Branchemonitor 2015

Het jaarlijkse onderzoek van de BNO naar de prestaties van de ontwerpbranche met cijfers over het jaar 2013, gepubliceerd in 2015.

Minnen en plussen

De creatieve industrie heeft zich lang weten te onttrekken aan het zware economische weer en vertoonde zelfs nog geruime tijd groei ten opzichte van de rest van de economie. De design branche had het de afgelopen jaren niettemin onverminderd zwaar, afgezien van de groei in de wereld van de (applied) games en digital agencies.

Kijkend naar het aantal vestigingen en de toegevoegde waarde van de creatieve industrie doemt een zorgelijk beeld op. Het aantal vestigingen verdubbelde sinds 2005, het aantal banen nam slechts toe met een vijfde. Grote bedrijven worden kleiner, het aantal zelfstandigen wordt groter.  

De BNO Branchemonitor is, in opdracht van de BNO, uitgevoerd door ABF Research in november 2014.

De creatieve industrie loopt voorop in de trend van schaalverkleining, maar dit gaat samen met een verlies aan toegevoegde waarde en productiewaarde. In 2013 werd in de creatieve industrie als geheel zelfs iets minder toegevoegde waarde gecreëerd dan in 2005. Ook de ontwerpsector heeft na een drietal slechte, maar tamelijk stabiele jaren in 2013 nog weer aan omzet en bedrijfs resultaat moeten inleveren. Versterken van het verdienvermogen blijft dus hoog op de agenda staan.

Verkleining van de markt en forse prijscompetities, observaties in aanpalende sectoren zoals de architectenbranche, zijn gedeeltelijk ook van toepassing op de ontwerpsector. ‘Shift happens’, en dus is het zaak om goed te kijken naar de werkwijze, kwaliteit van personeel en naar de prijs daarvan. Want als de markt krimpt en omzet en marge dalen, dan moet er worden ingegrepen. Ontwerpbureaus met veel vaste contracten hebben het zwaar, vooral omdat om hen heen steeds vaker wordt gewerkt met een flexibele schil en flexibele contracten. Men staat dus voor de opgave om medewerkers, onafhankelijk van hun contractvorm, goed gemotiveerd en opgeleid te houden. Enerzijds gaat het daarbij om het verzilveren van commerciële kansen, anderzijds om het talent in bureaus te boeien, te binden en vers te houden. Daarbij is ook internationaal talent relevant, maar het visumbeleid vergemakkelijkt het aantrekken en vasthouden van personeel niet bepaald.


Iets meer dan de helft van alle ontwerpers is ongerust over wat de komende jaren gaan brengen. Er liggen echter nog steeds kansen in samenwerking met andere designdisciplines, in cross-overs met andere (top) sectoren, in vergaande specialisatie en in internationalisering. Dit vraagt van velen een omschakeling, maar geeft wel zicht op nieuwe mogelijkheden.