#Artikelen

16.07.2026

Eenheid tot in de haarvaten

Foto: Studio Louter

Het vernieuwde Valkhof Museum laat zien hoe ontwerp het verschil maakt. Dankzij de samenwerking van meerdere ontwerpbureaus ontstond een samenhangende museumervaring, waarin interieur, identiteit en tentoonstellingsontwerp naadloos op elkaar aansluiten.


Tekst: Edo Dijksterhuis

Het Valkhof Museum in Nijmegen heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Met dank aan de ontwerpbureaus die vanuit hun verschillende disciplines de inrichting van het gebouw, de opzet van de tentoonstellingen en de identiteit van de instelling volledig op de schop namen en tot een geheel wisten te smeden. 

Moeilijker dan een nieuw museum vormgeven, from scratch, is het opnieuw uitvinden van een bestaande instelling. Vooral als het een museum betreft als het Valkhof in Nijmegen, ontworpen door architectenbureau UNStudio. Dat staat op een historische plek in de stad, waar de Romeinen hun versterkingen bouwden en Karel de Grote een burcht, maar het rommelige plein ervoor deed geen eer aan dat verleden en het gebouw had zo’n gesloten uitstraling dat het de bijnaam ‘het zwembad’ kreeg.

In het museum zijn archeologische objecten van Museum Kam — met onder meer Romeinse artefacten — samengebracht met moderne en hedendaagse kunst. Hoewel het museum een aantal toptentoonstellingen op z’n naam heeft, zoals De gebroeders van Limburg (2005) en De pest (2020-2021), ontbrak het lange tijd aan een duidelijke samenhang in de programmering en ontbeerde het museum smoel.

Foto: buitengevel Valkhof Museum | Ontwerp huisstijl: thonik | Ontwerp gebouw: UNStudio | Fotografie: Flip Franssen

De ontwerpers die betrokken waren bij de vier jaar durende verbouwing konden hun borst dus nat maken. Als ontwerpers van de huisstijl was thonik als eerste aan zet. Vanuit hun gebruikelijke ‘online first’-strategie begon het bureau met de website, die de basis vormt voor meer fysieke uitingen.  

“Naast online-offline werken wij ook met de tegenstelling on site-off site”, vertelt Thomas Widdershoven van thonik. “Maar omdat het nieuwe interieur nog niet was gerealiseerd, richtten we ons op de buitengevel. Die oogt als een lange balk met geledingen en verspringingen. Het is een krachtig beeld, een soort stopteken. Daar hebben we het logo op gebaseerd, dat bestaat uit de naam Valkhof Museum. Aan het generieke ‘museum’ hebben we een serie horizontale lijnen toegevoegd, die zowel computergegenereerd als handgetekend zijn.”

De gebruikte letter is de TWK Everett, die Widdershoven “conceptueel maar toch effectief” noemt. “Het voelt aan alsof de letters zijn afgesneden, vooral bij de V en de M waar ‘Valkhof Museum’ mee begint. Dit font is hip maar ook ingetogen en tijdloos. Het draagt de belofte van monumentaliteit in zich, die in het gebouw wordt doorgetrokken.”


“Omdat de opzet van het museum transhistorisch is, met zowel archeologie als hedendaagse kunst, hebben we gekozen voor een tweeledig kleurschema.

Copyright: X

Voor de archeologie hebben we een palet ontwikkeld van gedekte tinten in het donkere segment, voor de afdeling moderne en hedendaagse kunst hebben we heldere kleuren uit het middensegment gekozen.”


Uitnodigend roze

Als interieurarchitect bouwde Ineke Hans voort op het kleurenpalet van thonik. Ze koos voor vooral roodtinten en roze om het gebouw “open en minder zwaar” te maken. Het specifieke roze werd deels bepaald door de tegels van D-tile, een dertig jaar oud en bijna vergeten ontwerp van Droog Design dat door Hans werd gebruikt voor de balies. Het rood komt ook weer terug in de planten in het restaurant. 

Foto: trappenen entreehal Valkhof Museum | Fotografie: Ivar Pelen

Foto: garderobe Valkhof Museum | Ontwerp: Ineke Hans | Fotografie: Ivar Pel

Hans richtte zich op de publieke ruimtes waar geen toegangskaartje voor nodig is: entreehal, café, garderobe en museumwinkel met doorkijkje naar het restauratieatelier. “Voorheen had het gebouw een gesloten uitstraling”, vertelt ze. “Ik ging voor open en uitnodigend. Ik wil mensen naar binnen trekken, ook het publiek dat gewoonlijk niet naar een museum gaat.” Daarom hing ze over de hele breedte bollampen op — “van Jasper Morrison, van wie het museum al geweldige deurklinken had die ik wilde behouden” — en is geen enkel element hoger dan 1,40 meter waardoor je overal overzicht hebt. “Helderheid staat voorop”, stelt Hans. “Je weet altijd waar je bent, ook als je niet gewend bent naar dit soort instellingen te gaan.”

