 25 en staat aan het begin van haar carrière die begon met een boom : voor haar afstudeerproject Twent y is verrassend veel belangstelling, maar meer dan een utopie is het project in wezen nog niet. Twenty is gebaseerd op het feit dat het formaat van verpakkingen van schoonmaak- en cosmetica - producten tot twintig procent kan worden teruggebracht als al het water, waar deze producten voor tachtig procent uit bestaan, eruit wordt gehaald en pas thuis door de consument wordt toege - voegd. Behalve tachtig procent verpakkingsmateriaal zal dit ook tachtig procent transport en energie besparen. Het project zet consumenten aan het denken en hierdoor worden deuren geopend in de industrie die voorheen zelfs doelbewust dicht werden gehouden. Een idealis - tisch concept waar Mirjam nu vol haar aandacht op richt. TEKST FLOOR VAN ESSEN We kijken terug en vooruit, om te zien of er ondanks zeer verschil - lende achtergronden toch gemeenschappelijke ambities, idealen en ervaringen zijn te ontdekken tussen de twee. 68 69 versus dude

20. jeremyville TEKST DENNIS ELBERS Maatschappelijke betrokkenheid is een buzz binnen de designgemeenschap. Al verschillen de meningen over hoe ontwer - pers hier op een verantwoorde manier invulling aan geven. Gaat het om houding, materiaalgebruik of impact? De verwach - tingen zijn vaak hooggespannen en praktische oplossingen nog niet binnen handbereik. Het resultaat is veelal design dat beter binnen een museum functioneert dan in de samenleving. Toch hoeft maatschappelijke betrokkenheid niet zo ingewikkeld te zijn, en kan design ook gewoon grappig, confronterend en inspirerend zijn. Zoals de Community Service Announcements van de Australische illus - trator Jeremyville. Met opdrachtgevers als Colette, Converse, Swatch en Urban Outfitters zit hij niet verlegen om werk. Maar al pendelend tussen zijn studio’s in Manhattan en Bondi Beach is ook hij op zoek naar zingeving. Die vindt hij door gewoon te doen waar hij goed in is: lekker tekenen. Dag in, dag uit. Sinds 2010 publiceert hij zijn ‘boodschappen van algemeen nut’ online. De inmiddels enorme collectie posters vormt een visueel cabaret; grappige karakters die regelmatig ten tonele terugkeren in voor iedereen herkenbare situaties. Enige overdrijving brengt op opbeurende wijze een onderliggende moraal treffend in beeld. De posters zien het levenslicht op social media, verschijnen in exposities en groeien uit tot allerhande merchandise, van scheur - kalenders en schoolagenda’s tot gummetjes en T-shirts. Want ook geëngageerd design - cabaret is business . Is dat erg? Natuurlijk niet! Mensen worden blij van Jeremyville. Verbetert zijn design de wereld? Natuurlijk niet! Maar zoals designer researcher Liz McQuiston predikt: ‘ A poster cannot change the world, but it can change a person’s world. ’ Echte veran - dering begint bij jezelf en Jeremyville geeft je een duwtje in de goede richting. WWW.JEREMYVILLE.COM TEKST DENNIS ELBERS 38 39 changes dude

8. Survival of the Fashionest noemde Joost Jansen zijn label met handgebreide in Europa gepro - duceerde truien en accessoires. De keuze voor deze naam is veelzeggend. Waar veel anderen dat wel doen, kiest Joost er bewust voor níet zijn eigen naam te gebruiken voor zijn label. Survival of the Fashionest is een zinspeling op survival of the fittest en geeft uitdrukking aan de noodzaak die er volgens Joost is om zaken te veranderen in de mode. Hijzelf doet dat door eerlijke producten te maken, van hoog niveau, waarin ambacht en de menselijke maat centraal staan. Kritisch maar positief. Dat hij er geen belang aan hecht dat zijn naam op zijn werk staat, is een van de redenen waarom hij acht jaar lang kon blijven werken voor Walter van Beirendock. Joost Jansen kwam bij de eigenzinnige Belgische mode - ontwerper terecht toen hij nog studeerde aan de Design Academy Eindhoven. Tijdens zijn studie had hij zich vooral op interieurontwerp gericht, maar voor zijn stage wilde hij graag iets anders. Een docent wees hem daarom op Van Beirendonck. ‘Ik kende Walter nog niet; het was een open - baring voor me’, vertelt Joost. ‘Zijn werk paste heel goed bij dat waar ik mee bezig was, ook al was dat toen nog geen mode. Ik probeerde dingen altijd al net anders te doen door met onge - bruikelijke materialen te werken, met humor te communiceren en uitgesproken kleuren te gebruiken.’ De, wat later bleek, felbegeerde stageplek kreeg hij. En nog vóór zijn afstuderen vroeg Walter Joost om voor hem te komen werken. ‘Dat heb ik acht jaar gedaan als zijn assis - tent. Ik begon daarmee meteen bovenaan de ladder; ik wist geen plek waar ik liever op hoger niveau werkte dan daar... nog altijd niet. Dat is heel fijn, maar tegelijkertijd lastig. Gedurende de jaren bij Walter heb ik me altijd afgevraagd wat ik daarna moest gaan doen. De snelheid in de mode sprak me heel erg aan. Ik heb namelijk redelijk snel behoefte aan nieuwe dingen en resultaat. En met Walter had ik een hele goede klik, tot ik mijn vertrek aankondigde.’ De keuze om voor Van Beirendonck te gaan werken is voor Joost Jansen cruciaal geweest. ‘Mijn echte opleiding heb ik bij hem genoten. Op school kijk je meer of het vak iets voor je is en of je erin verder wil en jezelf en je leven eraan kunt en wil wijden. Maar de jaren bij Walter hebben me veel meer gevormd. Over en weer hebben we veel in elkaar geïn - vesteerd. In het eerste gesprek dat ik met hem voerde, bij wijze van sollicitatie naar de stage, gaf hij al meteen aan wat hij goed en minder goed vond en waar we samen aan zouden werken; hij is een rasdocent. Dat vond ik heel prettig. Bij Walter werk je in een klein team van hooguit vijf man. Dan ben je overal bij betrokken en veel minder een kleine schakel in een groter geheel. Er moet altijd ontzettend veel worden gedaan, vooral op het gebied van organisatie en productie. Bij vrienden die na hun afstu - deren meteen een eigen label of bedrijfje zijn gestart zie ik hoe zij worstelen met het combineren van het creatieve werk en de organisatorische kant van hun praktijk. Dat laatste komt er bij en kost veel energie, vaak negatieve bovendien, omdat ze zich eigenlijk willen concentreren op het bedenken van nieuwe, frisse dingen. Ik heb een vrij groot organisatorisch vermogen en, zoals vrienden zeggen, een groot hoofd waarin ik veel kan opslaan. Ik kan goed schakelen en overzicht houden. Hoe ik zelf een kledingstuk moet maken weet ik niet, maar ik kan wel goed uitleggen wat ik wil. Die kracht heb ik bij Walter ingezet door de productie op me te nemen. Dat zorgde bij hem voor veel ruimte om creatief gezien de nieuwe collectie op te bouwen. Het was mijn taak dat de ontwerpen van het papier kwamen, werden uitgewerkt en omgezet in daadwerkelijke producten. Verder onderhield ik het contact met fabri - kanten, deed de inkoop en verkoop, runde de studio en heb acht jaar lang de stagiairs uitgezocht waardoor ik ook weet hoeveel JOOST JANSEN — SINDS 1985 — Na een kortstondige ‘carrière’ op de TU in Eindhoven bij de studie industrieel design stapte Joost Jansen over naar de Design Academy. In 2010 studeerde hij hier af in de richting Man and identity. Hij liep stage bij de Belgische modeontwerper Walter van Beirendonck en kon hier na zijn afstuderen direct aan de slag. Gedurende de jaren bij Van Beirendonck hield Joost er ook een eigen ontwerpstudio op na, werkte hij in de zeefdrukkerij van de Design Academy en werd hij creative director van EE Exclusives. In 2016 besloot hij te stoppen bij Walter van Beiren - donck en ging hij werken voor Henrik Vibskov. Sinds een half jaar richt Joost zich op zijn eigen label: Survival of the Fashionest. Modeontwerper is hij niet, maar Joost Jansen werkt al wel meer dan tien jaar in de mode - industrie, een benaming waar hij zelf overigens een hekel aan heeft. Lange tijd assisteerde hij Walter van Beirendonck, hij stapte over naar Henrik Vibskov waar hij meer creatieve vrijheid kreeg en presenteerde afgelopen fashion week in Parijs een eigen collectie truien. Roem en geld zijn geen drijfveren voor hem. Kwalitatief hoogstaande en eerlijk gemaakte producten daarentegen wel. INTERVIEW FLOOR VAN ESSEN, MARSHA SIMON TEKST FLOOR VAN ESSEN × PORTRET VALENTINA VOS 14 15 joost jansen dude

12. Pieters: Honest by . Het is het eerste bedrijf in de mode dat honderd procent transparant werkt. Op de etiketten in de kleding is precies te zien waar het is gemaakt, wat elk onder - deel kost en wat de marge is. Ik ben een keer de Primark ingelopen om het fenomeen te bekijken. Er hangen daar dingen voor vijf euro waarvan ik weet dat het gewoon niet kan qua maakkosten en marge. Het zou fijn zijn als labels van dergelijke bedrijven net zo transparant zijn als die van Bruno Pieters. Maar heel weinig mensen zouden er dan nog iets kopen denk ik. Heel effectief is ook de vergelijking die Li Edelkoort maakte tussen de prijs van een kledingstuk, dat door een enorm productieproces gaat, en een sandwich. De laatste ligt voor meer in de winkel. Mensen hebben zulke vergelijkingen nodig om het echte probleem in te zien.’ Joost geeft aan dat hij absoluut niet wordt gedreven door frustratie of boosheid. Hij probeert juist op een positieve manier kritiek te leveren en verandering te brengen, al is hij maar een kleine speler. Een van de mooiste dingen van zijn eigen label vindt hij in dat opzicht dat hij werkt met een maximum in plaats van een minimum, zoals gangbaar is in de mode. ‘Bij EE Exclusives hebben we als motto “Get better, not bigger” . Dat vind ik een heel mooi uitgangspunt. We communi - ceren een maximum, niet dat we dat echt hebben, maar het is voornamelijk een andere manier van denken die direct aanslaat bij de mensen en ze op een andere gedachte brengt. Hetzelfde principe hanteer ik voor mijn truien. Als ik vertel dat het anderhalve week kost om een trui te maken zijn kopers in shock. Dan pas bewerkstellig je bewust - wording. Het voordeel van handgemaakte items is dat je kunt werken met kleine aan- ‘ IK BEN GEEN MODEONTWERPER MAAR EEN TRUI IS BEHAPBAAR ALS VORM ’ joost jansen

30. Lennard studeerde Illustratie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Na zijn afstuderen werkte hij in opdracht voor onder andere The New York Times , Nike, Red Bull en Ace & Tate. LENNARDKOK.COM LEN- NARD KO K Jacco studeerde recentelijk af aan de Willem de Kooning Academie en heeft onder andere gewerkt met Red Bull, Bird Rotterdam en Hard/Hoofd Magazine . @JACCOBUNT JA C CO BUNT SE B AGRES- TI Seb studeerde af aan de Willem de Kooning Academie en ging daarna onder andere aan de slag bij Joost Swarte. Naast illustraties voor Das Magazin en de Volkskrant is zijn werk sinds kort regelmatig te vinden in The New Yorker . SEBAGRESTI.COM 58 59 imaginary friends dude

29. DE S WAR - TE LIJN ‘ De klare lijn ’ is een bij velen bekende term, bedacht door Joost Swarte om de illustra - tiestijl van Sergio Hergé te beschrijven. Echter, inmiddels lijkt het toch echt Joost zelf die is geworden tot de godfather van deze stijlkenmerken: een zwarte buitenlijn, ingekleurd met volvlakkleuren, zonder schaduwen en overbodige detaillering. TEKST MARKUS PRAAT Dat de term al in 1977 voor het eerst werd gebruikt, betekent niet dat deze stijl inmiddels passé is. Integendeel, ondanks dat de op de volgende pagina’s getoonde illustratoren er in 1977 allemaal nog (lang) niet waren en ook de door hen gebruikte technieken radicaal anders zijn, is deze stijl nog altijd alive and kicking . Als ik nadenk over de invloed ervan op de nieuwste generatie illustratoren wereld - wijd valt het me onmiddellijk op dat het toch vooral de Neder - landers zijn die zich – zij het soms losjes – aan de regels van ‘de klare lijn’ houden. Wellicht is dat omdat zij direct, via stage of werk, in het hoofd van Joost Swarte hebben mogen kijken. Maar zeker ook omdat ze in Nederland zijn opgegroeid met de beeldtaal van Swarte, Dick Bruna, Piet Mondriaan en anderen. De onderwerpen worden dan wel wat abstracter uitgebeeld en er lijkt meer vrijheid te zijn gevonden in de composities, maar de klare lijn blijft overduidelijk zichtbaar. JOOST S WAR - TE Zijn enorme oeuvre en invloed op meerdere generaties illustratoren waren aanleiding voor de recente benoeming van Joost Swarte tot erelid van de Beroeps - organisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO). Joost, naast illustrator ook grafisch ontwerper, stripmaker, industrieel ontwerper en architect, heeft zich ontwikkeld tot een ware homo universalis. Eind 2017 gaf hij de Bilderdijk-lezing en ter gelegenheid daarvan publiceerde Uitgeverij De Zingende Zaag het boek Het geheim van de klare lijn . JOOSTSWARTE.COM BNO.NL 56 57 imaginary friends dude

2. ‘ Mijn echte opleiding heb ik bij Walter genoten ’ , zegt Joost in zijn interview. Designopleidingen sluiten maar matig aan op het werkveld, zo blijkt, en dan is het mooi als een ervaren ontwerper in je investeert en je de kans geeft je te vormen. Zijn goede ervaringen hebben Joost een groot hart gegeven. ‘ Hoe het ook loopt, ik wil net als Walter altijd open blijven staan voor jong talent en ook minder ervaren ontwerpers de ruimte en kansen geven die ik zelf heb gekregen. ’ Deze mentaliteit kom je ook tegen bij de BNO. Als lid kun je bijvoorbeeld met een van onze gedreven mentoren – zelf ervaren designers – in gesprek over je werk, carrière of studio. En jong talent krijgt de kans op een podium met de jaarlijkse eindexamenspecial van Dude, binnen - kort weer open voor inzendingen. Kansen ontstaan met ontwerpers onder elkaar. Sluit je daarom aan bij de BNO, de grootste community van designers. Of kijk eerst eens de kans uit de boom bij een van onze regionale events of een avondje YA Hello! bno.nl/dude TEKST FREEK KROESBERGEN JO DUDE

1. JOOST JANSEN dude dutch designers magazine lente 2018 FORMAFANTASMA AFAINA DE JONG JOOST SWARTE EUGENE BAY MIRJAM DE BRUIJN ‘ in de mode is vaak sprake van een fake gezicht ’ ROB VAN SPRANG DEN HAAG + 94 DUTCH DESIGNERS EN WAT BREIENDE OMA ’ S LENTE 2018 dude is een uitgave van de bno dude BP 6,95 EURO BP

13. DUDEL C OUS ‘ Strijders ’ noemt Joost ze, vakgenoten uit verschillende disciplines voor wie hij zijn absolute waardering uitspreekt en aan wie hij om verschil- lende redenen een voorbeeld neemt. De gemene deler? Authenticiteit en pionieren. tallen. Bij Walter deden we dat ook, namelijk dertig à vijfendertig stuks per item. Het was een heel gevecht om dat allemaal te kunnen maken, maar tegelijkertijd heel leuk om het voor elkaar te krijgen. Bij Henrik lagen de aantallen veel hoger maar was het ook nooit goed. Als je met hogere aantallen werkt geef je bovendien veel creativiteit weg. Van de vijf ontwerpen die je maakt laat je er zeg drie sampelen en worden er uiteindelijk twee geproduceerd voor de verkoop omdat je anders niet aan je aantallen komt. Nu kan ik qua creativiteit alles proberen, ik heb twintig ontwerpen en het is niet erg als ik er van een bij wijze van spreken maar één hoef te laten maken.’ We spreken Joost aan de vooravond van de lancering van zijn label in Parijs. Hij weet niet goed wat hij ervan moet verwachten en vindt het spannend of de inkopers zijn duurbetaalde showroom in de overvolle fashion week wel weten te vinden. Maar de spanning en wellicht onzekerheid waren ten onrechte, zo blijkt na de Paris Fashion Week: ‘Parijs is echt boven verwachting gegaan’, vertelt Joost enthousiast. ‘Dankzij mijn jarenlange contacten met de beste inkopers en journalisten zijn zij ook daadwerkelijk gekomen, wat echt heel bijzonder is. Mijn keuze om te presenteren in een persoonlijke “designer showroom”, dus zonder collecties van anderen in de buurt, was een goede. Ik heb mijn verhaal goed kunnen vertellen en dat is heel belangrijk geweest.’ Joost vertelt al een fles bubbels te hebben opengetrokken toen hij een e-mail kreeg van Adrian Joffe, de partner van de beroemde Japanse mode - ontwerper en oprichter van Comme des Garçons Rei Kawakubo met wie hij samen Dover Street Market opzette. ‘Als zo iemand belangrijks zegt zijn mensen langs te sturen dan weet je dat je goed bezig bent en dat je van de allerbeste mensen feedback krijgt op jouw collectie. Op de eerst dag kwam zijn inkoper uit New York langs. Dat ik haar een van mijn mutsen met daarop gebreide beestjes gaf, een kleiner onderdeel van deze wintercollectie, bleek een goede zet. Het was een perfect visitekaartje en zorgde ervoor dat de inkopers van de andere vestigingen van Dover Street Market ook langskwamen. Ze besloten voor alle winkels een order te plaatsen. Echt fantastisch en een groot com- pliment. Het betekent dat ik naast Walter kom te hangen; Henrik zijn kleding hangt niet eens in deze winkels. Ook voor volgend seizoen zal dit waarschijnlijk een boost geven, want veel andere winkels kijken naar wat er bij Dover Street Market hangt. Ik begin dus weer bovenaan de ladder. Toen ik mijn eerste order van ze binnen kreeg, sloeg ik steil achterover: vijftig truien voor de winkel in Londen, fantastisch!’ Joost realiseert zich dat hij nu moet door - zetten. Aanvankelijk was het plan om één collectie per jaar te maken, maar een zomercollectie is nu onvermijdelijk. ‘Deze vis moet ik aan de haak houden en binnen hengelen, dus ik ben alweer volle bak begonnen met nieuwe ideeën. Er is bijna geen tijd om stil te staan bij het succes, zeker nu ook de hele productie op gang moet komen. Over iets meer dan drie maanden moeten de eerste truien in de winkels liggen.’ In zijn zomercollectie gaat hij waarschijnlijk werken met linnen een, zoals hij het zelf zegt ‘magnifiek en traditioneel materiaal’ dat past binnen zijn verhaal. Henrik komt nog bij hem langs op zijn studio om de collectie te bekijken en hopelijk aan te kopen voor zijn winkels in New York en Kopenhagen. En Walter gaat Joost binnenkort opzoeken om te zien of er wellicht weer een samen - werking mogelijk is in de toekomst. ‘Ik mis Walter enorm en denk dat het goed zou passen bij ons allebei. Mijn directeur bij EE Labels heeft inmiddels trouwens mijn gebreide label in de labels-collectieboeken opgenomen, zo zie je maar.’ WWW.SURVIVALOFTHEFASHIONEST.COM MAXIMUM Anders dan in de mode gebruike - lijk is, is er geen minimum maar een maximum verbonden aan de orders die bij Joost kunnen worden geplaatst. Dit heeft een praktische reden, de capaciteit van zijn breisters is immers beperkt en de productietijd kort. Maar bovenal wil Joost met het instellen van een maximum een signaal geven en bewustwording creëren ten aanzien van de waarde van zijn producten. 24 dude

