— Tekst door Viveka van de Vliet —
Joost de Beij en Maarten Warmerdam van lichtontwerpstudio Spektor licht, nemen hun theaterervaring mee in lichtontwerpen voor museale tentoonstellingen in binnen- en buitenland, maar ook voor architectuur en historische monumenten. “Licht is een soort geheimtaal waarmee je op een verhalende manier een ruimte of ervaring kunt sturen en manipuleren.”
Licht maakt ruimtes leesbaar, versterkt de beleving en legt accenten waar nodig. Achter het lichtontwerp gaat een geheimtaal schuil van tekenen, rekenen en onderzoeken. Een proces dat resulteert in een bijzondere atmosfeer, waarin die geheimtaal als vanzelf wordt begrepen.
Licht kan een ruimte op een verhalende manier zichtbaar maken, de beleving sturen en zelfs fysiek voelbaar maken. Vanuit de inhoud kun je verdieping geven en hiërarchie toevoegen aan de ervaring van kunst, erfgoed en architectuur. Met deze bespiegelingen delen Joost de Beij en Maarten Warmerdam van lichtontwerpstudio Spektor licht hun fascinatie voor de kracht van licht.
Foto: Restauratie van het Pieter Teylershuis te Haarlem | Architect: TPA-HG architecten | Opdracht: Teylers Museum | Fotograaf: Johan Nieuwenhuize
Dat wordt nog wel eens onderschat. “Lichtontwerpers worden vaak laat bij projecten betrokken. In de definitieve ontwerpfase zeggen ze pas: ‘Oh, we hebben nog een lichtontwerp nodig’. Dan kun je inhoudelijk niet meer zoveel doen en mist de opdrachtgever een slag. Terwijl licht zo’n bepalende laag is die de ruimtelijke beleving sterk beïnvloedt”, zegt De Beij. Daarom werkt Spektor Licht het liefst integraal mee in alle fasen van het ontwerpproces, van de eerste conceptvorming tot en met de uitvoering.
In het museale circuit worden zij wel steeds vaker in een vroeg stadium betrokken en is men zich bewust van de noodzaak van een goed lichtontwerp. Bij architectonische projecten, nieuwbouw of restauraties ligt dat minder voor de hand, maar daar is het vaak de architect die hen vraagt.
Indrukwekkend portfolio
Acquireren doen ze niet. Spektor licht heeft volop werk en heeft een indrukwekkend portfolio, waarbij de studio met verschillende opdrachtgevers een langdurige relatie heeft opgebouwd. Eye Filmmuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam zijn daar goede voorbeelden van. Ze begonnen na de renovatie van het Stedelijk in 2012 met het uitlichten van de Breitners en zijn daar nooit meer weggegaan.
“Met hen hebben we een gezamenlijk handschrift ontwikkeld en we kunnen telkens voortborduren op waar we zijn gebleven”, zegt Warmerdam. “We spreken een taal die we met alle curatoren door de jaren heen hebben ontwikkeld. Je kent elkaar steeds beter, de vragen worden specifieker en de verantwoordelijkheid groter.”
Foto: Restauratie en herinrichting van het Stadhuis van Leiden | Architect: Office Winhov | Interieurarchitect: DeMunnikDeJongSteinhauser | Opdracht: gemeente Leiden | Fotograaf: Roos Aldershof.
Hoe complex lichtontwerp in de praktijk is, laat de recente renovatie van de raadszaal van het Amsterdamse stadhuis zien. In een intensieve samenwerking met architectenbureau De Twee Snoeken, analyseerden de lichtontwerpers de grote ruimte die meerdere identiteiten moet aannemen: er worden rondleidingen gegeven, raadsvergaderingen gehouden en er valt veel daglicht binnen.
Spektor licht ontwierp een monumentale lichtsculptuur die de hoogte en ruimtelijkheid van de raadszaal benadrukt. De functionele verlichting is geschikt voor cameraopnames en livestreams van raadsvergaderingen, zonder dat de zaal aanvoelt als een televisiestudio, en sfeerverlichting draagt bij aan een prettige beleving. Ook is rekening gehouden met medewerkers die de audiovisuele techniek bedienen en de verlichting moeten kunnen bijstellen wanneer de zon plots doorbreekt.
Krachtig ruimtelijk element
Juist bij zulke complexe ruimtelijke opgaven komt hun theaterachtergrond van pas. “We benutten onze ervaring met het analyseren van een theaterstuk en de vertaling naar een concept en onze kennis van het programmeren van lichtscènes. We begeleiden de bouwfase en zijn zelfs betrokken bij de allerlaatste correcties”, zegt Warmerdam.