Foto: museumshop Valkhof Museum, met daarin speciaal ontworpen kasten door Ineke Hans | Fotografie: Ineke Hans

Foto: auditorium Valkhof Museum | Ontwerp REX-stoel:: Ineke Hans | Fotografie: Alphons ter Avest

De plint heeft veel rode, roze en houttinten. Als je verderop geel ziet, ben je in het auditorium of de workshopruimte. Die zijn van elkaar gescheiden door een mobiele wand zodat er meerdere invullingen mogelijk zijn. Je kunt hier lezingen of voordrachten houden voor een zittend publiek van 75 of, met de workshopruimte erbij, 115. De stoelen — de REX van Ineke Hans, Nederlands eerste statiegeldstoel in geel en voor het café in de nieuwe kleur rood — zijn stapelbaar en te verwijderen zodat een balzaal ontstaat. Ook alle andere elementen zijn inklapbaar en weg te bergen, bijvoorbeeld onder het podium.

Foto: café Valkhof Museum, met daarin speciaal ontwikkelde rode REX-stoelen van Ineke Hans | Fotografie: Alphons ter Avest

Theatrale black box

Parallel aan Hans waren Studio Louter en OPERA Amsterdam bezig met de inrichting van de tentoonstellingen. In een zogeheten ‘snelkookpansessie’ werden aan de hand van de journalistieke w’s — wie, wat, waar, waarom en wanneer — de dromen en ambities van het museum tot de kern uitgebot. “Het museum legde vroeger de nadruk op de archeologische collectie, die uniek is in Nederland en heel waardevol”, vertelt Vera den Besten van Studio Louter. “Maar het Valkhof wilde meer verhalen van de regio vertellen, tot in het heden toe.”

In de daaropvolgende brainstorm kwam Valkhof Museum samen met Studio Louter tot een tweeledig concept. De befaamde Kam-collectie werd ondergebracht in een chronologisch verhaal met de titel ‘mens op de grens’, die verwijst onder meer naar de Limes, de buitengrens van het Romeinse rijk waarvan Nijmegen een belangrijke post was. Daar tegenover werd de omkering ‘de grens van de mens’ geplaatst om de hedendaagse kunst te kadreren, een associatieve presentie waarbinnen de menselijke basisemoties de leidraad vormen.

Foto: de tentoonstelling Mens op de Grens, I am my own prophet Anne Wenzel, 2026, Valkhof Museum | Fotografie: Ivar Pel

“Vroeger werd de historische collectie boven getoond”, vertelt Roel Geurts van OPERA Amsterdam. “Die kon en mocht veel licht hebben en ging via de ramen een relatie aan met de omgeving waar de geschiedenis zich heeft afgespeeld. In de huidige opstelling hebben we verschillende soort collecties samengevoegd, dus ook papier, hout, schilderijen en andere lichtgevoelige objecten, dus hebben we dit deel beneden geplaatst in een black box waar we meer theatraal te werk konden gaan.”



“Het moeilijkste was het samenbrengen en in balans brengen van de verschillende collecties. Maar het voelt nu als één globaal verhaal.”


Roel Geurts, OPERA Amsterdam


Jaarringen van honderd meter 

De periode van prehistorie tot heden werd ingedeeld in acht tijdvakken. In samenspraak met de conservatoren werden bij ieder tijdvak collectiestukken gekozen. “Iedere keer minstens één gidsobject”, specificeert Den Besten, die daarmee refereert aan een gezamenlijk ontwikkelde typologie van museumobjecten. “Als je weinig tijd hebt en alleen die stukken bekijkt, heb je de rode draad van het verhaal ook te pakken. De schermen die Kiss the Frog heeft ontwikkeld, helpen daarbij.” 

Foto: start collectiepresentatie Mens op de grens, Valkhof Museum | Fotografie: Ivar Pel

Daarnaast werd ruimte gemaakt voor publieksfavorieten, die via een enquête onder bezoekers in kaart zijn gebracht. “Het wagengraf uit de prehistorie is er zo een”, vertelt Den Besten. “Maar dat is een voorwerp dat hulp nodig heeft om goed te worden begrepen. Daar hebben we een animatiefilm van mediapartner Redrum aan toegevoegd die laat zien hoe de wagen werd verbrand en in de grond belandde. Ook hebben we op verschillende plekken een vertaling gemaakt naar het heden, bijvoorbeeld door een hedendaagse viroloog aan het woord te laten in het hoofdstuk over de pest.”

Foto: tentoonstellingMens op de grens, Valkhof Museum | Fotografie: Studio  Louter

Foto: tentoonstelling Mens op de grens, Valkhof Museum | Fotografie: Studio  Louter 

OPERA Amsterdam gaf een ruimtelijke vertaling aan het verhaal van Studio Louter, op de sobere wijze die kenmerkend is voor het bureau dat inmiddels tientallen museuminterieurs op zijn naam heeft staan. Over de honderd meter lange binnenkern is een tijdlijn uitgezet, die als jaarringen glooiend over de wand ligt en alles samenbrengt: momenten uit de geschiedenis van Nijmegen en wat er gelijktijdig gebeurde op het wereldtoneel. De metaforische zeggingskracht zit in de kleurstelling van de wanden en de vorm en plaatsing van de vitrines, die gebouwd zijn door interieurbouwer Bruns.