33. Praktijk Poorter Tandartsen, gerealiseerd door Houtwerk. Foto: Mike Bink Kantoor BNO. Foto’s: Maarten Willemstein Woonhuis Rob van Sprang, gerealiseerd door Houtwerk. Foto: Mike Bink bakje goed herkenbaar. Deze strook legt tevens een link met de jeansfabrieken van vroeger, die ook zo’n lambriseringsstrook hadden. Het gehele interieur versterkt het denim-verhaal. ‘Ik heb altijd context en een verhaal nodig om een ruimte een eigen signa - tuur te kunnen geven. Dan heb je het ook ergens over, anders blijft het zo’n subjectieve kwestie. Dan vind je het mooi of niet mooi.’ DIMENSIES Op tien minuten lopen van De Hallen worden we welkom geheten in het nieuwe kantoor van de Beroepsorganisatie Neder - landse Ontwerpers, de BNO. ‘Bij de BNO was het uitgangspunt hoe tweedimensionaal ruimtelijk kan worden. BNO staat voor 2D en 3D, van grafisch tot product- en interieur - ontwerp. Hiermee ben ik aan de slag gegaan.’ Van Sprang klapt zijn laptop open en toont zijn inspiratiebeelden voor dit project: abstract grafisch beeldmateriaal, 2D en 3D. ‘Als ik één kunstenaar moet noemen die me inspireert, dan is dat Mark Rothko. In zijn werken zit diepte, gelaagdheid en emotie die ik zoek ook in mijn interieurs. Misschien daarom dat ik bij het kleurenpalet vaak grijp naar stof voor tactiliteit, aaibaar - heid en diepte.’ Zo ook in het BNO-kantoor. Stofpanelen in gemêleerd geel of zachtroze geven warmte aan de kale architectuur van het oude Wilhelmina Gasthuis. Waarom deze kleuren? ‘BNO verhuisde van groot naar klein en wilde daarbij het interieur hergebruiken. Dat zet je aan tot nadenken. Ik wilde geen vintage -look, maar een duidelijk eigen signa - tuur, tijdloos en rustgevend. Niet meer BNO’s oorspronkelijke primaire kleuren, maar in de plaats daarvan wit, zwart, geel en zachtroze.’ Wit als achtergrond, zwart voor het lijnenspel, geel en zachtroze voor de vlakken. ‘Kleuren vervullen voor mij een ondersteunende functie. Ik gebruik ze om vormen, vlakken en functies te accen - tueren. Gedoseerd pas ik ze toe, een of slechts enkele kleuren, om rust te behouden. Ik hou van rust.’ Van Sprang stipt al lopend door het BNO- kantoor het hier toegepaste kleurgebruik aan. In de gemeenschappelijke ruimte is het open keuken geheel in zachtroze uitge - voerd. ‘Een soort monoliet.’ Het roze geeft de keuken een eigen plek in de open ruimte, alsof het verzonken ligt in het casco. We lopen door naar de kantoorruimte. Hier zijn de tussenpanelen en de aanlandplekken op de kop van de bureaueilanden in het roze uitge - voerd. Ze geven de werkeilanden contour en positie in de ruimte. Doordat ze net een stukje van de bureaus zijn af geplaatst ontstaat er een ruimtelijk spel van lijnen en vlakken. De glazen puien die ruimten en functies afscheiden zijn opgedeeld in geo- metrische vlakken en geplaatst in een rank zwart profiel. Zo wekken ze de illusie dat er zwarte lijnen in de ruimte zijn gezet, waarbinnen enkele vlakken zijn ingekleurd – de ingezette stofdelen. Ten slotte kijken we naar beneden, naar de grijs gemêleerde vloerbedekking. ‘Door zijn grafische textuur krijgt deze diepte en komt tot leven als het daglicht erop valt.’ BNO’s multidimensionale signatuur is door Van Sprang nu ruimtelijk neergezet: een grafische compositie van lijnen en vlakken. LIJNEN, CIRKELS EN RECHTHOEKEN We lopen verder richting Van Sprangs huis. Zijn huis bestaat uit een open ruimte, met daarin twee kastobjecten. Deze zijn strak, groot en hoog. Optisch staan ze los van vloer, plafond en muur. Ze vormen de muren en deuren van het huis, en delen de ruimte func - tioneel in: huiskamer, slaapkamer en keuken. ‘Hier zit alles in. Door hun configuratie en door functies om te gooien, voelt deze ruimte van 58 vierkante meter niet klein aan. Ik probeer altijd met slechts enkele losstaande elementen de ruimte te structureren. Deze elementen ontwerp ik zelf, zodat er één geheel, één beeld ontstaat. Vrijwel al mijn opdrachten beginnen klein, maar eindigen groot. Uiteindelijk ontwerp ik dan het gehele concept. Ik neem daar de tijd voor. Ik heb eindeloos veel geduld met mijn projecten.’ Ten slotte bezoeken we De Rode Winkel in Utrecht, gevestigd in drie panden waaronder twee monumenten. In het interieur is Van Sprangs handschrift duidelijk te herkennen. Make-up noch plamuur bedekken de archi - tectuur. De vormen zijn lijnen, cirkels en rechthoeken. Het geheel is gelaagd en ruimtelijk opgesteld. Abstract en uitgeba - lanceerd, maar tegelijk ook speels en intiem. Een duidelijke signatuur, de identiteit van De Rode Winkel in 3D. Er zijn drie onderscheidende zones, met elk een eigen karakter. De eerste is de denim - bibliotheek met 32,5 meter kast. Stalen frames en schappen van indigo ingewassen hout, gevuld met ruim 6500 jeans. Wandvullend en toch luchtig en ruimtelijk. Los van vloer en plafond en met een duidelijk grid waarvan de horizontale lijnen door messing strippen worden versterkt. De paskamerzone heeft royale paskamers, in serie geschakeld, met spiegelwanden zwevend gemonteerd tussen de units, die zorgen voor ritme en ruimtelijkheid. En daar - voor de wachtruimte, geborgen onder de vloer van het naaiatelier. Via een wenteltrap met ranke stalen spijlen ga je naar dit atelier, een open ‘container’ waarvan de randen en de bodem nog staan. Kriskras gespannen elastieken tussen deze rood gecoate stalen constructie simuleren de wanden van dit bovenkamertje. Dan De Maison, waar de damescollectie hangt. Elegant en huiselijk. Zachte verlich - ting, een bar van diep blauwe emailtegeltjes, zachtroze lambrisering, geometrische vormen, messing accentlijnen, alle ontworpen door Van Sprang in een nieuwe art-decostijl. Als ik opmerk dat zijn hand - schrift hier wel wat op lijkt zegt Van Sprang: ‘Maar het kan ook Gerrit Rietveld zijn, en toch anders.’ WWW.VEVS-INTERIORDESIGN.NL 64 65 dude styles & signatures

53. BEELDMAKERS Staan jouw ontwerpen, illustraties of foto’s in boeken, kranten, tijdschriften? Is er wel eens werk van je te zien op tv? Dan is de kans groot dat er geld op je wacht. Het enige wat je hoeft te doen om dat te krijgen, is je gratis aanmelden bij Pictoright. WAT??? Het gaat om vergoedingen voor collectieve rechten. Bijvoorbeeld de thuiskopieheffing die je als consument betaalt bij aankoop van een smartphone. Of het bedrag dat bibliotheken per uitlening van een boek opzij leggen voor de makers. Of de vergoeding die een bedrijf per gemaakt kopietje afdraagt... Pictoright is de door de overheid aangewezen stichting die dat geld uitkeert aan de beeldmakers die er recht op hebben. Wellicht dus ook aan JOU! Het zijn additionele vergoedingen die je niet individueel kunt innen. Ze zijn beschikbaar, laat ze dus niet liggen. En geen zorgen: we halen dat geld NIET op bij je opdrachtgever. Geef je vandaag nog op via www.pictoright.nl of bel 020 589 1840 LENTE 2018 dude is een uitgave van de bno dude BP

38. random press tool sexual healing NICK BOERS Random Press Tool en Vase. Foto’s: Nick Boers Voor Nick Boers zijn ambacht, innovatie en toeval belangrijke componenten bij het ontwerpen. Als een regisseur creëert hij omstandigheden waarbinnen het toeval de ruimte krijgt als acteur. De titel van zijn Ventura Future-presentatie, en tevens zijn algehele designfilosofie, luidt: There is no such thing as a mistake , vrij naar Ralph Staedmans ‘ There’s no such thing as a mistake, really. It’s just an opportunity to do something else. ’ Boers toont hier zijn zelfgebouwde, goed uitgedachte Random Press Tool . Een bewust ambachtelijk ogende printer gevat in een glazen ‘vitrine’ alsof het een kroonjuweel is, met messing en ouderwetse schakel - knopjes. Eigenlijk is het geen echte printer maar wordt zwart gepigmenteerde gietwas – gebruikt voor de verloren wasmethode bij het bronsgieten – vloeibaar gewalst door een gipsen mal. Op basis van willekeurig ingevoerde getallen in het computerpro - gramma wordt de was door de klauwen rondom de huls in een unieke vorm geperst. Zo heeft de machine enige vrijheid om te produceren wat hij wil en verrast de ontwerper zichzelf door het toeval te laten floreren. Dit materiaal, hoe kwetsbaar ook, is sterk genoeg om een vaas een leven lang mee te laten gaan. Hetzelfde geldt voor de nieuwste variant van brons in samenwerking met Bronsgieterij Kemner, en de porseleinen exemplaren die met Cor Unum worden geproduceerd. Met deze uitvinding zet Boers zich min of meer af tegen de moderne technieken als 3D-printen. ‘Ik schets zelden op de computer, vind de digitale manier van ontwerpen en vervaardigen vaak kil en klinisch door de afwezigheid van menselijk contact’, zegt hij. ‘De technologie is bedoeld om snel, precies en herhaaldelijk te kunnen werken, maar toeval en falen zijn daardoor uitgesloten. Het levert te veel van hetzelfde op’, meent hij. Boers studeerde af aan het Hout- en Meubileringscollege in Rotterdam, volgde de richting autonoom beeldende kunst aan het AKV | St. Joost in Breda, maar studeerde af als productontwerper binnen de richting ruimtelijk ontwerp en hij werkte bij Piet Hein Eek. Boers balanceert graag tussen autonoom en toegepast werk, tussen sculpturaal object en functioneel product. Dat vind je terug in het Demolition Cabinet dat hij in Milaan toont. ‘Ik wil laten zien hoe je een vorm van destructie kunt inzetten als begin van creatie,’ zegt Boers. ‘Zo ontwerp ik een situatie waarbinnen iets een eigen vorm krijgt.’ Om dat te illustreren laste de ontwerper een eenvoudig frame, ging naar de metaalsloop en liet met een kraan een kluis van bijna driehonderd kilo op het frame vallen. In de hoop dat het object niet helemaal kapot ging – het was tenslotte een kostbare aangelegenheid – leek het opengescheurde en gedeukte resultaat het meest op een kabinetkast. De kleerscheuren werden licht cosmetische behandeld; er werd gelast, gladgeslepen en geschuurd. Het resultaat is Demolition Cabinet dat de schoonheid van het kapotte laat zien. Het proces vastgelegd op video, vormt een onderdeel van het project. WWW.NICKBOERS.COM Demolition-kabinet . Foto: Eef Schoolmeesters Sexual Healing . Foto: Nicole Marnati oproepen met porno of iets medisch’, zegt ze. ‘ Brush is een goed voorbeeld; het object is gemaakt van siliconen en paardenhaar en er zijn sensoren in verwerkt’, vertelt ze. ‘Het laat je weer wennen aan aanraking en dat kan je helpen je schaamte te overwinnen en dient als hulpmiddel om een gesprek met je partner te vergemakkelijken.’ Zo is Sexual Healing gericht op het vermin - deren of wegnemen van angst en spanning; de objecten nodigen uit om te zoeken naar wat plezierig en opwindend voelt, en helpen vrouwen de zekerheid over hun lichaam terug te vinden. De designer is al in gesprek met een bedrijf in San Francisco om haar designproducten op de markt te brengen en wordt uitgenodigd lezingen te houden op huisartsen- en fysiotherapeutencon - gressen. Intussen werkt Nienke Helder aan een groot keramiekproject voor een restaurant met twee Michelinsterren. WWW.NIENKEHELDER.COM Van heel andere aard is het project Sexual Healing van research designer Nienke Helder. Ook al valt er in deze richting moei - lijker geld te verdienen dan met haar goed lopende keramiekstudio, toch combineert Helder beide disciplines. De interesse in de medische wereld kreeg ze van huis uit mee. Zowel haar grootmoeder als moeder waren verpleegkundigen en zelf had ze een bijbaan in de gezondheidszorg op een gesloten afdeling voor dementerenden. ‘Ons seksleven is iets heel persoonlijks, terwijl de benadering van vrouwen na een traumatische ervaring als een zware beval - ling, operatie, of een seksueel trauma, heel klinisch en lichamelijk is gericht’, vertelt Helder, die zelf spreekt uit ervaring. Ze herkent de frustraties, spanningen en onzekerheden van vrouwen en zocht naar een oplossing voor de huidige aanpak van uit trauma’s voortkomende seksuele problemen. In de hoop dat vrouwen het onderzoek en de benadering als prettiger ervaren door weg te blijven van de behan - deltafel, ontwikkelde ze Sexual Healing. Haar persoonlijke afstudeerproject aan de Design Academy Eindhoven werd vorig jaar getoond tijdens de Graduation Show en de Dude graduates -expositie is in Milaan nogmaals te zien samen met werk van andere ontwerpers die onder de actuele noemer Health Care exposeren. Voor haar uitgebreide onderzoek werkte Helder samen met gynaecologen, seksuo - logen en fysiotherapeuten, en met Mieke Meijer, haar docent Man and Activity van de academie; ze las talloze boeken en sprak vrouwen met een breed scala aan seksuele problemen en medische ervaringen. De research designer ontwierp letterlijk een nieuwe therapie met objecten die geen associaties oproepen met medisch omge - vingen en overigens ook niet met het vulgaire imago van seksspeeltjes, omdat de designproducten aaibaar zijn en mooi van vorm en kleur. ‘Uit tweehonderd kleurstalen zocht ik naar frisse kleuren die goed passen bij alle huidskleuren en die geen associaties NIENKE HELDER 74 talents

11. op een einde liep omdat degene wiens plek hij had ingenomen toch weer terugkwam en Joost besloot niet voor zijn plek te strijden vanwege te veel animositeit, viel alles op zijn plaats. ‘Met Walter voerde ik al weleens gesprekken over slecht knitwear . Hij is zelf begonnen met voornamelijk truien en weet er veel van. We waren het erover eens dat je weinig mooie, kwalitatieve en speciale breisels ziet in ons vak. Ik vond dat zonde, juist ook omdat er in Europa zoveel ambacht en kennis is. Daar wilde ik iets mee doen. Ik ben geen modeontwerper maar een trui is behapbaar als vorm en heeft een buiten - vlak om grafisch iets mee te doen. Toen ik bij Henrik een Bulgaarse vrouw ontmoette die handgebreide truien maakte en volgens mij wel kon doen wat ik voor ogen had, kwam dat precies op het goede moment. Ik besloot een heel seizoen, dus een half jaar, te nemen om mijn idee, Survival of the Fashionest, op te zetten zodat ik alle tijd en aandacht had om het precies te doen zoals ik het wilde.’ In dat halfjaar gebeurde er veel. Joost maakte de ontwerpen voor zijn truien en ging naar Bulgarije om kennis te maken met de groep vrouwen die voor hem zouden gaan breien. Het idee dat zij al direct aan de slag konden met het maken van samples moest hij al snel laten varen toen bleek dat de breisters eigenlijk geen benul hadden van wat ze in hun mars hadden. ‘Dat was enerzijds een deceptie, maar tegelijkertijd ook mooi. Ik was zo gewend om met de allerbeste mensen te werken aan wie je niet veel hoefde uit te leggen en dat deuren vanzelf open gingen. Zonder dat ze het eigenlijk wisten hadden ze een schat aan kennis, kennis die hier in het Westen is verdwenen of verwaterd. Ik heb daar alles omgegooid en me gecon - centreerd op hoe we de handwerktechniek zo goed mogelijk konden laten zien en benut- ten. Daar heb ik alle ontwerpen op gemaakt en ook gepusht om het niveau te halen dat ik wilde. Ik dacht dat ik soms misschien te ver ging, maar het heeft heel goed uitgepakt en de maaksters zijn trots op zichzelf.’ Wat Joost per definitie niet wil is dat zijn collectie de sfeer krijgt van een sociale werk - plaats. Natuurlijk vindt hij het belangrijk dat een deel van de verdiensten terugvloeit naar de maaksters en zal hij investeren in het opleiden van nieuwe generaties. Maar dit ziet hij als vanzelfsprekend en wil hij niet gebruiken in marketingopzicht. Wat voor de buitenwereld belangrijk is, is de boodschap dat er op het gebied van duurzaamheid en transparantie iets moet gebeuren in de modewereld. Het liefst zou Joost willen dat er in het hogere segment meer unieke stuks worden gemaakt en er veel hoger wordt ingezet op kwaliteit en ambacht. ‘Juist daar kan dat, zeker gezien de prijzen die er worden gevraagd. Zelf heb ik bijvoorbeeld elk aspect van mijn product herbekeken en me afgevraagd hoe ik het kon verbeteren. Zo zitten er in mijn truien gebreide labels in plaats van geweven die niet mee rekken met het breisel en ik gebruik Donegal Tweed merino wol, de beste kwaliteit garen, van een oude traditionele familiespinnerij in Ierland. Ik wil dat elke stap verantwoord is.’ Over de mode-industrie op zich heeft hij gemengde gevoelens. ‘Ik kan moeilijk iets tegen de industrie hebben. Maar aan het woord heb ik een hekel. Bedrijven als H&M en dergelijke beschouw ik inderdaad als industrie, maar het hogere segment is iets anders. Ik kan er weinig aan veranderen en laten we eerlijk zijn, juist omdat het er is, valt de andere kant meer op’, legt Joost uit. Wel is hij fel op het kopiëren van stuks van kleinere ontwerpers. ‘Dat moet echt stoppen. Ik heb gezien hoe items van kleine onafhan - kelijke studio's nagenoeg helemaal werden gekopieerd en geëxploiteerd door reuzen als H&M. Iemand als Dries Van Noten pakt dat aan, maar heeft er ook het geld voor. Ik vind het heel mooi dat hij de schadevergoedingen die hij krijgt doneert aan modeacademies.’ ‘Een typisch mode-mannetje ben ik niet; in de mode is vaak sprake van een fake gezicht, een masker. Daar houd ik niet van. Als je naar een hot issue als duurzaamheid kijkt bijvoorbeeld; veel bedrijven doen daar wel iets mee, maar het is niet oprecht. Ze willen meegaan in de rage. Tegelijkertijd is er ook al veel verbeterd ten opzichte van een aantal jaren terug. Veel grote modehuizen zoals Chanel kopen kleine ateliers op die anders verloren gaan en dat is heel goed. Maar de grote groep daaronder zit er alleen voor het geld in. Dat past niet bij mij; ik vind het een jammerlijk deel van de modewereld. Heel mooi vind ik het initiatief van Bruno Castle in the Sky , 2012. Installatie in Van Abbemuseum Eindhoven, in samenwerking met Marleen Hartjes ‘ OP HET GEBIED VAN DUURZAAMHEID EN TRANSPARANTIE MOET ER IETS GEBEUREN IN DE MODEWERELD ’ 20 dude

25. werkzoekende. De mogelijkheden lopen uiteen van subsidie voor een rolstoeloprit tot jobcoaching, van een extra leuning bij de trap tot compensatie van uitval door ziekte.’ Maar er zijn ook een hoop jongeren die tussen wal en schip vallen. ‘Zij komen niet voor in het Doelgroepenregister van UWV en worden daardoor moeilijk door werk - gevers aangenomen.’ UNIQUE SELLINGPOINT De 31-jarige Denise Stoopen is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven en gespecialiseerd in het ontwerpen van mode - accessoires. Haar succesnummer is de Big a Bag , een hippe tas die tegelijkertijd een opstapje is. ‘Erg handig voor mensen die kleiner zijn dan 1 meter 63. Het maakt pinnen, iets van een hoog schap in de super - markt halen of een biertje drinken aan de bar een stuk makkelijker.’ Stoopen heeft achondroplasie (een groeistoornis, ook wel dwerggroei genoemd) en weet dus wat de aandachtspunten op dat gebied zijn. ‘In het begin van mijn opleiding zag ik mijn ontwerppraktijk los van mijn aandoening. Ik wilde bewijzen dat ik als ontwerper niet afweek van de rest, juist omdat ik vanwege mijn lengte al als “anders” werd gezien. Pas in het derde jaar besefte ik: dit was mijn unique sellingpoint.’ De Big a Bag verkoopt goed, maar ervan leven lukt nog niet. Stoopen werkt daarom parttime in de horeca en ze zet zich in voor het online platform No Limits Network ‘voor jongeren die beperkt worden maar zich niet beperkt voelen’, een initiatief van KRO-NCRV. Hoewel ze zich niet verveelt, gaat ze het liefst ergens fulltime aan de slag in een functie die aansluit bij haar opleiding. ‘Ik weet dat dit lastig haalbaar is, ook voor ontwerpers zónder aandoening of handicap. Maar wat mij frustreert, is dat ik vaak in stilte wordt afgewezen. Bedrijven gaan ervan uit dat ik vaker ziek ben dan gemiddeld, maar dat is zeker niet het geval.’ Ze zou er baat bij hebben als bedrijven meer open staan voor een gesprek over de risico’s die zij denken te lopen als ze haar in dienst nemen. Stoopen: ‘Ik kan niet in hoofden kijken, dus ik weet niet wanneer een werkgever problemen ziet die weg te nemen zijn. Als er twijfel is over mijn functioneren, dan kunnen we bijvoorbeeld praten over een proefperiode, desnoods zonder loonverplichting.’ TWEEDE NATUUR De zoektocht naar een vaste baan laat Pluc Plaatsman (34) bewust aan zich voorbij gaan. ‘Of ik zonder mijn handicap ook overtuigd zzp’er was geweest? Waarschijnlijk wel. Maar ik betwijfel of ik ook zo goed had nagedacht over wat ik wil, wat ik kan en wat ik opdrachtgevers kan bieden.’ Zelf noemt Plaatsman zijn handicap gekscherend een haakarm. Vanaf zijn geboorte kan hij zijn rechterarm beperkt bewegen: recht uitstrekken en langdurige inspanning zitten er niet meer in. ‘Overbelastingsklachten liggen altijd op de loer’, vertelt Plaatsman. ‘Eerst wist ik niet hoe hiermee om te gaan. Voor de Hoge - school voor de Kunsten Utrecht (HKU) deed ik een MBO-opleiding mediavormgeving waarvoor ik veel en vaak achter de computer zat. Ik hield weinig rekening met de consequenties.’ Tijdens zijn eerste jaar aan de HKU was het raak: hij verloor alle kracht in zijn arm. Negen maanden revali - datie had hij nodig om weer bovenop te komen, waardoor zijn toekomst op losse schroeven kwam te staan. ‘Had mijn oplei - ding nog nut? Kon ik met deze arm ontwerper worden? Uiteindelijk conclu - deerde ik dat het geen zin had om me druk te maken om iets waar ik niks aan kon doen. Ik besloot er het beste van te maken.’ Waar zijn studiegenoten als vanzelfsprekend aan de slag gingen met grafische software, moest hij op zoek naar andere methodes. Zo ontwikkelde hij al vroeg zijn eigen stijl met getekende beelden en handgeschreven typografie. ‘Door mijn handicap heb ik geleerd creatief en analytisch te denken. Ik kan niet eindeloos filmpjes editen, dus bedenk ik een manier waarop ik met Photo - shop wél beelden kan animeren. Digitaal infographics maken kost mij relatief veel meer tijd, dus experimenteer ik met analoge technieken. Steeds ben ik bezig mijn ontwerp - proces zo in te richten dat ik er mijn arm zo min mogelijk mee belast.’ Het bewust nadenken over processen en methodes heeft Plaatsman geen windeieren gelegd. In 2011 studeerde hij cum laude af en inmiddels heeft hij een eigen bedrijfje dat beginnende ontwerpers, creatieve zzp’ers en grotere bedrijven helpt te reflecteren op hun bedrijfsvoering. ‘Werkprocessen opti - maliseren is mijn tweede natuur geworden. Zonder handicap zou ik daar nooit zo bedreven in zijn geweest.’ WWW.URDSOLUTIONS.NL WWW.EMMA-AT-WORK.NL WWW.DENISESTOOPEN.COM WWW.BIGABAG.COM WWW.PLUCPLAATSMAN.COM TIPS VOOR ONTWERPBUREAUS — Het lijkt een open deur, maar staar je niet blind op wat een sollicitant niet kan en kijk vooral naar zijn of haar moge - lijkheden. — Laat je informeren over de verschillende regelingen die bestaan voor sollicitanten die in de doelgroepen passen zoals beschreven in de Participatiewet. — Maak gebruik van de aange - boden ondersteuning van onder meer regionale Werkbedrijven en Werkgeversservicepunten. — Handige websites: www.awvn.nl, www.uwv.nl, www.rijksoverheid.nl ‘ door mijn handicap heb ik geleerd creatief en analytisch te denken ’ 48 dude