“In het theater is het licht heel expliciet aanwezig. Dat vertalen we naar de museale of architectuurwereld, waar licht implicieter en subtieler is, maar niet minder krachtig als ruimtelijk element”, vertelt De Beij. Ze doseren de lichtbeelden zorgvuldig, stemmen ze op elkaar af en spelen met hiërarchie en gelaagdheid. Zo lichten ze de zwarte vlakken in de exposities in Eye Filmmuseum op een zachte en subtiele manier aan.
De Beij en Warmerdam kennen elkaar al lang, maar hebben pas vier jaar geleden hun studio’s voor lichtontwerp samengevoegd tot Spektor licht in Zaltbommel. Joost de Beij geeft les aan de master Interieurarchitectuur van de HKU, volgde ooit de lerarenopleiding tekenen en reisde rond met theatergezelschappen. Daar heeft hij het lichtvirus opgelopen, zegt hij, waarna hij zich ook op architectuurverlichting is gaan richten.
Hij was de scriptiebegeleider van Maarten Warmerdam die Theatermaker/Techniek volgde aan de Theaterschool, een opleiding die een brug moest slaan tussen een technisch beroep en een creatieve invulling. Warmerdam schreef zijn scriptie over hoe daglicht zich vertaalt in toneelbeelden. Na zijn afstuderen, raakte hij naast zijn werk in het theater, nieuwsgierig naar de verhouding tussen licht en architectuur, tentoonstellingen en de buitenruimte.
“Licht is een soort geheimtaal waarmee je op een verhalende manier een ruimte of ervaring kunt sturen en manipuleren.”
Lichtvirus
Binnen Spektor licht brengen de ontwerpers niet alleen hun kennis, ervaring en ontwerppraktijk samen, maar vinden het ook veel leuker om samen te werken, introspectieve of kritische gesprekken te voeren en te reflecteren vanuit een gedeelde fascinatie voor licht. De studio werkt met een compact team met een kleurrijke achtergrond: een interieurontwerper, architect, lichtontwerper en creatief technoloog. Wat hen bindt: ze zijn aangestoken door het lichtvirus dat Warmerdam en De Beij al eerder opliepen.
Fabrikanten van verlichting bieden lichtontwerp als aanvullende dienst aan, terwijl andere opdrachten bij technische adviesbureaus terechtkomen. Nederland kent nauwelijks specifieke opleidingen voor architecturaal lichtontwerp en heeft op dit gebied nauwelijks traditie. Veel lichtontwerpers hebben een achtergrond in interieurarchitectuur of industrieel ontwerp en ontwikkelen daardoor een ander handschrift en andere benadering, menen Warmerdam en De Beij.
Foto: Tik hier een onderschrift
Volgens hen wordt lichtontwerp vaak benaderd vanuit technische eisen en richtlijnen of vanuit eerder geformuleerde ideeën van de architect. Spektor licht kiest een andere invalshoek: de vraagstelling. “Wat wil de opdrachtgever bereiken met een tentoonstelling, een gebouw of een renovatie? Welk verhaal moet worden verteld, welke ervaring willen we tot stand brengen? We zoeken naar de inhoudelijke betekenis en de dramaturgie van een ruimte en vertalen die naar lichtbeelden.
Dat vraagt soms om het herformuleren van de oorspronkelijke opdracht. Niet iedere opdrachtgever verwacht dat van een lichtontwerper. Soms zijn ze verrast door alle vragen die we stellen. ‘Doe maar gewoon mooi licht’, is dan hun verzoek.”
Kritisch en sensibel
De lichtontwerpers maken renders om inzichtelijk te maken hoe een ruimte eruit komt te zien en wat zoiets ongrijpbaars als licht kan toevoegen. Al kun je daarmee de werkelijke beleving nooit volledig ervaren, zeggen de lichtontwerpers. Veel doen ze hands-on. “Als je aan het uitlichten bent, merk je of het werkt; de lange ervaring maakt ons steeds kritischer en sensibeler”, zegt De Beij.
Ze maken mock-ups en ondersteunen die met computergestuurde lichtberekeningen. Door daarnaast de verlichtingskeuzes expliciet te maken en te bespreken, zowel binnen het team als met andere ontwerpdisciplines, ontstaan lichtontwerpen die inhoudelijk scherp zijn en zorgvuldig onderbouwd.
Foto: Tik hier een onderschrift
Ook nieuwe technologische ontwikkelingen vergroten de mogelijkheden van het lichtontwerp. De overgang van halogeen naar led heeft daarin veel veranderd. Halogeenlampen zijn vanuit de techniek vormgegeven, worden gloeiend heet en vragen om voldoende koeling. Met kleine leds ontstaat meer ontwerpvrijheid en kunnen kleurtemperatuur en kleurcontrasten nog genuanceerder worden gestuurd. “Dat heeft het palet aan mogelijkheden enorm vergroot”, zeggen de lichtontwerpers.