Foto: tentoostelling Power of the People, Julius Civilus, Fernando Sanchez Castillo, 2025-26, Valkhof Museum | Fotografie: Ivar Pel

“In het deel gewijd aan de prehistorie, met relatief kleine objecten, hebben we gekozen voor monumentale vitrines die zijn opgesteld als een zonnecirkel à la Stonehenge”, vertelt Geurts. “Het Romeinse hoofdstuk is ingedeeld als het grid van een fort: vrij staccato en heel georganiseerd maar je kunt er ook doorheen dwalen. De dominante kleur daar is terracotta. In het laatste stuk dat over de 20ste eeuw gaat en ‘op de barricaden’ heet, hebben de vitrines de vorm van versperringen en is alles rood, de kleur van passie en geweld.”



“Er is een hoge mate van consistentie, met behoud van de handschriften van de verschillende bureaus. Nergens voelt het gedwongen en opgelegd.” 


—  Ineke Hans


Uitzicht als context

Voor de bovenverdieping had Valkhof Museum vijf kunstenaars uitgenodigd om met eigen werk te reageren op historische objecten uit de collectie. Die krijgen daardoor een extra lading, die ze relevant maakt met betrekking tot hedendaagse hete hangijzers als migratie en geestelijke gezondheid. “Hier beperkten we ons tot praktisch bijsturen”, vertelt Den Besten over de opstelling die de titel Van Binnenuit meekreeg. “We hebben de kunstenaars ons concept en de randvoorwaarden uitgelegd. Verder hadden de kunstenaars veel vrijheid.”

Voor de tekstpanelen zowel boven als beneden koos OPERA Amsterdam voor het lettertype van thonik, wat Widdershoven opmerkelijk vindt. “In de meeste musea stopt de huisstijl waar de tentoonstelling begint.” Maar Geurts zag juist meerwaarde in het consequent doortrekken van de ‘hoekige, sterke letter’: “de typografie zorgt voor verbinding. En deze letter leent zich goed voor de hoge informatiedichtheid, die ook nog eens in drie talen wordt opgediend.” 

Foto: tentoonstelling Mens op de grens, Hemel- en Aardglobe, Willem Janszoon Blaue, 1645-48, Valkhof Museum | Fotografie: Ivar Pel

“Verder hebben wij ons op deze verdieping heel dienend opgesteld. We hebben een interactieve game toegevoegd om de bezoeker te helpen kijken naar de kunst in de context van het centrale thema emoties. Maar over het algemeen heeft hedendaagse kunst, anders dan de archeologische collectie, niet veel context nodig. Het landschap en het uitzicht zijn de context. Dus hebben we de ruimte ingericht als een redelijk klassieke white cube, die ook geoormerkt is voor tijdelijke tentoonstellingen.”

Foto: tentoonstelling Van binnenuit, Faces, fotowand 34 Nijmegenaren, Robin de Puy, 2026, Valkhof Museum | Fotografie: Ivar Pel

De enige grote ingreep op de bovenverdieping is de fotowand met portretten door kunstenaar Robin de Puy, die als introductie dient van de opstelling Van Binnenuit. “Het gezicht is de grens tussen de innerlijke emotie en de buitenwereld”, vertelt Den Besten. “Een oproep onder Nijmegenaren leverde ruim duizend reacties op, waaruit 34 mensen zijn geselecteerd die de vijf basisemoties uitdrukken. Wij denken heel erg vanuit de bezoeker en die is hier letterlijk opgenomen in de tentoonstelling.”


3D-boek

“Alsof je aan een 3D-boek werkt”, noemt Den Besten de ontwikkeling van het tentoonstellingsontwerp. “Het heeft zeker twee jaar geduurd voordat alle puzzelstukjes op hun plek vielen. Maar het is uiteindelijk toch gelukt om de historische collectie samen te laten gaan met de hedendaagse kunst waarmee veel verschillende bezoekers kunnen worden aangesproken.” 

“Het is een eenheid tot in de haarvaten”, beaamt Widdershoven. “Dat is te danken aan de goede afstemming tussen de verschillende bijdragen. Iedereen heeft gewerkt met respect voor elkaars discipline.” 



“Iedereen heeft gewerkt met respect voor elkaars discipline.” 


Thomas Widdershoven, thonik


“Het is mooi hoe alles in elkaar grijpt”, vindt ook Hans. “Er is een hoge mate van consistentie, met behoud van de handschriften van de verschillende bureaus. Maar het belangrijkste is wel dat het nergens gedwongen en opgelegd aanvoelt. Het museum is nu een prettige en verwelkomende plek.”

Eentje waarin de bezoeker wordt ondergedompeld in steeds weer andere werelden, die volgens Geurts zijn “geschakeld als een bedelketting.” “Het moeilijkste was het samenbrengen en in balans brengen van de verschillende collecties. Maar het voelt nu als één globaal verhaal.”