28. Daarnaast zijn ze sinds 2016 hoofd van de designbachelor van het MADE Programma in Syracuse, Sicilië. Op deze Werelderfgoed - plek van UNESCO zetten ze de eerste Summer School op. ‘Kennis en bewustwor - ding van wat er in de wereld gebeurt moet groeien, moet je opbouwen. We zien het als een uitdaging om te kijken of een van de armste streken van Europa een plek voor design kan worden, mede door lokale ambachten, design en architectuur samen te brengen’, vertelt Andrea. Evengoed vindt Formafantasma het geweldig om te volgen hoe de eindexamenstudenten in Eindhoven groeien tot ze klaar zijn voor de wereld. ‘Wij kunnen ons makkelijk tot hen verhouden, we zijn van dezelfde generatie. Wij zeggen nooit hoe het moet, oordelen niet, want we vinden het juist fascinerend om te zien dat zij dingen anders oplossen dan wij. Die diversiteit is het mooie van de designacademie’, vindt Andrea. ‘Het is een generatie die weet wat er in de wereld gebeurt, die zijn ogen wijd open heeft, nadenkt over wat we werkelijk nodig hebben, en dingen wil veranderen. Dat doen ze niet schreeuwerig en radicaal zoals de generatie voor hen, maar meer in stil protest.’ Eigenlijk is het een zieke discipline, vindt hij. ‘Designacademies groeien, maar er is geen ruimte meer voor studenten en spullen. We moeten terug naar vijfentwintig studenten in plaats van tweehonderdvijftig, en hebben behoefte aan visionairs als Boyan Slat die de discipline een andere richting op duwen. Niet revolutionair maar met kleine stappen. Zo’n stap maken technische universiteiten en designacademies ook als ze meer samen - werken. Het technische zonder hart verbinden met het artistieke hart kan uiter - mate vruchtbaar zijn’, formuleert Andrea. Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen ingenieurs en de twee designers in hun meest recente project Ore Streams (2017). Een opdracht van de National Gallery of Victoria (NGV) in Melbourne, in 2020 ook in Londen te zien. ‘Interessant aspect aan Australië is dat het een van de weinige eerstewereldlanden is die nog altijd aan mijnbouw doen’, weet Formafantasma. Geïnteresseerd in mining begonnen ze hun research bij metalen, zowel terugblikkend op het koloniale verleden als kijkend naar de toekomst: ‘Door onze mateloze hebzucht is tachtig procent van de grondstof niet meer ondergronds maar boven de grond te vinden, verwerkt in onder andere elektronische producten. Recycling van die afvalberg kan ons voorzien van meer metalen dan we nodig hebben.’ Dat gegeven leidde tot een intrigerende collectie kantoormeubels van gerecyclede materialen en e-waste , gevat in glanzend strak glas. Een sterk statement – met een kwinkslag naar het hol van de leeuw, de bedrijven waar alle beslissingen worden genomen. De tweede fase van het zeer omvangrijke researchproject betreft het in kaart brengen van de afvalstromen aan de hand van honderden gevoerde gesprekken over recy - cling. ‘Neem een elektronische kabel: een koperdraad met een jasje van zwart rubber. In onze wereld wordt de non-kleur zwart bij het scheiden van afval niet herkend door de machines. Dus designers: ontwerp een gekleurde kabel!’, zegt Andrea, die kan putten uit een scala van dit soort voorbeelden. Hoe je betere producten maakt, is letterlijk vervat in onder andere een enorme video- installatie, animatie en een handleiding met ‘designerregels’. Met dit project is Formafantasma mogelijk een ogen-openende katalysator. Ore Streams is namelijk tevens een oproep aan bedrijven om te overleven door de potentie te zien van het samenwerken met designers met visie. En een oproep aan designers om lef te tonen, betrokken te zijn en actief bedrijven te benaderen om samen te werken. ‘Daar ligt een grote toekomst’. WWW.FORMAFANTASMA.COM FORMAFANTASMA Formafantasma bestaat uit Andrea Trimarchi en Simone Farresin en werd in 2009 opgericht. De studio verdeelt het werk in twee gelijke delen: enerzijds eigen werk en anderzijds commerciële opdrach- ten voor merken, interieurs en advies. Opdrachtgevers zijn o.a. Fendi, Sportmax (Max Mara), Hermès, Droog, Nodus Rug, J. & L. Lobmeyr, Giustini / Stagetti Galleria O. Roma, Gallery Libby Sellers, Established & Sons, Lexus, Krizia International. Voor Flos werkt Formafantasma aan nieuwe verlichting, met een architect aan het interieur van een privé- huis in Puglia, en aan een nieuw textielproject. In 2019 volgt een solo-show in London. Formafantasma’s werk is te vinden in permanente museale collec - ties. Ze geven lezingen, workshops en doceren aan verschillende internationale universiteiten, academies en instituten. Ore Streams Cubicle , 2017 Ore Streams Cabinet , 2017, in opdracht voor de NGV Triënnale, een nieuw initiatief van the National Gallery of Victoria in Melbourne, Australië. Foto: Ikon 54 55 dude

45. detailwerk mode plus DESIGN: THE STONE TWINS OPDRACHTGEVER: MODEFABRIEK WWW.STONETWINS.COM Het creatieve communicatiebureau The Stone Twins van de tweeling Garech en Declan Stone, werd gevraagd de Modefabriek opnieuw uit te vinden. Met het statement More Than Mode en een nieuwe holistische benadering van de merkidentiteit heeft The Stone Twins ervoor gezorgd dat de belang - rijkste tweejaarlijkse modebeurs van Nederland, gezien wordt als meer dan alleen een beurs. Modefabriek als festival met een inspirerende mengeling van merkpresen - taties, modeshows, exposities, installaties, winkels, lezingen, workshops, eten en drinken en muziek. More than mode dus. Het logo is geïnspireerd op de houten stands van voorgaande Modefabriek-edities. Elke keer wordt het logo modieus aangekleed met verschillende kleuren en patronen die passen bij het thema. Zo was winter 2017 een typografisch feest van tribale mode. The Stone Twins werkt momenteel hard aan het thema en de uitingen voor de zomer 2018-editie. Een michelinmannetje zit verlekkerd aan een rijkelijk gedekte tafel, een mooi stuk gevogelte is met poten en al aan een boom gebonden, een vrachtwagen verliest zijn vracht, chorizo staat te borrelen op een vuurtje in een laboratoriumglas en ook Ottolenghi’s Plenty more ontbreekt niet. Op de illustraties van Aart-Jan Venema, zoals deze, gemaakt voor Elsevier, ben je niet snel uitgekeken. En wie lang kijkt, wordt beloond. DESIGN: AART-JAN VENEMA OPDRACHT: ELSEVIER WWW.AARTJANVENEMA.COM Brand strategie en identiteit: The Stone Twins. Website: The Stone Twins + This Page Amsterdam Exhibition Design: Bram/ Stijn Fotografie: Bo van Veen Brand Film: Florian Joahn 88 with compliments

41. TalentLAB is een gloednieuw crowdfundingplatform van MADE.COM waar iedereen met originele designideeën terechtkan. Als jouw design ons opvalt, stellen we het voor aan onze klanten. Zijn zij er op hun beurt helemaal gek van, dan brengen we je ontwerp in productie en zal het verkocht worden op MADE.COM: met licenties per verkocht product en je unieke idee in de kijker geeft dit je carrière een vliegende start. Have it MADE with TalentLAB. Word jij onze volgende designer? Breng je idee tot leven met TalentLAB. TalentLAB_NL_ADVERTORIAL-DUDE_210x270mm.indd 1 15/03/2018 17:09 Al sinds haar start aan de KABK is ontwerper Christie van der Haak onverminderd productief. Ze studeerde af in de richting Mode & Design, had succes met haar schilderijen, maar haar kennismaking met het weefgetouw opende in 2003 een nieuwe wereld. Ze geniet in thuisstad Den Haag van alle galeries en groet om de zoveel meter op straat een oud student van de academie, waar ze vijfentwintig jaar lang lesgaf. Hoewel Christie vindt dat de Hagenaar nog te weinig kleur bekent, is ze nauw verbonden aan de stad. ‘Ik geniet van de binnenstad, met zijn statige gevels, patronen en portieken. Dat alles gebruik ik op een indirecte en abstracte manier in mijn werk.’ Het Gemeentemuseum is belangrijk voor haar en direct verbonden aan de Haagse Ouborg Prijs die ze in 2015 kreeg voor haar rijke oeuvre. ‘Mijn expositie Sproken / Fairy Tales was een grote stap in mijn ontwikkeling. Ik transformeerde de projectenzaal door alle wanden tot aan het plafond met mijn patronen te behangen. Spectaculair!’ Net zo enthousiast is ze over haar instal - latie voor de expositie More is More in het Wolfsonian te Miami, waarbij ze ook de museumfaçade van haar karakteristieke prints voorzag. ‘De reacties waren overwel - digend’, vertelt ze. ‘Sindsdien word ik vaak voor dergelijke installaties gevraagd.’ In het Arco-paviljoen van Villa Mondriaan waren haar patronen te zien als onderdeel van de reeks Dutch-designtentoonstellingen. Tijdens Object Rotterdam 2018 in februari stond er een installatie van haar hand in de Euromast. Christie: ‘En in mei richt ik een kamer in voor museum Escher in het Paleis.’ Ze spreekt over haar eigen werk met het enthousiasme van een beschouwer die de impact ervan voor het eerst ondergaat, en lacht daar zelf om. ‘Ik verbaas mezelf nog Christie van der Haak werkt tot in het oneindige steeds. Renate Boere, met wie ik een boek over mijn oeuvre maakte, heeft mijn ogen geopend voor de kwaliteit van mijn eigen werk. Na 2003 was ik geneigd mijn schilde - rijen en keramiek niet meer te vermelden. Zij deed me inzien dat het allemaal heeft geleid tot waar ik nu ben.’ Dat maken gebeurt nu vaak thuis aan tafel. ‘Vroeger schilderde ik in een atelier, maar dat is veel meer geploeter en bovendien gelden in de toegepaste kunst heel andere regels dan in de beeldende kunst. Ik geniet ervan dat ik nu altijd en overal op A4-formaat tekeningen kan maken. Dat doe ik aan de lopende band en met pen op papier. Je begint met een wit blaadje dat elk moment kan transformeren in een fantastisch ontwerp, daar geniet ik van.’ Hetzelfde enthousiasme en vertrouwen probeerde ze ook haar studenten mee te geven. ‘De kunst is om optimaal te vertrouwen op jezelf en je werk. Je moet altijd verwachtingsvol zijn.’ Ze is er zelf het voorbeeld van. ‘Jarenlang werd er neerbuigend gedaan over deco - ratieve kunst. Ik heb dat altijd tegen de klippen op gedaan. Nu geniet ik des te meer van de schijnbare hype rondom patronen in de mode.’ Toch blijft ze stug haar eigen ding doen. ‘Bij veel hedendaagse gespiegelde patronen zie ik de armoede waarmee het gemaakt is. Mijn patronen en stoffen hebben een rijkheid die vaak ontbreekt in het commerciële circuit.’ Zoals Christie zich ontwikkelde, zo ontwik - kelde ook haar thuisstad. ‘Het bruist meer dan vroeger en de eetcultuur is rijker. Ik denk ook dat de stad zich goed ontwikkelt voor jongeren, met alle interessante atelier - complexen. Daarbij juich ik de galeriecultuur toe, die viert hoogtij. Onlangs ging galerie Twelve Twelve in de Prinsestraat met schwung van start: die straat krijgt daar - door een heel ander karakter.’ Over schwung gesproken: Christie droomt ervan om zes weefmachines gelijktijdig voor haar te laten werken. ‘Ik heb zo’n behoefte te produ - ceren. Ik wordt 68, dus ik heb haast om veel te maken’, lacht ze. Met haar ontwerpen hoopt ze via New Citizen Design ook het grote publiek te bereiken met betaalbare producten. Wat ze ook maakt: haar onein - dige inspiratie wordt weerspiegeld in haar patronen, die ook oneindig zijn. WWW.CHRISTIEVANDERHAAK.NL HAAGSE HOTSPOTS VOLGENS CHRISTIE VAN DER HAAK 1. Gemeentemuseum Den Haag, www.gemeentemuseum.nl 2. Theater aan ’t Spui 3. West Den Haag, www.westdenhaag.nl 4. Twelve Twelve, www.twelvetwelve.gallery 80 dude

42. Achter prachtige façades schuilt zoveel meer. Als geen ander kunnen ontwerpers ons kritisch, omgekeerd of anders laten kijken naar de wereld en blootleggen wat aan ons oog onttrokken lijkt. Zo tonen studenten aan ArtEZ met Collectie Arnhem de achterkant van de glitterende voorzijde in de mode. Keren kunstenaar Yuri Veerman en ontwerper Thijs Verbeek de lelijkheid van boekverbrandingen om in een ongekende schoonheid. Maakt Space Encounters uitgerekend in designmekka Milaan een rebels statement. Krijgen oesterschelpen een tweede leven in terrazzotegels, en wordt een complex landschap van miljoenen waterdruppels verbeeld in een waterkleed. hemelsblauw minestone DESIGN: MARJAN VAN AUBEL OPDRACHTGEVER: DESIGN MIAMI / BASEL EN SWAROVSKI WWW.MARJANVANAUBEL.COM Technologie en duurzaamheid spelen een grote rol in het werk van Marjan van Aubel. Ook in haar laatste ontwerp, de Cyanometer , komen beide samen. In de serie van drie lichtobjecten gebruikt Van Aubel blauwe kristallen om zonnecellen efficiënter te maken. Door het glas in bepaalde hoeken te snijden, vangen de zonnecellen meer licht. Met de opgeslagen energie kan een lichtinstallatie worden aangedreven van drie ringvormige objecten die door het gebruik van opalen blauw licht verspreiden vergelijkbaar met het blauw van een mooie heldere lucht. De Cyanometer ontleent zijn naam aan de uitvinding uit 1789 die werd gebruikt om de kleur van de lucht te meten. DESIGN: PAUL KOENEN OPDRACHTGEVER: EIGEN INITIATIEF WWW.PAULKOENEN.COM Beeldend kunstenaar Paul Koenen heeft naar eigen zeggen een bijna ziekelijke neiging om te zoeken naar een verloren tijd en vast te leggen wat is geweest. Met verhalende, robuuste én poëtische stadsbanken uit mijnsteengranulaat getiteld: Het geheugen van Maastricht , won hij de Design Award 2017 ‘Made for Maastricht’. De banken vormen een vehikel om iets te bewaren van wat er vroeger was; het geheugen is gegoten in steen. Het materiaal kreeg letterlijk een tweede leven als eeuwige herinneringen in het landschap. Koenen, die zelf opgroeide boven de mijn - gangen van de Willem Sophia in Europa’s oudste steenkolenstad Kerkrade, geeft in zijn werk zijn jeugd vorm. Zijn doel: ‘De banken verspreiden over de stad zodat bewoners, passanten en toeristen er samen op kunnen zitten. En binnen Europa de Minestone - banken plaatsen op het gemeenschappelijke carboonbekken dat van Duitsland door België en Nederland loopt, zodat er een internationaal netwerk ontstaat. 82 83

39. Den Haag of ’ s - Gravenhage. Stad van zowel statige panden als speelse stranden, stad van de Nederlandse rock - ’ n - roll en de Nederlandse politiek. De visie en vastberadenheid die schuilt achter ’ s lands beleid ontwaren we ook in de Haagse ontwerpwereld. Voor alle onderstaande ontwerpers geldt dat ze een uitgesproken visie hebben die tot uiting komt in hun werk. Het succes van Vruchtvlees, Nynke Koster en Christie van der Haak is niet toevallig, maar te danken aan onverzettelijkheid, overtuiging, vertrouwen, passie én een grote drang tot productie. TEKST PRISCILLA DE PUTTER Ze studeerden alle drie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK), geen wonder dat vrienden en zakelijk partners Rindor, Roman en Michael ervoor kozen om hun digital agency Vruchtvlees vanuit Den Haag te bestieren. Creative Director Rindor Golverdingen vertelt over hun visie, groei, portfolio, lessen en natuurlijk over Den Haag. Na acht jaar werken en groeien aan de Binckhorstlaan werd het bedrijfsverzamel - gebouw aldaar hen te klein, vertelt Rindor. ‘Met een team van inmiddels vijftien man hadden we een grotere ruimte nodig. Dat vonden we in een nieuw pand schuin tegenover de Electriciteitsfabriek aan het De Constant Rebecqueplein, een superfijne en creatieve plek. We hebben nu twee keer zoveel ruimte, vijfentwintig werkplekken en twee vergaderruimtes.’ De groei die ze nastreven is qua ruimte in ieder geval mogelijk. Creatief en zakelijk gezien heeft het daar ook alle waarschijnlijkheid van: de ontwerpvisie van Vruchtvlees werpt zijn vruchten af. Die visie ontstond tijdens de studie, net als de eerste opdrachten. In een notendop: in de richting Grafisch Ontwerpen was te weinig aandacht voor digitale media, maar in de digitale media bleef het grafische aspect vaak achter. Vruchtvlees’ visie: de uitgangspunten van grafisch ontwerp ook digitaal toepassen. Toch denken ze niet in gescheiden werelden. Gemene deler is dat hun integrale aanpak altijd start bij de strategie en het concept. Vanuit de speel - tuinachtige omgeving tijdens de studie leerden ze al doende over klantcontact, targets en het aansturen van een team. Dat dit altijd goed ging – zonder verdere werk - ervaring – wijt Rindor aan een onuitputtelijk enthousiasme voor het vak. ‘We hebben veel energie, een uitgesproken visie en veel vertrouwen in ons eigen kunnen.’ Maar hoe zit het met de management skills? ‘We krijgen de vruchtbare visie van Vrucht vlees coaching om dat goed onder de knie te krijgen’, vertelt Rindor. Zo leerden de heren meer over het belang van bedrijfscultuur, want ‘mensen zijn je belangrijkste asset , zij moeten het doel voelen van het werk dat ze doen. We praten daarom veel en maken van alles een team effort .’ Rindor noemt Vruchtvlees – een naam die ze kozen vanwege de positieve bijklank en verwijzing naar ‘al het voedzame en kern - achtige onder de schil’ – een empathisch bureau. Zowel qua design als in het onder - houden van contacten. ‘Ook ons werk is positief en empathisch, het spreekt mensen aan.’ De optimistisch-empathische aanpak gebruikt het bureau bovendien om ‘bewuste merken’ te helpen. Vruchtvlees verkeert namelijk in de luxepositie klanten te kunnen kiezen, en die komen lang niet meer alleen uit Den Haag. Rindor: ‘Zo’n 75 procent van onze opdrachtgevers komt uit Amsterdam. We werken bijvoorbeeld aan project Gezonde Stad voor een duurzamer Amsterdam, maar ook voor een start-up in San Francisco en voor schouwburg De Munt in Brussel. Daarnaast werken we voor de Vegetarische Slager, een mooi merk waar we goed mee klikken.’ Al was het alleen al om de naam van het bureau, waarin ‘vlees’ ook geen vlees is. Vruchtvlees ontkiemde snel en groeide uit tot een full service agency dat inmiddels ook concept en strategie verzorgt. Dat spreekt met name jonge ondernemingen aan, zowel corporate als cultureel. Bedrijven als citizenM en Ace & Tate. Rindor: ‘We zijn erg trots op ons werk voor Theater Rotterdam, waarin we de strategie, huisstijl en website voor ons rekening namen. De nieuwe, brutale identiteit is onderscheidend in de theaterwereld.’ Hoewel Rindor een tweede vestiging in Amsterdam niet uitsluit, was Den Haag altijd een logische keuze. ‘We hebben onze wortels hier. De stad is veelzijdig, heeft mooie musea, maar ook het strand. Ook de huurprijzen van bedrijfs - panden zijn hier interessanter. De academie en Electriciteitsfabriek zorgen voor een creatieve vibe in de stad. Wij hebben nooit de behoefte gehad om naar Amsterdam te trekken, de Randstad is voor ons één grote stad.’ WWW.VRUCHTVLEES.COM HAAGSE HOTSPOTS VOLGENS VRUCHTVLEES 1. Culturele broedplaats DCR, www.dedcr.nl 2. Electriciteitsfabriek, www.electriciteitsfabriek.nl 3. Galerie NEST, www.nestruimte.nl 4. Wijnbar en bistro Lapsang, www.lapsang.nl 76 77 creative cities dude

32. De Rode Winkel. Foto’s: Maarten Willemstein TEKST KITTY DE GROOT × PORTRET MAARTEN WILLEMSTEIN DE KLARE LIJN IN INTERIEUR- DESIGN Interieurontwerper Rob van Sprang (1972) heeft een zeer herkenbaar hand - schrift; zonder uitzondering worden zijn projecten gekenmerkt door een strak gecomponeerd lijnenspel – van zijn eigen woning tot het interieur van Denim City en verschillende jeanswinkels, van de architectuurexpositie Asking Questions tot het kantoor van de BNO. Het signatuur onderstreept de architectuur, maar laat deze zelf spreken. ‘Als ik terugkijk op mijn werk, naar wat ik heb ontworpen aan de Sint-Lucas, aan de Gerrit Rietveld Academie en de negentien professionele jaren daarna, dan zie ik één constante: een lijnenspel.’ We spreken Rob van Sprang, eigenaar van VEVS Interior Design. Hij draagt een trui met vlakken, tekent lijnen in de ruimte en voert de dialoog vanuit zijn gevoel. Daarin is hij consistent. Samen bezoeken we enkele van zijn projecten – inclusief zijn huis. Wat we herkennen is een eigen vast handschrift: uitgebalanceerde grafische composities in de ruimte. Die moeten kloppen. Van Sprang: ‘Elke keer weer zoek ik naar de juiste verhou - dingen in de ruimte. Ik kneed en modelleer totdat het klopt, totdat alles in balans is. Het klopt als ik alle componenten onder controle heb, als er een ruimtelijke compo - sitie is ontstaan die de architectuur de architectuur laat, maar er wel mee communi - ceert. Soms wijzigt er iets waarbij het voelt als een clash . Dan kan het zijn dat ik helemaal opnieuw begin. Het moet goed zijn.’ CONTEXT EN VERHAAL Het eerste project dat we bezoeken is Denim City, in De Hallen in Amsterdam. Een vrije inloop, een heerlijke vibe. ‘Mensen komen hier binnen met een wowgevoel’, vertelt Jos van den Hoogen van Denim City. Bij binnen - komst kijk je de meer dan dertig meter diepe hal in. Rechts een wand vol denimrollen in verschillende tinten, links het naaiatelier en helemaal achterin het innovatielab. Van Sprang: ‘Ik heb hier een blanco canvas inge - vuld met elementen die de ruimte structuur, ruimtelijkheid en ritme geven. Structuur heeft voor mij alles te maken met routing : is deze logisch, ervaar je ruimtelijkheid, zijn de gevraagde functies goed ingevuld?’ Denim City is zo gestructureerd als New York City. Een breed, recht pad loopt van de entree door tot achterin de hal. In het midden steekt hier een dwarsbrug overheen. Deze biedt toegang naar de vides, expositie-, archief- en workshopruimten. Langs het lange looppad links bij de entree witmetalen wandrekken met denimrollen aan de stokken. Rechts een rij stevige werktafels, dan een rij lage opbergkasten, gevolgd door naaimachine - tafels in een rij per twee opgesteld. Over elke twee naaimachinetafel buigt een ranke ‘lantaarnpaal’ heen. Ritmisch naast elkaar geplaatst en naar beneden schijnend geven ze het atelier optisch een eigen plekje. Daar is geen fysieke afscheiding voor nodig. Dat zou het casco aantasten. ‘Ik pel ruimten af tot aan het casco en laat deze spreken.’ Denim City is daarvan een goed voorbeeld: de door Van Sprang ontworpen elementen staan los in de architectuur, zodat het casco, de hoge hallen met haar bijzondere construc- tie, goed zichtbaar blijft. Losstaand – maar niet losbandig – want elk element is strak geregisseerd qua vormgeving en qua positie in de ruimte. Het interieur is gestructureerd, maar voelt star noch onpersoonlijk aan. Dat zit hem in meerdere aspecten. Zo wekt de groene lambrisering aan de onderkant van de witte muren rondom de illusie van een bakje waar je in zit. Door de kleur, groen, fris en contrasterend met het denim, is het FACTS & FICTION De Rode Winkel won The Retail Excellence Award 2017 en The Retail Storytelling Award 2018. Het interieur werd – evenals dat van het BNO-kantoor en diverse andere projecten van VEVS – gerealiseerd door Fiction Factory. WWW.FICTIONFACTORY.NL 62 63 dude styles & signatures

46. DESIGN: COLLECTIE ARNHEM OPDRACHT: ARTEZ WWW.COLLECTIEARNHEM.NL De negentien derdejaars studenten mode van ArtEZ hogeschool voor de kunsten die dit jaar Collectie Arnhem ontwierpen, hebben een gedeelde fascinatie voor wat zich schuilhoudt achter de façade. Zonder achterkant immers geen voorkant. Er is schoonheid in overdaad, maar er is ook schoonheid in de eerlijkheid achter alle glitter. Deze dualiteit vormt het spannings - veld van de collectie 2018 waarin wordt gespeeld met omkeringen. Collectie Arnhem heeft als doel modestudenten ervaring te laten opdoen met alle facetten van de mode- industrie naast het ontwerpen en presenteren van een eigen collectie. 810 2 mehnra eitcelloc DESIGN: SPACE ENCOUNTERS OPDRACHT: EIGEN INITIATIEF WWW.SPACE-ENCOUNTERS.EU Bar Anne is een manifest, een radicaal statement tegen de gekkigheid van alle geldverspillende, alles behalve duurzame designbeurzen waarvan je je kunt afvragen wat het nut is. Er is altijd weer de overdaad aan presentaties en producten, en bezoekers moeten van hot naar her rennen om zoveel mogelijk te zien. ‘Het hele fenomeen “beurs” zou kritischer kunnen worden beschouwd’, zegt Remi Versteeg van het gelauwerde architectenbureau Space Encounters. Waar kun je die kritische noot beter kraken dan in designmekka Milaan zelf? In het hart van de stad, in het historische Museo Diocesano biedt Space Encounters een welkom alternatief: een vijftig meter lange en vijf meter brede bar met een geïntegreerde spectaculaire lichtinstallatie van Children of the Light. De bar is een ‘ usable exposition ’, een laagdrempelige relax hang-out, experience , ontmoetings- en netwerkplek, creatieve hub en foodhal voor iedereen die snakt naar iets anders. Anne van der Zwaag selecteerde producten van getalenteerde ontwerpers die het inte - rieur van de bar ten goede komen, zoals een tafel of mondgeblazen glazen. Onder hen Mae Engelgeer, VANTOT, Rick Tegelaar, Sabine Marcelis, Jelle Mastenbroek, Klaas Kuiken – en uit België – Muller Van Severen. Ook partners die zich thuis voelen bij dit concept zoals Acosorb en Qbiq, Gira, doen mee aan het weerbarstige Gesamtkunstwerk . Misschien wordt de rebelse bar wel de nieuwe Bar Basso waar iedereen wil zijn. rebel bar 90 91 with compliments dude

31. adv.DUDE 210 x 270 met afloop chopper rood A4 def.indd 1 21-02-18 16:35 Johan ofwel Spielerei studeerde af aan de Willem de Kooning Academie en heeft voor vele opdrachtgevers gewerkt. Hij is met name bekend door zijn enorme, gedetailleerde muurschilderingen. JOHANMOORMAN.NL SPIELEREI Jenna studeerde Illustratie aan AKV / St. Joost in Breda en heeft na haar afstuderen al ontelbare keren geillustreerd voor de NRC en nrc.next , daarnaast kreeg ze veelvuldig opdrachten van De Correspondent en De Morgen (BE). JENNA-ARTS.COM JENNA ARTS MARKUS PRAAT Markus Praat is projectmanager digital design bij de BNO en richtte in 2014 illustratiegalerie New Chique Gallery en een bijbe - horend agentschap op. Hoewel hij zich nu bezighoudt met de digitalisering van de BNO en de connectie met de digital design community is visuele kunst, illustratie en animatie nog altijd een van zijn belangrijkste aandachtsgebieden. 60 dude

40. slaven die bouwden aan Nieuw Amsterdam zijn er nog steeds.’ Nynkes frustratie hier - over leidde tot inspiratie: ze zocht met haar galerie in New York naar nazaten van slaven. De afgietsels van hun vingers gebruikte ze voor een monumentaal werk dat wordt getoond op plekken die vandaag de dag de massagraven verhullen. Vingers rijzen uit de grond en lijken hun presentie aan te geven. Oude verhalen nieuw leven inblazen, dat is wat Nynke met haar werk beoogt. Toepas - selijk was dus ook de expositie Decoration Never Dies in Tokyo, waarvoor ze werd gevraagd door het Teien Art Museum. Nynke Koster neemt de ruimte In 2013 studeerde Nynke Koster af aan de KABK in Den Haag, in 2015 exposeerde ze haar werk al in Miami en New York. Haar werk – onder andere afgietsels van vaak ornamentele onderdelen van bouwwerken – bracht haar op bijzondere plekken. Haar thuisbasis is nog steeds Den Haag. Nynke studeerde af in de richting Meubel - ontwerpen, maar maakte nooit tafels of stoelen. Ze zocht de grens op tussen toegepast en autonoom ontwerp, met succes. Na een fijne studietijd goot ze naar eigen zeggen de halve academie af voor haar afstudeerwerk. ‘Ik maakte een collectie afgietsels van herinneringen, daar hoorde de academie ook bij.’ De fascinatie voor afgietsels begon met de mal van een waxine - lichtje. ‘Het rubber kon ik binnenstebuiten keren waardoor de productidentiteit veranderde: fascinerend!’ Een afgietsel werd een collectie, objecten werden ruimtes. Op haar project Elements of Time is ze het meest trots. Daarvoor goot ze architecturale fragmenten, zoals een barok plafond, tot objecten. Verschillende plaatsen, verhalen en geschiedenissen geeft ze zo een ander perspectief. Dat beperkt zich niet tot gebouwen. Met project Sankofa belichtte ze de veelal vergeten geschiedenis van Afro-Amerikaanse slaven. ‘Nederlanders stichtten New York en daar zijn we trots op. De schaduwzijde wordt meestal vergeten, maar de massagraven van mallenmaker met eigen restauratiebedrijf. ‘Ik werk nog steeds met zijn rubbers en we stonden samen op de steiger in Paleis Soest - dijk om daar afgietsels te maken.’ Ze ziet hem als haar leermeester: ‘Hij leerde me veel technieken. Goed gieten is een hele kunst!’ Nynke maakt nu vijfendertig objecten voor de bibliotheek in Delft en werkt daarnaast aan een ontwerp voor de gevel van een pand in Hoorn. ‘In samenwerking met de architect maak ik een ontwerp van baksteen, geïnspireerd op de geschiedenis van Hoorn.’ Ook hier is het verhaal achter haar ontwerp leidend. ‘Ik kan van de Nieuwe Kerk afgietsels maken, maar daar kan iedereen naar binnen. Het gaat me juist om verborgen plekken en verhalen.’ Van haar favoriete Haagse plek maakte ze nog geen afgietsel: restaurant Ming Kee. ‘“De vieze Chinees”, zo noemden we het tijdens de studie’, lacht ze. ‘Een gekke tent met tl-verlichting en plastic stoelen, maar het eten is er fantastisch en je betaalt maar zes euro voor een bord vol. Alle lagen van de bevolking komen er. Politici en daklozen, kunstenaars en zakenlui. Het is mijn idee van de perfecte samenleving.’ Zoals de details van gebouwen, zijn het ook de kleine dingen des levens die Nynke gelukkig maken. ‘Ik exposeer in de zomer weer in New York en Tokyo en dat is geweldig, maar ik ben het gelukkigst in mijn atelier. Nieuwe dingen blijven maken, dat is mijn droom.’ WWW.NYNKEKOSTER.COM HAAGSE HOTSPOTS VOLGENS NYNKE KOSTER 1. Chinees restaurant Ming Kee 2. De Besturing aan de Binck - horst, www.debesturing.nl 3. Het strand en de fietstocht erheen, langs landgoed Clingendael Hoewel haar werk internationaal veel aandacht krijgt, werkt ze het liefst vanuit haar studio in Den Haag. ‘Ik heb een fijn atelier van 150 m 2 in De Besturing, een groot complex aan de Binckhorst. De oneindige vrijheid hier is fantastisch.’ Vorig jaar kochten vijfendertig creatieven het gebouw samen aan; een mijlpaal. Nynke merkt dat er in Den Haag veel ruimte is voor kunst. Toch voelt ze zich niet aan de stad gebonden. ‘Ik zie mezelf ook wel in New York of een andere wereldstad, maar mijn werkplek hier is echt een pareltje. Ik heb bijvoorbeeld mijn eigen gietruimte.’ In de afgelopen jaren maakte ze van rubber haar studieobject en werkte daarvoor nauw samen met een f ANNO FEKKES @FACEBOOK.COM/ ANNO.FEKKES Den Haag werkt aan imago als creatieve stad. Prima! Deze intentie had eigenlijk al veel eerder kunnen worden uitge - sproken! goo.gl/7A5iBF Richard Hutten, Layers Cloud Chair , 2013 Richard Hutten. Foto: Vincent Mentzel ZIT! Richard Hutten ontwerpt niet alleen stoelen, hij verzamelt ze ook. Het Gemeentemuseum toont Huttens collectie, elk verbonden met een persoonlijk verzamelverhaal – en aangevuld met stoelen van zijn eigen hand. t/m 19 augustus 2018 WWW.GEMEENTEMUSEUM.NL DESIGNKWARTIER In juni klotst het design in het bruisende Zeeheldenkwartier weer over de plinten. Voor de vijfde keer tonen ruim honderd ontwerpers hun nieuwste werk, verspreid over vijftig tijdelijke locaties; van winkels en musea tot leegstaande panden en zelfs bij mensen thuis. 1 t/m 3 juni 2018 FESTIVALDESIGNKWARTIER.NL 78 79 creative cities dude

49. 8 9, - 25,- Bij de lente horen knoppen aan takken, kwetterende vogels, de voorjaarsschoonmaak en lentebloemen. Bloemen die niet zonder een vaas kunnen. Van keramiek, glas of klei en gemaakt door Dutch designers, bieden wij de mooiste exemplaren een plek in de etalage. Kun je er straks zelf bloemen in zetten. 187, - vanaf 5 9 9, - FELINE Is het niet zonde om die ene bloem die de reis van de bloemenstal naar huis niet overleefde gewoon weg te gooien? Hella Duijs ontwerpt voor deze geknakte exemplaren die nog lang niet klaar zijn met pronken mooie kleine vaasjes zoals deze: Feline . WWW.HELLADUIJS.NL HIDDEN VASE Gebaseerd op de werking van een watertrog voor kippen ontwierp Chris Kabel een vaas waarin bloemen optimaal tot hun recht komen. De watercontainer van de Hidden vase verdwijnt achter de bloemen die direct uit de prachtige handgemaakte en -gekleurde keramische schalen lijken te groeien. De vaas is verkrijg - baar in vijf kleuren en in productie bij het Belgische label Valerie Objects. WWW.VALERIE-OBJECTS.COM SLOW PRINTING Voor Design X Ambacht ontwierp Sander Luske de Slow printing -vaas. De vaas wordt met de hand gemaakt door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hij is opgebouwd uit kleibolletjes die stuk voor stuk in een mal worden geplaatst en zo ring voor ring de vaas vormen: printing by hand . De vaas is van binnen voorzien van een transparant glazuur. WWW.DESIGNXAMBACHT.NL BALKENVA AS Kenmerkend voor de ontwerpfilosofie van Piet Hein Eek is het optimaal gebruiken van materiaal, in het bijzon- der afvalmateriaal. Met de restanten van een grote partij balken die hij verwerkte tot allerlei meubelobjecten maakte Eek in samenwerking met Royal Leerdam Crystal een serie vazen. Deze kristallen vazen worden in een vierkante balkenmal geblazen en nemen de vorm en structuur van de boom aan. Zelfs de jaarringen van de boom zijn in het object zichtbaar. WWW.ROYALLEERDAMCRYSTAL.NL 96 97 shop & sales dude

43. waterkleed oestertegel alexia DESIGN: SILO OPDRACHT: MECANOO ARCHITECTEN WWW.SILOAGENCY.COM Hoogheemraadschappen behoren tot de oudste publieke organisaties van Nederland. Ze verzekeren ons van schoon en veilig oppervlakte- en zwemwater, én beschermen ons tegen overstromingen. Geen onbelang - rijke taak dus. Vanwege de ligging, het aantal waterwegen en de bevolkingsdicht - heid geldt het Hoogheemraadschap van Delfland als een van de meest complexe waterschappen. Deze complexiteit bracht ontwerpbureau Silo in kaart op een speciaal voor het hoofdkantoor van het waterschap gemaakt wandkleed. De kaart is opgebouwd uit miljoenen waterdruppels. Refererend aan water golft het wandkleed, een effect dat is bereikt door de selectie van garens in combinatie met de specifieke weving. Het wandkleed is onderdeel van een geheel aan creatieve elementen die Silo ontwierp voor het interieur van het door Mecanoo Architecten gerenoveerde hoofdkantoor van het waterschap. Deze elementen zorgen voor sociale verbinding, nodigen uit tot een gesprek of bieden juist privacy. Ieder onderdeel helpt om het verhaal van het Hoogheemraadschap van Delfland te vertellen en dient tegelijkertijd een praktisch doel. DESIGN: SPARK OPDRACHTGEVER: SUSTAINDER WWW.SPARKDESIGN.NL Het innovatieve Nederlandse merk Sustainder heeft Spark gevraagd om binnen korte tijd een hele familie van straatverlichtingsarma - turen te ontwikkelen. Alexia is de tweede ‘ smart city -oplossing’ in de reeks en door het rechthoekige verlichtingspaneel vooral geschikt voor het verlichten van drukke wegen. De productiekosten van de armatuur zijn relatief laag omdat hij grotendeels uit één aluminiumplaat is opgebouwd. En LED- verlichting maakt het tot een energiezuinig product. Wat de armatuur vooral bijzonder en ook bijzonder smart maakt, is de moge - lijkheid hem op afstand aan te sturen, bovendien reageert hij op zijn omgeving. In Alexia is gebruikgemaakt van een uniek cassettesysteem waarin ruimte wordt geboden aan verschillende sensoren. Denk bijvoorbeeld aan het meten van fijnstof. Het cassettesysteem zorgt voor een toekomst - bestendig design, dat eenvoudig is uit te breiden met nieuwe technologie. Alexia is in Duitsland al in de prijzen gevallen en won een German Design Award. DESIGN: MARJOLEIN STAPPERS OPDRACHT: EIGEN INITIATIEF WWW.DWERKPLAATS.COM Oesters zijn niet alleen populaire hors- d’oeuvres, maar worden ook gecultiveerd om als natuurlijke waterfilter te fungeren. Marjolein Stappers studeerde vorig jaar af aan de Design Academy Eindhoven met haar project Oesterplat waarvoor ze deze interessante eigenschappen van dit veelzijdige waterwezen onderzocht. Ze werd geraakt door de schoonheid van de schelpen nadat ze in een restaurant oesters had gegeten. ‘Ik vond het zonde dat het vijf tot acht jaar duurt tot een oester groot genoeg is om te eten, en dan wordt de schelp in drie seconden leeggeslurpt en in de afvalbak gegooid’, zegt ze. Daarom verzamelde ze de lege schelpen van restaurants en vond een manier om ze duurzamer te maken. Het resultaat is een collectie terrazzotegels gemaakt van marmer, oesterschelpen en beton als een soort hedendaagse fossielen-bakstenen. De naam Oesterplat is ontleend aan de manier waarop oesters in Nederland worden gekweekt: op een bodemcultuur van zo’n vijftienhonderd hectare in de Oosterschelde en vijfhonderd hectare in het Grevelingen - meer. Dat levert elk jaar ongeveer vijfentwintig miljoen oesters op. Genoeg schelpen voor nieuwe pastelkleurige terrazzotegels met parelmoerglans. with compliments

50. Elke Dude wordt gemaakt door de BNO en haar partners. Dude zou in zijn huidige vorm niet mogelijk zijn zonder de steun van ontwerp- bureau Dietwee, papierleverancier Antalis, drukkerij Aeroprint en binderij Brepols. Op deze pagina ’ s presenteren zij zich elk met een project dat illustratief is voor de liefde waarmee zij hun vak uitoefenen. GIF! DIETWEE Inmiddels werkt Dietwee al enige jaren voor Naturalis en hebben wij naast hun huisstijl ook alle campagnes gecreëerd voor de tentoonstellingen in het museum. Afgelopen jaar opende Naturalis de bijzondere tentoonstelling GIF! , waar zij voor het eerst levende dieren aan het publiek tonen. Men kan kennismaken met, en leren over, verschillende giftige dieren zoals slangen, spinnen, kikkers, maar ook giftige planten en mineralen. Onderzoeker Freek Vonk neemt het publiek mee in de bijzondere wereld van gif. Gif kan de dood veroor - zaken, maar kan ook levens redden. Sommige medicijnen zijn afgeleid van of geïnspireerd door gif in de natuur. In de tentoonstelling kan het publiek hier alles over leren. Om de tentoonstelling te promoten heeft Dietwee een campagnestijl voor GIF! ontwikkeld, met een eigen logo en verschillende communicatiematerialen zoals abri’s, online banners en een folder. En we hebben drie spannende, maar vooral ook grappige tv-commercials gemaakt waarin Freek Vonk uitlegt hoe giftig de Amerikaanse vogelspin, goudgele pijlgifkikker en de cobra zijn. De kerndoelgroep van de tentoonstelling zijn gezinnen met kinderen, vandaar dat we de campagnestijl speels hebben gemaakt en dat ook kinderen een belangrijke rol vervullen in de tv-commercial. www.dietwee.nl DOE MEER MET PRINT AEROPRINT Bij Drukkerij Aeroprint proberen we meerwaarde te geven aan grafische producties. En steeds vaker mogen we voor - zichtig meedenken met ontwerpers. Natuurlijk zijn we absoluut geen ontwerpers, maar we zijn wel zeer ervaren in het bieden van technische oplossingen en innovatieve ideeën om print meer te laten zijn dan vier kleuren op papier. Niet alledaagse materialen kunnen een ontwerp verder brengen. Ook al is een materiaal niet altijd zo gemakkelijk te bedrukken of te verwerken. En juist dat is het moment dat Drukkerij Aeroprint de handschoen oppakt en komt met ideeën om het ontwerp te realiseren op niet alledaagse mate - rialen. Zo verwerken we canvasdoek op de digitale drukpers, bedrukken we zilverfolie met witte inkt en drukken we boeken op lay-flat papier dat door een bijzondere bindwijze helemaal vlak open ligt en toch onverwoestbaar is. We denken dus mee over hoe we print naast en met digitale kanalen bijzonder genoeg kunnen laten zijn om de plek te behouden die het verdient. Nieuwsgierig naar de mogelijkheden? Bel ons eens op en kom kijken in de inspiratiekamer, vol met ideeën om drukwerk te beleven. www.aeroprint.nl 98 99 partners partners

19. Dude is een uitgave van de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers en verschijnt vier keer per jaar. Een jaarabonnement kost ¤ 25 (incl. btw). Dude is gratis voor leden. Ben je ontwerper maar nog geen lid? Kijk eens op bno.nl/lidworden. In Dude lees je alles over ontwerpers. En waar doe je dat nou liever dan in een prettige omge- ving, gevuld met het werk van deze ontwerpers? Nu de BNO een samenwerking is aangegaan met Made.com, is het mogelijk om dat te reali- seren met een mooie korting. Zoek een fijne stoel uit om je Dude lekker in te lezen. Of stimuleer jong talent door een in het TalentLAB van Made.com ontwikkeld product te kopen. bno.nl/dude dude, take a rest Neem nu een jaarabonnement op Dude en ontvang 10% korting op al je aankopen bij Made.com bedrijf en komen ze later, als een verbeterde versie, weer terug. Het wereldje is klein en de stoelendans permanent.’ Bijscholing is een middel om personeel gemotiveerd te houden maar interne oplei - dingen, zoals de high-potential -klasjes in de financiële sector, zijn in de designsector nog zeldzaam. Het in jongerencommunicatie gespecialiseerde Youngworks is met zijn programma Young Bastards een uitzonde - ring. ‘Gaan werken is een grote stap en een baan krijg je alleen in de vingers door meters te maken’, vindt creatief directeur Jodi Rabin. ‘In drie maanden tijd wordt binnen Young Bastards een compleet en echt project gedraaid. Vorig jaar moesten multidiscipli - naire teams een product ontwerpen voor Youngworks en dat leverde bijvoorbeeld een meditatie-app voor Snapchat op. Wij bege - leiden de keuze van het onderwerp en de uitwerking. Daarnaast zijn er sprekers en workshops. Young Bastards functioneert als een semi-officiële setting waarbinnen jonge creatieven zichzelf leren plaatsen. Er is geen baangarantie na afloop maar de laatste keer hebben we iemand aangenomen.’ Youngworks neemt bewust de rol van bruggenbouwer op zich maar er zijn ook bureaus die dat op een organische wijze doen. Kapitaal in Utrecht is een open studio waar studenten en net-afgestudeerden werk kunnen maken en tentoonstellen, en contact maken met opdrachtgevers en oudere, meer ervaren collega’s. Ook zijn er portfolio - presentaties en praktische informatieavonden, bijvoorbeeld met de boekhouders van Boqx0. Maar voorbereiding op de praktijk hoort volgens Kapitaal-initiatiefnemer Ramon Goedvree vooral thuis op school. ‘Alumni verdwalen of verzuipen nu en voordat ze eindelijk ergens landen zijn ze vijf jaar verder. Dat is zonde. Eigenlijk moet vanaf het eerste jaar de vraag worden gesteld: waar studeer ik voor en waar kan ik zo meteen terecht? Via een goed en actief alumnibeleid kunnen studenten leren van de ontwerpers die hen voorgingen en kunnen de gastdocenten kennismaken met eventueel toekomstig personeel. Maar laat die lezingen wel verplicht zijn. Weg met de vrijblijvendheid.’ DE A VAN ACADEMIE Er zijn opleidingen die zich de kritiek aan- trekken en hun programma aanpassen om de stap naar de buitenwereld te verkleinen. Zo moderniseerde de Willem de Kooning Academie zes jaar geleden haar curriculum voor alle kunst- en vormgevingsoplei - dingen. ‘Onze studenten ontwikkelen zich voor een specifiek domein: het sociale, het commerciële of het autonome’, legt Danai Fuengshunut, hoofd van het departement illustratie, uit. ‘Dat is een veel bewustere keuze dan voorheen. Bovendien veranderen invulling en balans van de opleiding over de jaren. Het eerste jaar is inhoudelijk vooral gericht op illustratie. Maar daarna wordt dat aandeel kleiner en komen er multidisciplinaire vraagstukken voor in de plaats. Illustratoren moeten dan samenwerken met advertisers , kunstenaars en grafisch ontwerpers – contact dat wordt gestimuleerd door de open werk - plaatsen die we “stations” noemen. Het is een manier om studenten voor te bereiden op de hybride beroepspraktijk.’ De aanpak heeft effect, vindt Fuengshunut. ‘Vijf jaar geleden studeerde iemand af met een stripboek over super - helden of de stad Rotterdam, nu met een project over autisme of een graphic novel die ziekte uit verschillende perspectieven toont. Ook wordt er veel samengewerkt met externe partners. Het is niet meteen allemaal rijp voor de markt natuurlijk, maar dat hoeft ook niet. Het gaat om een betere zelfkennis en zelfredzaamheid. Ook de assessments en het coachingtraject zijn daarop gericht: studenten denken na en praten over een wenselijke toekomst in plaats van een project dat wel of niet gehaald is. Ze moeten leren zich niet te verhouden tot het opleidings - instituut, maar tot de wereld daarbuiten.’ Ook bij Academie Minerva in Groningen worden de lijntjes naar het professionele veld kort gehouden. Zo werken studenten binnen het Praktijkbureau aan echte opdrachten met keiharde deadlines en markt - conforme betaling. Momenteel ontwerpen tien studenten het informatiecentrum voor de ondertunneling van de ringweg Groningen, het grootste bouwproject van Noord-Nederland. ‘Dat is natuurlijk een mooie manier om ervaring op te doen, maar niet elke student hoeft dit te doen’, zegt Bob Verheijden, hoofd van de designopleidingen van Minerva. ‘De verwachtingen en behoeften verschillen per student. Bovendien is het voor cursussen rondom professionele ontwikkeling moeilijk het juiste moment te kiezen. Doe je het te vroeg dan gaat het ’t ene oor in en het andere weer uit.’ Verheijden waarschuwt bovendien voor een te sterke marktgerichtheid. ‘Het is belangrijk dat academies ruimte bieden voor onderzoek en experiment, waarbij docenten optreden als een soort senior- onderzoekers. Daar zit ook een belangrijke waarde in voor het veld. Want waar anders dan in de opleiding kunnen dingen funda - menteel bevraagd worden?’ Verheijden pleit dan ook voor ‘onderzoeks - vragen in plaats van lesjes’ en ‘meer de A van academie dan de B van beroepsonderwijs’. ‘Wij leiden niet op voor een kant-en- klaar beroep. Wij leiden onafhankelijke geesten op. En die positie moeten we weer sterker innemen.’ ‘ WIJ LEIDEN NIET OP VOOR EEN KANT-EN-KLAAR BEROEP ’ 36 dude

24. Ruim een jaar heeft Anthony Vroom naar een baan gezocht. Meer dan dertig sollicitaties heeft hij verstuurd, maar elke keer ontving hij dezelfde standaard afwijzingen. Eén keer werd hij uitgenodigd, maar toen werd hij een dag van tevoren afgebeld: ‘Omdat ze het niet aandurfden, denk ik’, zegt Vroom. ‘Veel bedrijven denken dat ik veel gedoe meeneem, dat ik de hele dag een verzorger bij me heb. Dat is natuurlijk niet zo.’ De 24-jarige Vroom lijdt aan Nemaline Myopathie: een aangeboren aandoening die de aangezichtsspieren, de arm- en been - spieren en de ademhalingsspieren aantast. Hij zit daardoor in een rolstoel en is afhan - kelijk van een keelstoma. Tot vorig jaar begeleidde hij drukwerk voor cursisten op zijn oude school, maar daar haalde hij weinig voldoening uit. Hij wilde aan de slag in een functie waarvoor hij was opgeleid, ‘net als andere mensen, met of zonder beperking’. Zijn jacht op een baan bleef lange tijd vruchte - loos. ‘Werkgevers staarden zich blind op mijn beperking. Ik heb een diploma op zak en kan overweg met de meeste professionele grafische software, maar het enige wat zij zagen was een rolstoel en een beademings - slang.’ Na de zoveelste mislukte poging besloot Vroom een oproep te plaatsen op social media. Deze ging binnen de kortste keren viral: het bericht werd meer dan twaalfduizend keer gedeeld en bedrijven toonden ineens wél interesse. Inmiddels werkt Vroom met veel plezier als vormgever bij het marketingbureau URD Solutions. Dat er een goede klik is tussen hem en zijn collega’s verbaast Vrooms leidinggevende Stefan de Groot niks. ‘Anthony had bij zijn oproep een fotootje van zichzelf geplaatst, waarop hij een T-shirt droeg van de sciencefictionfilm Guardians of the Galaxy . Onze eerste reactie was meteen: goed shirt! Bioscoopketen Pathé is een van onze klanten, dus we wisten dat Anthony’s interesses aansloten op ons werkgebied.’ In samenspraak met De Groot, is Vroom eerst een weekje komen proefdraaien. ‘Het gaf Anthony de tijd om te onderzoeken of dit echt de droombaan was die hij wilde en voor ons was het fijn om hem vrijblijvend beter te leren kennen.’ ACHTER IN DE RIJ Het verhaal van Vroom staat niet op zichzelf. Schoolverlaters met een arbeidsbeperking vinden na het behalen van hun diploma niet zomaar een baan. ‘Er zijn geen geschikte functies, er zijn sowieso geen nieuwe mede - werkers nodig of er is te weinig capaciteit om nieuwe medewerkers met een beperking goed te begeleiden’, zo somt Marja Witteman de veelgehoorde excuses van bedrijven op. Witteman is werkzaam als senior consultant bij Emma at Work, een arbeidsbemiddelings - bureau voor jongeren met een chronische ziekte of lichamelijke beperking. Ze merkt dat veel bedrijven zich wel verantwoordelijk voelen voor het in dienst nemen van mensen met een beperking, maar vaak worden er geen concrete maatregelen genomen om dat ook mogelijk te maken. ‘Een werkgever wil zo min mogelijk gedoe, wat er in de meeste gevallen toe leidt dat arbeidsgehandicapten achter in de rij staan.’ Het grootste struikelblok is de onduidelijk - heid over welke risico’s het aannemen van een werknemer met een beperking met zich meebrengt, vertelt Witteman. In het alge - meen wordt gedacht dat zij vaker uitvallen door ziekte of zorgbegeleiding. De praktijk bewijst juist het tegendeel. ‘Jonggehandi - capten zijn bijzonder gemotiveerd, wat vaak uitstraalt op de rest van de werknemers. Er zijn zelfs voorbeelden van bedrijven waar het ziekteverzuim is afgenomen nadat zij een jonggehandicapte in dienst hadden genomen. Wie samenwerkt met een collega die met een ziekte of handicap moet leren leven, zeurt minder snel over een pijntje hier of daar.’ RISICO ’ S EN ROMPSLOMP Vorig jaar meldden zo’n 400 jongeren met een chronisch fysieke aandoening zich bij het bemiddelingsbureau voor een baan. Van alle werklustigen zijn er inmiddels 155 aan de slag bij een ‘gewone’ werkgever, veelal via een detacherings- of uitzendconstructie. ‘Deze constructie is aantrekkelijk voor werkgevers, omdat zij zonder veel risico’s en rompslomp jongeren kunnen inhuren op projectbasis’, legt Witteman uit. Ook de no-riskpolis van het UWV kan uitkomst bieden. ‘Werkgevers zijn verplicht om werknemers bij ziekte twee jaar lang loon door te betalen. Dat kan huiverig maken om mensen met een beperking in dienst te nemen. De no-riskpolis neemt dit risico weg: UWV betaalt de werkgever een ziekte - wetuitkering bij ziekte of uitval.’ Voor sollicitanten passend in de doelgroepen die in de Participatiewet staan beschreven, kunnen werkgevers gebruikmaken van allerlei subsidieregelingen. Witteman: ‘Welke regelingen precies van toepassing zijn, hangt af van de achtergrond van de Ontwerpers met een chronisch fysieke aandoening staan bij werk - gevers vaak achter in de rij. Ondanks hun capaciteiten, buitengewone motivatie en unique sellingpoints. De reden? Voor veel bedrijven is het onduidelijk welke risico ’ s het aannemen van een werknemer met een beperking met zich meebrengt. TEKST KIM HOEFNAGELS × ILLUSTRATIE ROBERT VAN RAFFE beperkte blik TIPS VOOR ONTWERPERS — Maak van je beperking je unique sellingpoint. — Ben je uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek? Maak de gevreesde risico’s voor de werkgever bespreekbaar en stel eventueel een proeftijd voor. — Verdiep je in de regelingen en subsidies die voor jou van toepassing zijn. — Vraag hulp bij een arbeids - bemiddelingsbureau voor werkzoekenden met een chronische ziekte of beperking. — Online vind je veel nuttige tips die kunnen helpen bij het vinden van een baan: www.perspectief.uwv.nl, www.beterwerken.nivel.nl ‘ wie samenwerkt met een collega die met een ziekte of handicap moet leren leven, zeurt minder snel over een pijntje hier of daar ’ 46 47 business dude

47. THE DIGITAL PRINT EVENT FOR THE CREATIVE INDUSTRY Brengt beter in beeld Silver Partners Association Partners Platinum Partner Conference Partners Gold Partners Co-Located with Building Holland dare to discover zeeuwse kroepoek DESIGN: NORTHERNLIGHT OPDRACHT: HET SCHEEPVAARTMUSEUM WWW.NORTHERNLIGHT.NL Op de replica van het VOC-schip Amsterdam kon je je in Het Scheepvaartmuseum altijd al wanen in vroegere tijden. Deze ervaring wordt nu nog levensechter door de VR- experience Dare to discover , ontworpen door Northernlight. Maak een vlucht over de historische haven van Amsterdam en ervaar hoe dit gebied zich in een razendsnel tempo ontwikkelde tot een bedrijvige haven. Of bekijk de activiteiten van internationale handelaren rond de Montelbaanstoren waar op de kade afscheid werd genomen door zeelieden die inscheepten bij de VOC. DESIGN: SNOW DONUTS OPDRACHT: WILTHAGEN THOLEN WWW.SNOWDONUTS.COM Als je denkt dat kroepoek een typisch Aziatisch product is dan heb je het mis! Het Zeeuwse familiebedrijf Wilthagen maakt Zeeuwse kroepoek van Noordzee - garnalen, Hollandse uien en Oosterschelde- zeewier. Het bedrijf speelt daarmee in op de toenemende vraag van consumenten naar producten uit de eigen omgeving. Snow donuts ontwikkelde de brand strategy en verpakkingen, voorzien van stoere Nederlandse vissers en een boer. 92

44. bewegende blob literaire feniks DESIGN: THONIK OPDRACHTGEVER: DESIGN SOCIETY WWW.THONIK.NL Design Society is een nieuw museum in Shenzhen met Ole Bouman als directeur. Hij vroeg Thonik de visuele identiteit, de catalogus en een app voor Wechat te ontwikkelen bij de allereerste tentoonstel - ling: Minding the Digital . Een speculatieve expositie met werk van meer dan vijftig internationale en Chinese ontwerpers en designstudio’s zoals Joris Laarman, Nick Verstand, Iris van Herpen en Ying Gao die ieder op eigen wijze reflecteren op de impact van digitalisering. De ontwerpers van Thonik programmeerden een als een soort kwal voortbewegende blob, een visual in CMYK-kleuren. De typografie vormt de computergestuurde ‘bewaker’ die de felgekleurde blobs gevangen houdt. Telkens als de vloeiende blob tegen de typo - grafische muur stuit, pingpongt hij terug. Dit mechanisme illustreert de vergankelijke interactie tussen mens en technologie, aldus Thonik. De CMYK-kleuren staan onder andere voor de drie onderdelen van de tentoonstelling: ontmoeting, interactie en participatie. De mobiele quiz voor Wechat maakt dat bezoekers de tentoonstelling ook in een online omgeving kunnen ervaren. Elke bezoeker ontdekt in de vorm van een avatar wat zijn identiteit is: ben je een digitale toerist, een exponent van de digitale generatie of een digitale alien? De resultaten van de quiz worden geprojecteerd op een muur bij de ingang van de expositie waarvan het ontwerp samen met architectenbureau MVRDV is ontwikkeld. DESIGN: THIJS VERBEEK OPDRACHT: YURI VEERMAN WWW.THIJSVERBEEK.NL Boekverbrandingen zijn van alle tijden. Eén van de bekendste is die op de Bebelplatz in Berlijn waar de nazi’s op 10 mei 1933 vijfen - twintigduizend boeken in de as legden omdat de inhoud volgens hen verwerpelijk was. Ontwerper en kunstenaar Yuri Veerman selecteerde twintig boeken die ooit ergens werden verbrand en/of verboden; van Al ice in Wonderland tot Mein Kampf en American Psycho tot Harry Potter . Tijdens de performance Boekverbrandingen: een bloemlezing op Wel c o m e to the Village las Veerman voor uit de boeken. Thijs Verbeek bundelde fragmenten uit dezelfde boeken in een prachtige publicatie. Concept en vorm vallen helemaal samen: het boek is Japans gebonden, aan de buiten - kant van de pagina’s staan de teksten gecodeerd, scheur je de pagina’s open dan kom je bij de leesbare tekst. Voor de geco - deerde tekst ontwierp Verbeek een font bestaande uit blokjes die, refererend aan de schakeringen zwart aanwezig in as, oplopen in grijstint: de a is licht grijs, de z zwart. 86 with compliments dude

3. Bevlogen drukkers zwaan.nl longliveprint.nl drukopsnee.nl Drukwerk in een nieuwe dimensie. Met druk-op-snee kunnen alle sneden van een boek in hoge resolutie bedrukt worden. De nieuwste CMYK druktechniek met grenzeloze 3D mogelijkheden in boekontwerp. 12 38 25 JOOST JANSEN Modeontwerper is hij niet, maar Joost Jansen werkt wel al meer dan tien jaar in de mode-industrie, een benaming waar hij zelf overi - gens een hekel aan heeft. Lange tijd assisteerde hij Walter van Beirendonck, hij stapte over naar Henrik Vibskov en presenteerde afgelopen fashion week in Parijs een eigen collectie truien onder de noemer Survival of the Fahionest. CONTENTS ARTIKELEN CONTINUED 32 De moeizame weg van school naar baan BUSINESS 46 Beperkte blik INTERNATIONAL 50 Studio Formafantasma STYLES & SIGNATURES 62 De klare lijn in interieurdesign VERSUS 68 Ervaren en aanstormend TALENTS 72 Ventura Future CREATIVE CITIES 76 Den Haag EXPERIMENT 94 Metamorfismen AFAINA DE JONG Architect Afaina de Jong neemt onder haar vakgenoten een unieke positie in. Ze is op een zeer brede manier actief in het werkveld en voedt zo haar eigen praktijk. Hoewel ze al verschillende gebouwen realiseerde is dit niet het primaire doel van haar studio. 40 COLUMN DENNIS ELBERS 38 RUBRIEKEN SHARES & LIKES 6 DUDELICIOUS 25 IMAGINARY FRIENDS 56 WITH COMPLIMENTS 82 SHOP & SALES 96 PARTNERS 98 COLOFON 103 5 dude

36. EB Eugene Bay benadrukt dat huidige generaties niet meer zijn opgeleid als craftsmen . ‘Ambacht stond in mijn opleiding nog centraal, maar als gevolg van technologische ontwikkelingen ligt dat tegen - woordig natuurlijk heel anders. De tastbaarheid van het vak is weg en daarmee ook het ruimtelijk gevoel van veel jonge ontwerpers. Het gevoel voor dimen - sionaliteit is achteruitgegaan en de output is minder verfijnd geworden als je het mij vraagt. Daarentegen zijn jongeren communicatief en conceptueel wel sterker. Omdat ze geen craftsmen pur sang zijn, ligt de nadruk meer op dingen creëren die mensen raken. Ik denk ook dat je er als startend ontwerper vooral op moet inzetten om die vaardigheid sterk te ontwikkelen. Het is tegenwoordig van belang dat je commercieel een goede neus hebt maar ook een netwerk hebt en een teamplayer bent.’ M d B Mirjam de Bruijn is opgeleid als product- ontwerper aan de Design Academy Eindhoven. Ze studeerde af met een sterk concept dat visueel overtuigt. Haar ondernemers- en communicatieve vaardigheden worden nu op de proef gesteld. ‘Ik ben me ervan bewust dat ik met mijn werk naar buiten moet treden. Mede daarom heb ik Twenty ingezonden voor de What Design Can Do Climate Action Challenge . Ik werd een van de winnaars en kan daardoor deelnemen aan een accelera - tieprogramma. Ook is ze een samenwerking aangegaan met Ilse Kwaaitaal, verbonden aan Impact Hub en ervaren in het begeleiden van start-ups. Haar ervaring op het gebied van ondernemen is een aanvulling op mijn eigen kennis en kunde die natuurlijk veel meer is gericht op productie en design. Samen voeren we gesprekken met derden, werken we aan een businessmodel en hebben we een mentor via What Design Can Do.’ Dat ze ook twee dagen per week werkt bij Raw Color, het ontwerpbureau van Daniera ter Haar en Christoph Brach dat voornamelijk werkt aan projecten op het gebied van grafisch ontwerp, styling en fotografie, vindt Mirjam heel fijn. Ze kan er ervaring opdoen met diverse projecten, werkt er in een team en krijgt er feedback op en in haar werk. ‘De feed - back die ik daar krijg is weer direct toepasbaar in mijn eigen werk. En het is natuurlijk heel fijn om een kijkje te nemen in de keuken van een bekende studio; ook daar leer ik heel veel van!’ EB Eugene Bay is overtuigd van de toegevoegde waarde van het werken in teams en heeft dat zelf ook altijd gedaan. Niemand is een allrounder, stelt hij. ‘Het is heel belangrijk om te weten wat je kunt en vooral ook wat je niet kunt. Je moet niet bang zijn om kritisch naar jezelf te kijken en ervoor zorgen dat je een goed netwerk hebt. Waar het om draait is dat je het gewenste resultaat weet te bereiken en dat goed kunt uitleggen aan de klant. Als je je netwerk hierbij goed inzet en de juiste matches maakt, kun je elkaar versterken.’ EB Terugkijkend op zijn carrière ziet Eugene Bay zijn eigen kwaliteiten beter dan toen hij midden in de praktijk stond. Logisch, want op het moment zelf is er geen tijd voor reflectie. Hij is goed in het ophalen van de juiste content bij de klant. Enig psychologisch inzicht en sterke gespreksvaardigheden zijn hiervoor essentieel. Ook onderkent hij de kracht van het collectief. Bay is een van de oprichters en naamgevers van VBAT. De cultuur van het packaging en identity bureau zou hij omschrijven als Engels met een Nederlands dialect. ‘Ieders idee is waardevol, maar het belangrijkste is dat de groep het ziet zitten en dat er onderbouwde kritiek wordt geleverd.’ Omdat hij zelf oorspronkelijk afkomstig is uit Engeland is het gemakkelijker Nederland met enige distantie te bekijken. ‘Nederlanders zijn in hun communicatie vrij bot en hebben tegelijkertijd een directieve manier van het uitdagen van briefings, wat een kracht is. Maar het is belangrijk dat je je bewust bent wie je voor je hebt en je daarop weet in te spelen. Om klanten nieuwe wegen te laten inslaan, moet je ze op een respectvolle manier meenemen in je verhaal. Zeker met een internationale klantenkring vergt dat een vermogen om je tone of voice aan te passen. Communicatie is nou eenmaal deels cultuurgebonden.’ EB De verpakkingsindustrie is inderdaad traag, bevestigt Bay. ‘Dat heeft te maken met de huidige realiteit van productielijnen, met de hoeveelheid R&D-geld die beschik - baar is binnen bedrijven en nieuwe regelgeving waaraan moet worden voldaan. Er is tevens een groeiend bewustzijn onder ontwerpers, dat meedenken op dit vlak een vereiste aan het worden is. In die zin zijn we allemaal verantwoordelijk.’ M d B Idealiter wil Mirjam de Bruijn een praktijk opbouwen waarin ze structurele oplossingen voor bedrijven en industrieën ontwerpt en deze door design ook aantrekkelijk maakt. Dit is precies wat ze al deed met Twenty: de esthetische verpakkingen en herbruikbare flessen waarin de producten kunnen worden gemengd en bewaard, maken haar concept nog aantrekkelijker. En ook Asana , een serie tools die inspeelt op veelvoorkomende gezondheids - klachten bij werknemers als gevolg van flexwerken, illustreert Mirjams ambitie. Maar om oplossingen te bieden moet je wel eerst de problemen vinden en dat gebeurt niet als je thuis blijft zitten. Mirjam traint zichzelf in het leggen van contacten en het voeren van gesprekken met de industrie. Zo nam ze onlangs deel aan een hackaton in het Spaarne Gasthuis in Haarlem. ‘Het is heel interessant om door de ogen van de bezoeker en gebruiker naar een organisatie en gebouw als een ziekenhuis te kijken. Je ziet dan al snel zoveel verbeterpunten.’ M d B Mirjam de Bruijn wil met haar ontwerpen duurzame oplossingen bieden maar niet per se alleen in milieuopzicht. ‘Twenty is natuurlijk een project waarin het draait om milieuvriendelijker produceren en het creëren van bewustwording rond packaging . Maar dat is niet waar ik me in mijn werk alleen op wil focussen en ik ben ook niet hard in de leer. Ik realiseer me dat het niet anders kan dan dat ik voor Twenty compromissen zal moeten sluiten en dat vind ik ook niet erg. Als er uiteindelijk maar sprake is van een besparing. De verpakkingsindustrie is in die zin ook een hele moeilijke om veranderingen in door te voeren. Er zijn zoveel spelers in actief en er spelen grote commerciële belangen.’ WWW.VBAT.COM WWW.MIRJAMDEBRUIJN.COM 70 71 versus dude

48. metamorfismen Het is een hot topic , plastic recyclen en upcyclen. Steeds vaker werken ontwerpers met fabrikanten samen om van plastic afval designproducten te maken. Binnen die trend is de visie van Livne verfrissend anders. Ze stapt af van de gebruikelijke perceptie door plastic niet zozeer te benaderen als een milieu - verwoestend afval. Ze houdt zich afzijdig van de waste -trend en schuift de doemscenario’s opzij, en bekijkt het materiaal in een bredere context. Neutraler ook; ze spreekt zich niet uit over wat goed en slecht is. Wat ze vooral wil is de wonderlijke en slimme natuur proberen te begrijpen, en ze benadert die natuur allereerst als speculatief en multi- disciplinair designer, maar ook als geoloog, antropoloog, filosoof, alchemist en verhalen - verteller. ‘Plastic is niet alleen een fysieke entiteit, maar ook een drager van verhalen,’ zegt ze. Livne: ‘Mijn onderzoek is gebaseerd op wat geologen verwachten ten aanzien van de toekomst van plastic. We zien nu al dat het materiaal hybride wordt doordat het zich vermengt met de natuur; er ontstaan nieuwe rotsachtige gelaagde brokken onder invloed van zand, schelpen of kalksteen. Plastic is een kunstmatig materiaal dat voortkomt uit een natuurlijke grondstof, petroleum, en dat uiteindelijk evolueert en in een natuurlijke staat zal terugkeren, doordat de natuur het materiaal gewoonweg verwerkt. Zo werken mens en natuur onbe - wust samen’, zegt ze. ‘De natuur kent een metabolisch systeem waarin kalksteen marmer wordt. Plastic gemengd met een ander materiaal wordt lithoplast.’ ‘Ik stel me voor dat toekomstige culturen op aarde als archeologen het prachtige en kleurrijke materiaal van diep uit de aarde opgraven. Ik zie de gelaagde brokken grond - stof als tijdcapsules die verhalen vertellen over de maatschappij, de cultuur en onze geschiedenis.’ Haar plasticfascinatie startte met het verza - melen van aangespoelde plastics op twee stranden in Israël en twee in Nederland. Als een zwerver met een karretje trof ze op de eerste plekken meer korrelig materiaal aan, en op de Nederlandse stranden eerder brokken die door de stroming op de stranden waren gesmeten. Stukken plastic die zich gemengd hebben met zand, schelpresten, houtskool en hout. ‘Zo kun je de geschie - denis van het materiaal aflezen’, zegt Livne. ‘Ik oogst, maar maak mijn gevonden mate - riaal niet schoon zoals men doorgaans doet met plastic afval. Ik neem het zoals het is, wil zo dicht mogelijk bij het origineel blijven.’ Lithoplast ontstond uit experimenten met de gevonden brokjes plastic door ze te mengen met mijnsteen en marmerpoeder, bijproducten uit de kolenmijnen en de steen - industrie, die doorgaans een berglandschap van afval achterlaten. Om de natuur na te bootsen imiteerde Livne met hitte en druk de natuurlijke geologische processen die we metamorfoses noemen. Het resultaat is een kleiachtig materiaal dat ze als een potten - bakker met de hand in de gewenste vorm kneedt. Voor haar eerste designproduct heeft ze bewust de context weggehaald. ‘Het moest een beetje een blur zijn, tussen toekomst en verleden, tussen functioneel en decoratief, tussen een kastje en een altaar’, vertelt Livne. Tijdens de Salone del Mobile in Milaan maakte ze voor haar presentaties bij Ventura Future en bij Dutch Invertuals nieuwe design - producten van lithoplast, gecombineerd met andere uit de grond gehaalde natuur - producten zoals brons. Shahar Livne woonde voorheen in Tel Aviv, Israël. Al van jongs af aan is ze gefascineerd door de natuur, biologie, door wetenschap. Ze vertelde haar ouders – haar moeder een rechter, haar vader zakenman en een grootmoeder die kunstschilder was – allerlei verhalen die ze ergens had gehoord of gelezen. Ze ging graag naar het Natural History Museum en keek liever naar National Geographic dan naar cartoons. ‘Ik was en ben nog steeds een spons die informatie opzuigt’, zegt ze. Nadat ze in het leger had gezeten kwam haar passie opeens boven borrelen, zoals ze zelf zegt. Ze wilde naar een designacademie, en werd zowel aange - nomen aan de Design Academy Eindhoven als aan twee industriële designopleidingen in Israël. Ze koos met stip op één voor Eindhoven vanwege het meer conceptuele aspect van deze opleiding. Bij haar docenten Guus Kusters en Formafantasma kreeg ze de mogelijk - heid veel te experimen- teren met allerlei materialen. Net als Isaac Monté is ze een soort alchemist die gefascineerd is door kristallen, maar evengoed door dierenbloed, door mensen gemaakte fossielen of zout. Ze studeerde vorig jaar af in de richting Man and Leisure en kreeg bijzonder veel internati - onale aandacht in de media met lithoplast. Nu hoopt ze met voortschrijdend onderzoek aan de TU Delft het nieuwe materiaal te verfijnen door het sterker en compacter te krijgen. En over een aantal eeuwen zullen de niet-biologisch afbreekbare plastics, die diep in de aarde terecht zijn gekomen, als kostbaar materiaal worden gedolven. Tegen die tijd is lithoplast een natuurlijk product geworden. Zo is de cirkel rond. SHAHARLIVNEDESIGN.COM TEKST VIVEKA VAN DE VLIET Shahar Livne (1989) was nog maar net afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven toen ze het nieuwe materiaal lithoplast al op haar naam kon schrijven. Ze presenteerde tijdens Dutch Design Week 2017 de eerste resultaten van haar nieuwe vinding: een kleiachtige substantie ontwikkeld uit ‘ gedolven ’ afvalplastics van stranden en afvalbergen, gemengd volgens geheim recept met sedimenten als kalksteen en marmerpoeder. Een nieuw materiaal dat we over een aantal eeuwen wellicht weer als natuurlijk product uit de grond zullen halen. Foto: Ronald Smits 94 95 experiment dude

51. VISIT ANTALIS AT MELD U GRATIS AAN OP WWW.PUREDIGITALSHOW.COM THE DIGITAL PRINT SHOW FOR THE CREATIVE INDUSTRY RAI AMSTERDAM 17-19 APRIL www.antalis.nl www.puredigitalshow.com PURE DIGITAL Revolutionaire ontwikkelingen in het digitale printen zorgen voor fantastische creatieve toepassingen. Inspiratie opdoen en kennismaken met de technische mogelijkheden en innovatieve printmedia? Kom naar Pure Digital, van 17 tot 19 april in de RAI. Welkom namens Antalis! Kent u Antalis al? Wij zijn Europees specialist in materialen voor visuele communicatie en media voor groot formaat printers. Dus uiteraard doen wij mee aan dit unieke evenement en nodigen wij u van harte uit. Bezoek onze pop-up store tijdens Pure Digital en doe inspiratie op bij één van onze gastsprekers. MARGINS OF EXCESS BREPOLS EN STOCKMANS In Margins of Excess verkent kunstenaar Max Pinckers aan de hand van de verhalen van zes personen in een fotografisch essay hoe persoonlijke verbeelding in conflict staat met algemeen aanvaarde waarden. De verhalen van alle zes werden opgepikt door de Amerikaanse pers. Hoewel ze in hun eigen beleving bezig waren met het realiseren van hun droom of passie, werden ze door de media neergezet als fraudeurs en bedriegers. Drukker en uitgever Stockmans en binderij Brepols, voorheen Hexspoor, werden beide betrokken bij het design van Margins of Excess, zodat met hun technische kennis een optimaal eindresultaat kon worden behaald. Er werden meerdere papiertests gedaan om uiteindelijk te kiezen voor drie verschil - lende papiersoorten. Ondanks de complexiteit van deze beslissing konden de katernen volautomatisch op andere katernen worden gekleefd. Om het boek mooi te laten open - vallen is de genaaide Otabind-techniek (met zwarte draad) gebruikt. Dankzij de open en vooral vroege communicatie tussen kunstenaar, grafisch ontwerper, drukker en binder is dit complexe productieproces zeer soepel verlopen. De samenwerking met Brepols was voor Stockmans vanzelf - sprekend omdat beide bedrijven op dezelfde manier omgaan met boeken. De technische knowhow en vooral de liefde voor het vak zorgen ervoor dat ratio en emotie constant verstrengeld zijn in het proces. Stockmans heeft jarenlange ervaring in high end drukwerk en durft het aan om the next step te nemen en zo boeken naar een hoger niveau te tillen. Ze vertrekken vanuit het boek als object en met hun sterke productiecompetentie kunnen ze vanaf het begin rekening houden met formaat, technieken, kosten, enzovoorts. Wat Stockmans verder uniek maakt is een grote empathie voor de kunstenaar en dat is te zien in het ontstaansproces van Margins of Excess; een boek om trots op te zijn! www.maxpinckers.be www.stockmans.be www.brepols.com 100 partners

17. DE MOEIZAME WEG VAN SCHOOL NAAR BAAN Arjan Karssen maakt zich ernstig zorgen over het Nederlandse designonderwijs en in het bijzonder dat aan de HKU, waar hij docent Spatial Design is. ‘Die opleiding heette voorheen Urban & Interieur en dat was vrij helder, maar sinds we geen ingenieurstitels meer mogen toekennen aan bachelors is het zich gaan verbreden. Het is veel minder een vakopleiding. Afgestudeerden kunnen lastiger bij bureaus aan de slag omdat ze bepaalde vaardigheden en vakinhoudelijke kennis missen. Daar word ik niet vrolijk van en ik merk dat studenten zich bekocht voelen.’ Volgens Karssen ligt er een te grote nadruk op conceptont - wikkeling en is er te weinig aandacht voor het aanleren van praktische vaardigheden. Kennis van bepaalde computerprogramma’s is bijvoorbeeld iets wat HKU-afgestudeerden missen. ‘Daarvan wordt gesteld dat je het op het MBO leert. Maar maak er dan een vereiste van bij de toelating. Dat gebeurt echter niet, het is geen harde eis. De verant - woordelijkheid om de gaten te vullen wordt bij de student gelegd en dat is een denkfout. Ze zijn ten eerste minder digitaal dan we denken. Bovendien is het veel verantwoor - delijkheid voor een zeventien- of achttien- jarige om al die keuzes zelf te maken. Er moet gewoon een vast basispakket zijn van vaardigheden.’ Het argument dat de praktijk razendsnel verandert, scholen de technologische ontwikkeling toch niet kunnen bijbenen en ‘ learning on the job ’ de beste manier is om praktische kennis op te doen, gaat er bij Karssen niet in. ‘Je kunt de ontwikkelingen alleen maar bijbenen als je een goede basis hebt. En die moet materialen, technische knowhow, computerprogrammatuur en 3D-techniek omvatten. Het is echt niet zo dat je als afgestudeerde meteen mag mee ontwerpen. Er zal ook gewoon productie moeten worden gedraaid.’ Karssen ziet bijna dagelijks de schadelijke gevolgen van de in zijn ogen uitgeholde studierichting. Studenten vinden met moeite een stageplek – of niet. En als ze hun bul hebben, kunnen ze er minder mee dan verwacht. Automatisch doorstromen naar bouwkunst zoals vroeger mogelijk was, kan niet meer. Er moet eerst een minor worden gedaan. ‘In Utrecht zijn ze nu zelfs bezig een pre-master op te zetten. Daarmee kunnen studenten extra studiepunten halen en het geldt als een soort selectie voor de master - Soepel doorstromen naar de arbeidsmarkt is er voor academieverlaters zelden bij. Designopleidingen sluiten niet aan op de realiteit van het werkveld. Bureaus kunnen daardoor lastig jong talent vinden en springen soms zelf in het gat. Een paar scholen zoekt de toenadering tot de beroepspraktijk, maar het blijft lastig balanceren tussen creatieve vorming en vakmatige opleiding. TEKST EDO DIJKSTERHUIS ‘ STUDENTEN VINDEN MET MOEITE EEN STAGEPLEK – OF NIET ’ 33 continued

34. Master Classes or Design Proessionals Register  or a two-day IDE Master Class, given by top lecturers rom the aculty o Industrial Design Engineering, TU Del . You will gather insights rom theory, interactive assignments and group cases. A great way to meet the experts and work with other experienced designers, expanding your network and creating new opportunities! Update your design knowledge! September 26-27 IDE MC 5 : Design or Emotion and Happiness Identiying and designing or enjoyable and meaningul experiences > Pieter Desmet, Proessor Design or Experience, IDE, TU Del > Anna Pohlmeyer, Assistant Proessor Design or Happiness, IDE, TU Del June 20-21 IDE MC 4 : Material Driven Design Designing or material experiences with a material as starting point > Elvin Karana, Associate Proessor Material Driven Design, IDE, TU Del October 17-18 IDE MC 6 : Design Visualization Strategies and techniques or sketching and concept representation > JanWillem Ho ijzer, Coordinator Design Sketching and Visualization, IDE, TU Del November 21-22 IDE MC 7 : Design or the Circular Economy Understanding the complexities o designing or a circular economy > Conny Bakker, Proessor Design or Sustainability and Circular Economy, IDE, TU Del > Bas Flipsen, Senior lecturer, Design or Sustainability and Circular Economy, IDE, TU Del More inormation, registration and ull programme 2018: www.ide.tudel .nl/masterclasses IDEMC2018_advDude_03.indd 1 19-03-18 16:02 Discover he real brand inside ou.

18. misschien maar goed ook anders zou ik gek zijn geworden van alle mogelijkheden.’ Die naïviteit is twintig, dertig jaar later niet meer houdbaar, erkent Van Benthum. ‘Dat komt ook doordat het oude modesysteem achterhaald is. Viktor & Rolf zijn het laatste voorbeeld van het klassieke succesmodel. Het is tegen - woordig veel lastiger een eigen label neer te zetten. Je moet binnen twee seizoenen staan of je bent weg. De risico’s zijn enorm en de kans dat je er als onderneming iets aan overhoudt is klein.’ Zelf heeft Van Benthum, samen met Alexander van Slobbe, daarom gekozen voor een nieuwe werkwijze. Met zijn label Hacked by verwerken ze restpartijen uit de fast fashion tot meer tijdloze ontwerpen. ‘Maar dit had ik niet gekund zonder mijn eerdere ervaringen’, geeft de ontwerper toe. ‘Academieverlaters van nu zou ik aanraden naar het buitenland te gaan. Doe ervaring op in Londen, Parijs of New York en wordt misschien hoofdontwerper. Het is anoniemer maar een eigen label kan later altijd nog.’ Verwachtingspatronen – zowel bij docenten als studenten – zijn gedateerd en onrealis - tisch, vindt ook Pluc Plaatsman. ‘Vroeger ging je naar de academie om jezelf te leren kennen en was je voorbestemd een superhero-designer te worden of in de WIK te belanden, de werkeloosheidsuitkering voor kunstenaars. Maar de WIK bestaat al een paar jaar niet meer en de wereld veran - dert bliksemsnel. Academies zouden zich meer moeten richten op het vergroten van beroepsperspectief. Ik ben zelf cum laude afgestudeerd aan de HKU maar niemand zat te wachten op mijn vorm van social design . De academische waardering kon ik niet verzilveren in de praktijk.’ Als ervaringsdeskundige helpt Plaatsman studenten sneller aansluiting te vinden bij het professionele veld. ‘De meeste afgestudeerden belanden in het bijbaancircuit en doen er soms tien jaar over om daar uit te komen. Ze zijn niet opgeleid voor ondernemerschap. Maar het grootste probleem is het gebrek aan bewustzijn over de eigen werkmethode en creatieve processen. Er wordt weinig zelfbewust gewerkt op de academie en dat zet zit voort in de praktijk.’ Met lezingen, seminars en workshops leert Plaatsman aanstaande professionals in kaart brengen wat ze eigenlijk doen. Dat gaat om vaardigheden en werkwijze maar ook om persoonlijke eigenschappen zoals op tijd uit je bed komen en concrete doelen stellen. ‘Alles is te leren, mits je snapt hoe dat leren voor jou werkt’, stelt Plaatsman. ‘Dit zou natuurlijk een plek moeten krijgen in het onderwijs. Maar de organisatie in academies is te stroperig en docenten zitten er op vaste in plaats van prestatiecontracten. Alles loopt vast maar er gebeurt niets.’ BRUGGENBOUWERS De gebrekkige aansluiting tussen opleiding en praktijk is niet alleen problematisch voor academieverlaters. Nogal wat ontwerp - bureaus hebben moeite het juiste personeel te vinden, zeker als ze in een vakgebied zitten dat toch al onderbelicht is binnen het onderwijs. ‘Er is weinig instroom, dat is al jaren zo en alle bureaus hebben er last van’, stelt Robert Stakenburg, creatief directeur van het in packaging en brand design gespe - cialiseerde PROUDdesign. ‘Met uitzondering van de Willem de Kooning Academie wordt ons vak nergens onderwezen. Ik merk het aan de stagiairs die we hier krijgen. Ze weten amper wat van branding, laat staan van strategie en hoe je die omzet in design. Maar ook dtp’ers zijn heel dun gezaaid. Het vak lijkt niet meer onderwezen te worden en er is een nijpend tekort.’ Om de gaten op te vullen moet Stakenburg actief op zoek naar jong talent dat er echt voor gaat. Ook probeert hij packaging design onder de aandacht te brengen door lezingen en presentaties te geven op scholen. Door goede contacten te onderhouden met docenten weet hij de meest belovende stagiaires te spotten. Die krijgen bij PROUD - design meer betaald dan de BNO-norm en houden aan hun stage soms zelfs een baan over. ‘Maar er wordt aan alle kanten aan ze getrokken. Soms gaan ze naar een ander opleiding. Maar die lesstof zat vroeger gewoon in het derde jaar van de bachelor, toen je in zestien weken tijd een ontwerp helemaal moest doorwerken.’ ‘Eigenlijk is het kunstonderwijs nog steeds zoals het was na de Tweede Wereldoorlog’, constateert Karssen. ‘Er heerst een misplaatst soort romantiek: studenten belasten met randvoorwaarden zou de creativiteit beper- ken. Maar dat is flauwekul. Die onbewuste cultuur van academies voedt de angst om specifiek te zijn, terwijl dat wel nodig is. Afgestudeerden komen terecht in een keten met andere specialismen en moeten daar op voorbereid zijn. De academie moet dan ook minder ego-ontwikkeling bieden en meer netwerkontwikkeling.’ Karssen pleit voor de herinvoering van een bachelortitel. ‘Maar dan niet voor brede opleidingen waar studenten weinig van veel weten. Het moet weer een echte vakopleiding worden. Anders moet je het geen HBO noemen: die B staat immers voor beroep.’ POSITIEBEPALING Vincent Kierkels had geluk; hem bleef het zwarte gat na het afstuderen bespaard. In de examencommissie die hem afgelopen zomer beoordeelde zat iemand die op zoek was naar een motion graphic designer . De HKU- alumnus kon meteen doorstromen naar de praktijk en van de ene klus kwam de andere. ‘Het gaat goed, zeker vergeleken met mijn klasgenoten’, constateert hij. ‘Eentje is gaan werken bij Zeeman, een ander bij McDonald’s en een derde heeft maar een uitkering aangevraagd.’ Kierkels merkt wel dat zijn kennis op bepaalde vlakken tekortschiet. ‘Van belas - tingen snap ik helemaal niets en ook over acquisitie en omgang met opdrachtgevers heb ik tijdens mijn studie niet veel geleerd.’ Een halfjaar na zijn vliegende start begint het freelancebestaan wat eenzaam te voelen en Kierkels solliciteert nu naar een vaste baan. ‘We hebben één keer sollicitatietraining gehad maar daarvan is weinig blijven hangen. Jammer, want dat zou nu best handig zijn. Aan de andere kant: dingen die we op de HKU hebben geleerd zoals mindmaps en de smart-methodologie heb ik nooit meer teruggezien in de praktijk.’ Hannah van Luttervelt schoof die praktijk lange tijd voor zich uit: eerst maar eens afstuderen. ‘En ik ben twee jaar later nog niet waar ik wil zijn’, constateert de Design Academy-alumnus van het departement Man and Leisure . ‘We zijn opgeleid tot maat - schappijkritische ontwerpers maar ik ben vooral bezig mezelf een plaats te geven.’ Zij doet dat bij voorkeur in samenwerking met anderen. Met een groep net-afgestu - deerden richtte ze begin dit jaar Stichting We Are op, waarmee nieuwe vormen van ontwerpen worden onderzocht, bijvoorbeeld met mensenrechtenorganisatie Justice & Peace. Daarnaast maakt ze onderdeel uit van Sectie-C, een Eindhovens collectief van 250 creatieve ondernemers, ontwerpers en kunstenaars. ‘Ik leer er heel veel van’, stelt Van Luttervelt. ‘Maar ik ben al een halfjaar niet bezig met mijn eigenlijke werk. Ik ben alleen maar plekken aan het ontwerpen om dat te kunnen gaan doen.’ Zelfs voor iemand met praktijkervaring valt het niet mee een soepele overstap te maken van opleiding naar beroepsrealiteit. Bas Froon had al een paar jaar gewerkt in de energie - sector en kende het klappen van de zweep toen hij de postgraduate-opleiding industrial design in Den Haag ging doen. ‘Omdat de gemiddelde deelnemer aan die opleiding ouder is – tussen de dertig en veertig – en meer bagage heeft, wordt ervan uitgegaan dat je sneller carrière maakt. Tijdens de studie is alles volledig gericht op de inhoud en dat is goed want creativiteit heeft een bepaalde vibe en setting nodig. Maar nadat ik in juni 2017 was afgestudeerd werd ik wel gecon - fronteerd met de vraag: hoe vertaal ik al die kennis naar activiteiten die inkomen ople - veren? De eerste paar maanden heb ik zitten mopperen. Ik had geen idee waar te beginnen dus ben ik maar gaan testen.’ Drie routes heeft Froon uitgestippeld als mogelijk carrièrepad, met digital manufacturing als rode draad. Hij kan aan de slag als tradi - tioneel ontwerper die door opdrachtgevers wordt ingehuurd, als onderzoeker of als ambachtsman die productie draait voor derden. ‘Drie pijlers is eigenlijk te veel’, reali - seert Froon zich. ‘Ik zal een keuze moeten maken over welke rol het beste bij me past. Maar dat kan alleen in de praktijk.’ TIEN JAAR IN HET BIJBAANCIRCUIT Tegenover critici die vinden dat kunstacade - mies en (niet-universitaire) designopleidingen te breed en algemeen zijn geworden, staan voorstanders van een breed aanbod en maatwerk per student. Er wordt immers niet meer opgeleid voor een precies omgeschreven beroepspraktijk. De werkelijkheid waar de afgestudeerde in terechtkomt is veelvormig en fluïde. Dat beaamt Francisco van Benthum. ‘Toen ik begon was er maar één pad: collecties maken en naar Parijs’, vertelt de mode ontwerper die medio jaren negentig afstudeerde in Arnhem. ‘De studie was erg autonoom en ging enkel over je eigen identiteit en concepten. Daarna gingen we het gewoon doen: een droom waarmaken zonder enige notie van wat productie, distributie en verkoop inhouden. Er was geen internet dus ook geen overvloed aan informatie. Dat is WORK WORK WORK Work work work was de titel van de tweede YA Hello!-bijeenkomst. Net als de vrienden van Kierkels zijn er veel jonge designers die er – soms op jacht naar ervaring, vaker uit geldnood – een andere baan op nahouden. In de sessie deelden Rick Tegelaar, Sjoerd Ebberink (BYBORRE) en Roos Meerman hun ervaringen met carrièreplanning. YA is de young alumni movement van BNO. Wil je als jonge design - professional op de hoogte blijven van YA, stuur dan een mailtje. MARSHA@BNO.NL ‘ VIKTOR & ROLF ZIJN HET LAATSTE VOORBEELD VAN HET KLASSIEKE SUCCESMODEL ’ ‘ TIJDENS DE STUDIE IS ALLES GERICHT OP DE INHOUD EN DAT IS GOED MAAR HOE VERTAAL IK AL DIE KENNIS NAAR INKOMEN? ’ 34 35 continued dude

4. TED De tentoonstelling Ambacht in dracht presenteert een selectie van nieuwe ontwerpen en kunstvoorwerpen geïnspireerd op sits. Sits is katoen dat is beschilderd met veelkleurige patronen en bloemmotieven. De stof werd in de zeventiende eeuw op VOC-schepen vanuit het verre oosten mee naar Europa genomen en aangepast aan onze smaak. Tot in de negentiende eeuw bleef Indiase sits een gewild materiaal in interieur en kleding, zoals in de Nederlandse klederdracht. Voor Ambacht in Dracht selecteerde het Zuiderzeemuseum werk van zeven ontwerpers, dat gebaseerd is op het gezamenlijk erfgoed van Nederland en India. Zo ontwierp Bas Kosters een outfit uit de recente collectie My Paper Crown die is geïnspireerd op traditionele visserskleding uit het Zuiderzeegebied. t/m 6 mei 2018 www.zuiderzeemuseum.nl AMBACHT IN DRACHT Van de Campaña Brothers tot Birkenstock, van Jasper Morisson tot Mary Quant, ze ontwerpen kunst, architectuur en ook schoenen. Schoeisel dat ons imago bepaalt, waar we een statement mee willen maken, of dat als kunstobject fungeert. Zoals de N O VA -schoen van Zaha Hadid voor United Nude eerder een mini-gebouw is dan een draagbare schoen. De tentoonstelling Heaven or Hell ? toont honderd bijzondere schoenen van ontwerpers die op zoek gingen naar grotere hoogtes en nieuwe vormen, materialen en technologieën om de vrouw letterlijk op een voetstuk te plaatsen. Er zijn hypermoderne 3D-geprinte modellen tot geheel recyclebare schoenen van natuurlijke materialen als kurk en bananen - schil. Zo is Last no. 21986 van Lou Moria gemaakt met een vacuümtrekkende technologie waarbij de schoen zijn eigen verpakking is. Ook iconen staan in de schijnwerpers, zoals de wolkenkrabber - hoge hakken van Lady Gaga, de even duizelingwekkend hoge mock-croc platforms van Vivienne Westwood en de vlijm - scherp ogende maar zachte Magnetic Shoe die Jólan van der Wiel vervaardigde van hars en ijzer voor de Parijse show van Iris van Herpen in 2015. t/m 2 september 2018 www.cubedesignmuseum.nl HAKKENHEMEL OF HEL? Tassen, sieraden, 3D-geprinte objecten, maar ook installaties, projecties en fotografie. Met de overzichtstentoonstelling TED toont Museum aan het Vrijthof de veelzijdigheid van de eigenzinnige kunstenaar en ontwerper Ted Noten, vorig jaar nog herfst-Dude. TED geeft het publiek de mogelijkheid een rondgang te maken door het creatieve brein van Noten. De bezoeker begint in een wachtkamer en eindigt in een recovery room . En dat is vermoedelijk wel nodig ook. Zijn werk heeft wereldwijd verzamelaars verleid, autoriteiten verward, collega’s geïnspi - reerd en studenten uitgedaagd. Zoals de doorschijnende acrylaat tassen – vaak met elementen van luxemerken als Louis Vuitton en Prada – waarin dieren, juwelen, cocaïne en wapens zijn ingesloten. Schoonheid en geweld, perfectie en verval; het zijn terugkerende thema’s sinds hij zijn beroemde collier maakte waarin een muis met parelketting was gevat. t/m 19 augustus 2018 www.museumaanhetvrijthof.nl BON Lezers van Dude kunnen TED bezoeken met twee personen voor de prijs van één. Download de voucher via bno.nl/dude of vraag hem aan via dude@bno.nl. De aanbieding is geldig t/m 15 juni, en niet in combinatie met andere acties. Bas Kosters. Foto: Peter Stigter Zaha Hadid, NOVA , voor United Nude, 2013 Ted Noten, Trophy Helmet , 2012 Ted Noten, Lady-K , 2010 6 7 shares & likes dude

27. Van buiten vormt Meeuwenlaan 106 een saai rijtje woningen met minivoortuinen. Achter dat masker gaat een sfeervol opge - knapte voormalige steenfabriek schuil. Hier woont en werkt Formafantasma. De studio, met een belendende werkruimte, is licht, met houten balken, veel planten (ja, daar houden ze van) en kasten met hun werk als een Cabinet of curiosities vol archeologische vondsten: onalledaagse, handgemaakte gebruiksvoorwerpen zoals serviesgoed van meel en bestek van schelpen en botten. Ook staat er het krukje van vissenleer en zeespons uit de Craftica -serie en het lava tafeltje uit de Natura Fossilium -collectie. Aan tafel zit Andrea Trimarchi met een espresso. Simone Farresin is alweer in Italië. Het voor - nemen om dit jaar minder te reizen is een lastige opgave, vertelt Andrea. Afgelopen jaar waren ze voor hun vele internationale projecten meermaals in Italië. Maar ook in de rest van Europa, Thailand en in Australië. En nu zijn ze net terug uit China. Langdurig historisch onderzoek volgens het principe van looking back to look forward leidt tot producten waarvan de vorm op de laatste plaats wordt bepaald, vaak door het object zelf. Form follows context dus. Formafantasma – de naam betekent ‘het vormen van de geest’ – werkt voor grote opdrachtgevers als Lexus, Fendi, Hermès, Established & Sons en Krizia International. Niet alle merken vinden dat makkelijk. Soms wringt het. ‘Ze vinden het eng wanneer ze niet weten wat het eindresultaat zal zijn van ons onder - zoek. Dat weten we zelf ook niet.’ Een voorbeeld is Craftica voor Fendi (2012). Een collectie die in eerste instantie, zoals nagenoeg alles wat Formafantasma maakt, esthetisch is, en die verrast door vorm, kleur en gevoel voor proporties en compo - sitie. Maar we weten wel beter. Met deze stoelen van vissenleer en waterkruiken van koeienblazen legt Formafantasma de nadruk op leersoorten die er niet toe doen in de mode-industrie en dierlijke materialen die worden weggegooid in de voedselindustrie. Tot voor kort werden blazen gebruikt voor het maken van worst, maar inmiddels zijn ze vervangen door synthetische materialen. De koeienblaas is dus opeens afval. ‘Dat vinden wij fascinerend en verontrustend tegelijk. Hoe produceren we dingen, hoe veranderen ze van functie, wat gebeurt er met het materiaal? Niet de objecten zelf maar de productie vormt het probleem,’ menen de ontwerpers. ‘In deze tijden waarin grond - stoffen op raken en het klimaat verandert, moet je een goede reden hebben om te produceren’, zegt Andrea. ‘We waren net in China, waar de groeiende wens naar spullen uiteraard consequenties heeft. Het is completely fucked ; je kunt er niet eens ademen.’ Oudere projecten waar ze nog altijd trots op zijn, alleen al omdat ze goed weergeven hoe gelaagd hun werk is, zijn Botanica (2011) en Moulding Tradition (2010). Moulding Tradition draait om de Siciliaanse traditie in keramiekstadje Caltagirone om keramische Teste di Moro te maken: kopieën van zeven - tiende-eeuwse vazen met een grote Moorse kop. Die traditie gaat terug tot de tijd waarin de Moorse bezetters het majolica-keramiek naar Europa brachten. Tien eeuwen later keren de nazaten van de veroveraars die van Caltagirone een bekende keramiekstad maakten terug als immigranten, en nu blijkt uit peilingen dat 65 procent van de Italianen vindt dat immigranten een gevaar zijn voor hun cultuur. Studio Formafantasma legt deze contradicties bloot, en stelt vragen over de houding tegenover immigratie en nationale identiteit. Het resulteerde in een collectie keramiek versierd met portretten van immigranten, met het jaarlijkse percentage vluchtelingen ingegraveerd, en geweven linten waarop nieuwsberichten staan over de hoeveelheid immigranten in de periode waarin Formafantasma de collectie produceerde. Wat betreft hun achtergrond delen de twee ontwerpers dat geen van beide ouders iets hebben met design. Verder is een groter contrast bijna niet mogelijk. Trimarchi komt uit Taormina op Sicilië; een simpel en onge - raffineerd leven op het platteland, waar geen maakindustrie, geen designacademie en ook eigenlijk geen design bestaat. Maar waar wel veel ambachtelijk wordt vervaardigd. Farresin komt uit Noordoost-Italië, het meest industriële deel van Europa, waar de maak - industrie is gevestigd en waar alle meubels vandaan komen. Hij was een design geek , die elk jaar naar de Salone del Mobile in Milaan ging en geïnteresseerd was in de radicale designbeweging van de jaren zestig en zeventig, het zogenoemde contra-design in navolging van Ettore Sottsass. Andrea wilde toentertijd nog architect worden. Ze waren al een stel toen ze in Florence aan de designacademie begonnen. Ze werkten af en toe samen aan grafisch werk en hadden veel lol. Maar ook stevige inhoudelijke discussies die tot op de dag van vandaag voortduren. ‘Het gaat nooit over het grotere idee, alleen over details’, zegt Andrea. ‘Ik ben de georganiseerde, de praktische. Simone is meer een dromer, maar creatief zijn we gelijk. We zitten altijd on the same page . Wat betreft interesses, de manier van kijken naar dingen, en door het vele reizen en het samen bezoeken van tentoonstellingen ontwikkelen we ons in gelijke mate.’ In 2004, nog op de academie, bezochten ze de Salone. Daar zagen ze het werk van Neder - landse ontwerpers die zich met Droog design voor het eerst presenteerden. Zij spreken onze taal, dachten beide ontwerpers. ‘De designwereld in Italië heeft een rijke traditie en liep voorop in het postmodernisme. Maar door de groei van de industrie en de opkomst van de mode-industrie werd design commerciëler en oppervlakkiger. En conser - vatief. Je mag jezelf pas een designer noemen als je zeventig bent’, zegt Andrea. Dus dachten ze aan twee opties: de Design Academy Eindhoven, of the Royal College of Art in Londen. ‘Wat ons in Eindhoven aantrok was niet alleen dat de designers jong waren’, zegt Andrea, ‘maar vooral de respectvolle en uiteenlopende manieren waarop design werd benaderd, de diversiteit en individualiteit, en de docenten die de juiste vragen stelden: “Hoe zie je de wereld in de toekomst en wat is jouw verantwoordelijke rol daarin?” Dezelfde visionaire vragen die wij nu als docenten aan dezelfde academie stellen.’ Hier gebeurt het, wisten ze toen. Als twee delen van een ontwerper meldden zij zich in 2007 als eerste en nog altijd enige duo met één portfolio aan voor de master aan de Design Academy. In Italië waren collectieven een modus operandi, hier zeker niet. Maar Gijs Bakker brak een lans. ‘We kregen les van geweldige docenten: naast Gijs Bakker ook van Louise Schouwenberg, Ted Noten, Chris Kabel en Barbara Visser.’ Of ze zich intussen Nederlandse, Italiaanse of internationale ontwerpers voelen, vinden ze niet zo interessant. ‘Dat we houden van esthetisch, goed gemaakt design, van perfectie, heeft ongetwijfeld te maken met onze Italiaanse achtergrond, maar er bestaat niet zoiets als Europees design. Het is geen identiteit en het gaat niet om de locatie, maar om een manier van denken zoals Droog design dat doet.’ Educatie is een woord dat past bij studio Formafantasma. Andrea en Simone waren curatoren van de Graduation Show 2017 van de Design Academy in Eindhoven, en ze geven er les. Dat is ongeveer het enige dat ze afzonderlijk doen: Simone geeft een master Contextual Design, en Andrea begeleidt de bachelorstudenten van Man and Well-being. ‘ DESIGNACADEMIES GROEIEN, MAAR ER IS GEEN RUIMTE MEER VOOR STUDENTEN EN SPULLEN ’ Foundation , alternatieve presentatie met lichtobjecten uit de collectie Delta (2016) in Spazio Krizia tijdens de Salone del Mobile in Milaan 2017. Foto: Masiar Pasquali Botanica , vanaf 2011. In opdracht van Plart Foundation. Foto: Luisa Zanzani 53 dude international

6. t NASSOS KAPPA @NASSOSKAPPA “We need to Slow. The. Fuck. Down. And pay attention to what we’re actually designing. We’re releasing new things into the world faster than Trump is causing scandals.” Dear friends designers, please read this https://t.co/4nJg1lbEIt t STASH @HELLOSTASH Finally! A genuine “back to basics” guide to online #freelancing - Home - WorkingClub.com buff.ly/2Eh3k3K f ARJA KARHUMAA FACEBOOK.COM/ ARJA.KARHUMAA.5 So much to chew on in this text I don’t know where to start quoting. So if you’re into design and/or its education and/or its future, battle your way through this yourself goo.gl/zmshNB t CO.DESIGN @FASTCODESIGN What designers could learn from lawyers, doctors, and priests https:// buff.ly/2H1qDzt P R A ATJ E S EN P L A ATJ E S Honderd jaar geleden opende de Friese notaris Nanne Ottema voor het eerst de deuren van het Princessehof. Eind december werd dit jubileum na een intensieve verbouwing groots gevierd met de heropening van het museum. Keramiekmuseum Princessehof lanceerde hierbij de tentoonstelling In Motion , met hedendaagse keramische installaties uit Oost en West, een nieuwe editie van EK WC@Princessehof met Caroline Coolen, en twee exposities met nieuw werk van kunstenaar Johan Tahon en van ontwerper Floris Wubben. Samen met de nieuwe opstelling van de vaste collectie is het museum klaar voor een jaar lang Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa 2018. www.princessehof.nl KERAMIEKMUSEUM KLAAR! Floris Wubben, Pressed Ceramic Vases , made from stoneware, 2012 Céleste Boursier-Mougenot, untitled, 2011 Johan Tahon, Monk , 2016-2017, geglazuurde keramiek, +/- 160 cm hoog Foto: G.J. van Rooij Hét festival voor illustratoren, artdirectors, ontwerpers, opdrachtgevers, studenten en alle andere geïnteresseerden – de Illustratie Biënnale – beleeft dit jaar zijn vijfde editie. In de Toneelschuur in Haarlem ontvangt presentator Jellie Brouwer ( Radio Kunststof ) onder anderen mode-illustrator Masha Reva, boekillustrator Ludwig Volbeda, redactioneel illustrator Claudie de Cleen, animator Douwe Dijkstra en wetenschap - pelijk tekenaar Medy Oberendorff, maar ook illustratief fotograaf Krista van der Niet en Gijs Frieling, die vooral murals maakt. Aanvullend is er een vinyl cover art expositie, wordt er gezeefdrukt en is bijzonder werk van deelnemende illustra - toren te koop, zoals gelimiteerde uitgaves en prints op papier, textiel en andere materialen. Het hele festijn, middenin de Haarlemse Stripdagen, begint uiteraard met de traditionele openingsact vanaf het balkon in de hal. 27 mei 2018 www.illustratiebiennale.nl DEBORAH DAWTON (DESIGN BUSINESS ASSOCIATION) ‘ Design is the yeast in a loaf of bread. It is materially seen a small ingredient, but essential and it needs to be added at just the right time and in the right proportions.’ In het voormalige partycentrum annex technoclub is de zweetgeur vervlogen en zijn rust en licht aan het wederkeren. Hier, pal achter restaurant De Goudfazant en FC Hyena in het levendige stukje Amsterdam-Noord opent Baars & Bloemhoff in het voorjaar het derde broeinest, in samenwerking met partners als Kvadrat, Modular en Forbo. ‘Spacecurator’ Niek Schoenmakers vervult als ‘spin in het nest’ de rol van curator en gastheer van deze nieuwe locatie. En hij wil met dit broeinest iets anders. Weliswaar is hier ook een uitgebreide materialenbibliotheek waar (interieur) architecten terecht kunnen voor samples, inspiratie en ontmoetingen, maar Schoenmakers wil bijvoorbeeld meer werkplekken faciliteren. Ook gelooft hij sterk in cross-overs die over materialen in de brede zin gaan. ‘Dat kunnen dus ook lezingen en workshops van modeontwerpers of architec - tuurfotografen zijn, gekoppeld aan een expositie en passend bij activiteiten in de stad’, zegt hij. ‘Broeinest Amsterdam moet flexibeler zijn.’ In samenwerking met DISELarchitects bedachten Baars & Bloemhoff en Schoenmakers een multifunctionele rots waarop je kunt koffiedrinken, overleggen of een lezing bijwonen, met een rustig lounge-hoekje op de top. In de rots zit de Cave : een van de te huren vergaderruimtes. Als in de nabije toekomst het gebied wordt herontwikkeld als woon - wijk, trekt Broeinest weer verder naar een nieuwe hippe Amsterdamse plek. www.baars-bloemhoff.nl www.broeinest.nl BAARS & BLOEMHOFF & BROEINEST f ANNE STALINSKI FACEBOOK.COM/ ANNESTALINSKIILLUSTRATIE Het is vijf jaar geleden dat ik klaar was met mijn kunstacademie-tijd, en dat leek me een mooie aanleiding om eens terug te kijken dailystalinski.com/?p=563 10 11 shares & likes shares & likes

23. gemonteerd, leverde bijvoorbeeld indirect en jaren later weer een opdracht op van de Storefront for Arts & Architecture. De wijze waarop ik New York en met name Brooklyn en de mensen op die plek in beeld heb gebracht sprak aan. Een tweede spin out was een fellowship voor IdeasCity Detroit van de New Museum in New York om deel te nemen in een denktank over de toekomst van deze stad. Erg confronterend om gewaar te worden wat achteruitgang betekent voor wat ooit zo’n bloeiend centrum was. Er heeft daar geen oorlog gewoed, maar zo voelt het wel. De teloorgang is overal voelbaar. De opdracht was om met een internationaal team van architecten, ontwerpers, activisten, hackers, historici, kortom een heel divers gezelschap, in een voormalig tbc-ziekenhuis een project op te zetten dat de stad op een duurzame manier weer op de rit zou kunnen zetten.’ KDJ × Was die betrokken - heid bij wat verandering van de stedelijke omgeving betekent voor de inwoners van die stad ook het vertrekpunt voor de tentoonstelling Blueprint: whose urban appropriation is this in TENT Rotterdam? ADJ × ‘Als architect vind ik het heel belang - rijk dat we – nu er weer mag en kan worden gebouwd – niet overenthousiast achter iedere groeikans aangaan. Mijn verhalen komen voort uit betrokkenheid bij wat het architectenvak over de tijd heeft opgeleverd. In die zin vind ik het belangrijk om toe te voegen aan de bestaande traditie. Ik merk dat ze daarmee politieker van toon worden. Het discours binnen grote steden over planologie wordt meestal gestuurd uit de begrijpelijke ambitie groei te stimuleren en welvaart te vergroten. Wat zijn daarvan de gevolgen voor de leefomgeving van zijn inwoners? Gentrification heeft een effect op de stad dat niet per se positief is. Architecten nemen over het algemeen te weinig positie in ten aanzien van dat onderwerp. Dat is begrijpelijk want een bouwende architect is afhankelijk van projectontwikkelaars en geeft daarvoor noodgedwongen een deel van zijn autonomie op. Met de tentoonstel - ling in TENT Rotterdam heb ik willen laten zien dat Rotterdam floreert op zijn groeiend imago als internationale architectuurstad, maar dat te ver doorvoeren oorspronkelijke bewoners kan vervreemden van hun omge - ving. Als je niet wilt dat die wegtrekken ligt daar een verantwoordelijkheid. Niet alleen voor het gemeentebestuur, maar ook voor de architect.’ KDJ × Hoe zouden architecten hun invloed op de stedelijke toekomst kunnen vergroten? ADJ × ‘Het begint denk ik bij het bewustzijn hoe groot de impact van een gebouw of gebouwde omgeving is op de gebruikers. En daarmee bedoel ik niet de ergonomie maar de totaalbeleving. Grote steden kampen allemaal met een tekort aan woonruimte. De oplossingen worden uitgedacht op de tekentafel of resulteren uit rekenkundige modellen. De wisselwerking met voorzie - ningen maar ook met de al aanwezige bewoners blijft daarbij vaak onderbelicht. Het plan voor microwonen bijvoorbeeld op Little Manhattan op het Steigereiland in Amsterdam, met kleine persoonlijke units en shared spaces voor jonge stedelijke profes - sionals, moet goed worden doordacht ten aanzien van de invloed die zo’n plaats straks heeft op de huidige gebruikers en de rest van de omgeving. Ik heb aan dit project gewerkt met een groep andere vormgevers, architecten, denkers in samenwerking met het Architectuur Centrum Amsterdam, voorheen ARCAM.’ KDJ × De locatie van jouw bureau AFARAI in het hart van het red light district is voor een architectenbureau uniek. Was dat een bewuste keuze? ADJ × ‘We zijn er zeker niet zomaar neerge - streken. Ik wil zelf ervaren hoe het werkt in een omgeving waar je logischerwijs niet direct voor zou kiezen als je een plek zoekt voor een architectenbureau en wilde vooral ervaren hoe het zou zijn om als bureau echt op straatniveau te zitten, tussen de mensen, prostituees en daadwerkelijke aanloop zou hebben, meer als een open studio. Wat doet de komst van zo’n Fremdkörper met de omge - ving? Hoe reageren de oorspronkelijke bewoners? Zij zijn de feitelijke smaakmakers. Is er acceptatie? Werkt het naar beide kanten? En vanuit mijn professie wil ik ervaren en zelf ondergaan welke rol de historische en deels monumentale gebouwen daarin spelen. Mensen maken deel uit van hun omgeving maar die zit ook heel diep in hen.’ KDJ × Je neemt met jouw visie een unieke positie in die inmiddels breed wordt herkend en gerespecteerd. Hoe werkt dat voor jouw bureau, floreert dat ook zakelijk? ADJ × ‘Op die aspecten ben ik juist nu aan het broeden. Ik ondervind dat veelbelovende jonge mensen uit het vak, maar ook uit aanpalende vakgebieden voor of met mij willen werken. Daarin kan ik me niet alleen laten leiden door inhoudelijke perspectieven. De risico’s nemen toe en die moeten met zekerheden worden afgedekt om de rust en de ruimte te houden om grote idealen na te blijven jagen. De dynamiek in mijn bureau is goed; maar de stabiliteit in deze dynamische omgeving kan en moet beter. Een bedrijf leiden heeft zoveel kanten die soms haaks staan op de kansen die zich aandienen. Nadenken over waar je je werk wil gaan doen en voor welke partijen hoort erbij. Voor AFARAI waren internationale opdrachten altijd al belangrijk. Dat werkt deels vanzelf, want het een leidt tot het ander. Een goed uitgevoerde opdracht in het buitenland levert een volgende op. Daar hoef je niet veel voor te doen, maar daar wil ik sturing in aanbrengen. Waar liggen de kansen die mij en AFARAI inhoudelijk verder kunnen brengen? Daar ga ik achter- aan. Dat is een strategische investering. Juist met zo’n activiteit ben ik nu heel druk. Mijn studio bestaat nu alweer bijna vijftien jaar en ik kijk terug op een ongelofelijke rijkdom aan projecten, inzichten en kennis. Die vormen nu de basis voor de toekomst. Onderzoek en nieuwsgierigheid blijft de basis, vandaar dat ik ook aan het promo - veren ben. Daarnaast is het zelf initiëren van projecten belangrijk om mijn ideeën vorm te blijven geven. Overall denk ik dat een auto - nome insteek het experiment aanwakkert en dit informeert weer het werk dat in opdracht wordt gemaakt. Alles is in die zin met elkaar verbonden.’ WWW.AFARAI.COM 2014 — 2017 Docent aan de TU Delft. 2017 — NU Studio critic aan het Sandberginstituut. Station Hofplein, Rotterdam ‘ ER GEBEURT ZOVEEL GOEDS IN HET VAK WAAR WE ALLEEN ZELF VAN OP DE HOOGTE ZIJN ’ 44 45 dude career

52. | 2.500+ bezoekers | 100+ exposanten | 35+ internationale sp r ekers Het innovatieve verpakkingsevent voor onder ande r e marketeers, b r and owners, designers, verpakkingsmanagers en inkopers. I N F O R ME E R O VE R DEE L NAM E WWW. P A CK A GING-INNO V A TIONS.NL G E T Y OU R TICK E T dude is een uitgave van de BNO en is gratis voor BNO-leden REDACTIE HOOFDREDACTEUR Freek Kroesbergen EINDREDACTEUR Floor van Essen REDACTEUR Viveka van de Vliet CONTACT Postbus 20698 1001 NR Amsterdam T 020 624 47 48 F 020 627 85 85 E dude@bno.nl www.bno.nl/dude Dude staat open voor alles: persberichten sturen voor vrijdag 4 mei 2018 DISTRIBUTIE Dude verschijnt vier keer per jaar en wordt gratis verspreid onder BNO-leden Dude is te koop voor € 6,95 plus verzendkosten. Een abonnement kost € 25,- per jaar. Prijzen zijn incl. BTW. Kijk op bno.nl/dude ISSN 2352-6521 ©BNO 2014 BIJDRAGEN Edo Dijksterhuis Dennis Elbers Kitty de Groot Kim Hoefnagels Kitty de Jong Markus Praat Priscilla de Putter Robert van Raffe Marsha Simon Valentina Vos Maarten Willemstein RECHTEN Dude heeft hard gezocht naar alle rechthebbenden van beeld. Ging het toch mis? Neem contact op! ADVERTENTIES Department C Gerard Otten p/a Postbus 20698 1001 NR Amsterdam T 06 54 23 76 62 E gerard@departmentc.nl Dude’s deadline is keihard: advertenties reserveren voor vrijdag 1 juni 2018 DESIGN Dietwee www.dietwee.nl CONCEPT EN ONTWERP Marjolein Spronk Leanne Bentley Ulla-Britt Vogt Mazen Al Ashkar DTP EN LAYOUT Gonda Poelman DRUKWERK Aeroprint www.aeroprint.nl BINDWERK Brepols www.brepols.com BINDWIJZE Genaaid Otabind PAPIER Antalis www.antalis.nl OMSLAG Olin Smooth high white 224 g/m 2 BINNENWERK Olin Smooth high white 100 g/m 2 Dude is voor design en drukwerk, maar ook voor oerbos en poolijs: onze partners en hun grond- stoffen en materialen belasten de natuur zo min mogelijk. PARTNERS Dude kwam tot stand dankzij deze partners: SPONSOR De BNO wint aan slagkracht door onze sponsor: 103 colofon

5. PARTNERS DESIGN MEETS IMPACT ROBERT WONG GOOGLE CREATIVE LAB , SUNNY BERGMAN FILMMAKER , DAVE HAKKENS PRECIOUS PLASTIC , NICOLE OLIVEIRA 350.ORG , JOEL TOWERS PARSONS SCHOOL OF DESIGN AND MANY MORE 24 & 25 MAY 2018 STADSSCHOUWBURG AMSTERDAM Ga je het gras zien groeien? Of doe je nog mee met de New Material Award? Insturen kan tot 27 april. Meer info op www.newmaterialaward.nl. N E W M AT ER IA L AWARD 2018 Amsterdam heeft Meesterlijk , Maastricht heeft Designday . Het driedaagse event toont ook deze dertiende editie werk van een kleine honderd zelfproducerende ontwerpers. In de Decorfabriek, een voormalige fabriek van Mosa, wordt als vanouds een openingsdiner gehouden voor netwerkende ontwerpers, waarvoor dit keer de in 2017 aan de MAFAD afgestudeerde ontwerper en kok Cas Driessen een duurzaam menu gaat samenstellen. Er is de Designers for Design -veiling van bijzondere designstukken en er is een uitgebreid neven- programma met als actueel thema Beauty of Waste . Als antwoord op het afvalprobleem reflecteren ontwerpers op drie thema’s: recycle , reuse en prevent . Met elke dag lezingen van bekende designers, workshops, films, designtours, atelierbezoeken en ludieke acties. 25 t/m 27 mei 2018 www.designday.nl Haar boek is een levend document, want een merk is nooit af. Telkens komen er nieuwe cases bij en verandert de complexe actualiteit. Daarom is er nu de derde editie van Anne Miltenburgs Brand the Change , voluit The Branding Guide for Social Entrepreneurs , Disruptors , Not-For-Profits and Corporate Troublemakers , uitgegeven door BIS Publishers. ‘Ontstaan uit frustratie én behoefte’, zegt ze. ‘Je hebt talloze boeken over branding, waarin in magische taal wordt geschre- ven over de grote voorbeelden Nike en Apple, bedrijven met een marketingbudget van miljoenen. Daar heb je niets aan als je net een bedrijf start’, zegt Miltenburg, merkontwikkelaar én zomer-Dude van 2015. ‘Anderzijds heb je de categorie “branding voor dummies”. En al die boeken zijn ook nog eens door en voor andere brandingexperts geschreven. Er bestaat niets daar tussenin.’ Dus schreef ze in haar woonplaats Nairobi dit boek voor de nieuwe generatie changemakers ; sociale ondernemers, activisten en bewuste bedrijven die veranderingen op een overtuigende manier op hun doelgroep willen overbrengen. Het resultaat is een inspirerend en zeer leesbaar boek vol praktische informatie en illustraties van Anje Jager. Miltenburg gebruikt tools en kennis vanuit haar bedrijf The Brandling , een leerbedrijf dat changemakers traint in brand thinking . ‘Veel boeken geven alleen advies: zo doet Apple het... Succes! Of: fail fast ! Dat kan waar zijn, maar je kunt het best voorkomen.’ www.the-brandling.com BRAND THE CHANGE DESIGNDAY Esther Derkx Diana Scherer, Interwoven . Scherer won met haar experiment, waarbij ze materiaal uit plantenwortels maakt en een kleding stuk onder de grond wil laten groeien, deNew Material Fellowship in 2016. 9 shares & likes

22. om van een afstand te kijken naar gebruik en gebruikers. Ze vergeten daarbij soms dat ze ook zelf gebruiker zijn. Al tijdens mijn studie vroeg ik me af wat het nut is van nog meer bouwen. Het is veel interessanter om uit te gaan van wat er al is en wat daarmee op straatniveau gebeurt; welke potenties heeft het bestaande? Professioneel ben ik gefascineerd door hoe er in een stad wordt geleefd en wat je daaraan als architect kunt bijdragen. Om die reden ben ik betrokken bij tal van initiatieven die betrekking hebben op hoe mensen leven in een stedelijke omgeving. Voor mijn persoonlijke ontwik - keling als ontwerper en architect is het ook erg belangrijk dat ik de breedte van mijn scope erin hou. Daarom doe ik ook veel dingen die niet direct in het verlengde van het vak liggen.’ KDJ × Was het tv-optreden in het VPRO- programma De Toekomstbouwers tijdens de Dutch Design Week vorig jaar een voorbeeld van zo’n zijstap? Om voor zoiets te worden gevraagd moet de wereld je toch een bepaalde autoriteit toedichten. ADJ × ‘Het was heel leuk om te doen. Het programma gaf de mogelijkheid om moeilijke vragen te stellen aan ontwerpers en hen op een positieve manier op een podium te plaatsen. De ervaring van het bereiken van een groter publiek smaakt wel naar meer. Er  gebeurt zoveel goeds in het vak waar we alleen zelf van op de hoogte zijn. We moeten veel vaker uit onze bubble. Het optimisme van ontwerpers is groot en aanstekelijk en zo’n programma brengt dat over het voet - licht. Het zou mooi zijn als er een soort platform voor ontwerpers zou bestaan waarop de wereld kan zien waar we allemaal mee bezig zijn. Daar zou ik best een pilot voor willen opzetten. Of televisie dan het aangewezen medium is weet ik niet, misschien is YouTube beter geschikt voor de nieuwe generatie.’ KDJ × Jouw researchprojecten nemen ook een belangrijke plaats in het totaal van jouw activiteiten in, met als magnum opus jouw boek: For the people, by the people . Was dat in opdracht of op eigen initiatief ? ADJ × ‘Ik had een uitgever in New York. Die werd echter juist op het moment dat ik voor de eindproductie van het boek in New York aankwam, overgenomen door Random House Publishers. Alles lag al klaar om te worden gedrukt en inhoudelijk was de tijd rijp voor de release . De overname zorgde voor vertraging en gemaakte afspraken kwamen ineens op losse schroeven te staan; ik zag gebeuren dat het misschien helemaal niet meer zou worden uitgegeven. Dat wilde ik niet afwachten en daarom besloot ik het zelf uit te geven.’ KDJ × Dus For the people, by the people werd onbedoeld een bijna volledig een do-it- yourself-project? ADJ × ‘Inderdaad, daar loop ik niet voor weg. Natuurlijk heb ik hulp gezocht en gekregen, maar zelf uitvinden en onbekende zaken aanpakken is leerzaam en brengt je verder. Het vergroot je denkraam, maakt je onafhankelijk van anderen en het creëert nieuwe mogelijkheden. De trailer die ik voor het boek zelf in New York heb geschoten en KDJ × Jouw loopbaan is atypisch, is dat je overkomen of is dat een bewuste keuze? ADJ × ‘Het een hoeft het ander niet uit te sluiten; want beide zijn waar. De dingen zijn deels op mijn pad gekomen maar dat gebeurde ongetwijfeld omdat ik al tijdens mijn studie de wens had om heel breed bezig te zijn. Daarom koos ik in eerste instantie juist niet voor dit vak. Ik begon met de studie industrieel ontwerpen aan de TU Delft maar ben na een jaar toch over - gestapt naar bouwkunde. Mijn vader was architect en hij vond dat in eerste instantie geen goed idee. Hij waarschuwde me ervoor dat het een heel zwaar vak is, maar uitein - delijk is hij natuurlijk apetrots. Met zo’n universeel beroep als architect kun je heel goed uitwijken naar andere vakgebieden. En dat past ook wel in deze tijd waarin je mensen in hun werk steeds vaker ziet wisselen tussen vakgebieden.’ KDJ × De naam Afaina de Jong googlen levert tal van hits op met interessante inter - views en public profiles , maar op de website van jouw eigen bureau AFARAI is tekst spaarzaam. Vind je dat het beeld voor zich moet spreken? ADJ × ‘Nee dat is zeker niet de reden. Tekst is juist iets waar ik heel grondig over nadenk. Dat heeft alles te maken met dit moment in mijn loopbaan. Een carrière is een niet vooraf uit te stippelen, spannende weg met allerlei kleine afslagen. Daar kan je je in laten meevoeren maar ik wil blijven zoeken naar de manier om het op mijn eigen wijze te doen. Juist nu is weer zo’n moment dat ik aan het wegen ben of de grote lijn nog klopt. Of ik de koers moet veranderen, of er iets bij moet, of juist iets af. Opschrijven speelt daar een belangrijke rol bij. Daar wil ik niet oppervlakkig mee omgaan. Wie schrijft die blijft. Wat door anderen over mij wordt geschreven heeft immers een hele andere lading dan wat ik daar zelf over schrijf. Die tekst – onder andere voor op de website – is nu dus juist belang - rijk work in progress . Aan de andere kant vind ik het ook wel spannend dat nu men steeds visu - eler is ingesteld, bezoekers van mijn website zelf interpreteren wat ze zien. En in die zin letterlijk en figuurlijk zelf een beeld creëren van mijn werk.’ KDJ × Wat is zo’n grote lijn in jouw werk? ADJ × ‘Ik ben kritisch op het vak; dat is mijn concrete creatieve drijfveer. De opleiding is nog steeds tamelijk traditioneel gericht op het ontwerpen en bouwen van statements voor het vak: het realiseren van het liefst grote en invloedrijke gebouwen. Die opstel - ling maakt dat architecten worden getraind 1996 — 2002 Bouwkunde aan de TU Delft. 2005 Start eigen studio AFARAI. 2013 — 2017 Adviseur Stimuleringsfonds creatieve industrie. 1977 Geboren in Amsterdam. Installatie City of the sun , TENT Rotterdam 42 43 career dude

Weergaven

  • 23 Totale weergaven
  • 13 Websiteweergaven
  • 10 Ingesloten weergaven

Acties

  • 0 Gedeeld op sociale media
  • 0 Vind-ik-leuks
  • 0 Vind-ik-niet-leuks
  • 0 Opmerkingen

Aantal malen gedeeld

  • 0 Facebook
  • 0 Twitter
  • 0 LinkedIn
  • 0 Google+