Van miniklusje naar hoofdpijndossier

Column: illustrator Hester van de Grift over een groot klusje met een klein factuurtje.
Sinds haar afstuderen in 1998 werkt illustrator Hester van de Grift voor diverse uitgeverijen. Haar werk verschijnt in schoolboeken en tijdschriften. Hester werkt vanuit studio Funny Farm in een oud schoolgebouw in het Arnhemse Spijkerkwartier, die ze deelt met andere illustratoren.

"Kun jij acht figuurtjes tekenen voor een methodeboek voor psychologen?", vroeg redacteur X me in het voorjaar. Acht figuurtjes die elk een andere persoonlijkheidsstoornis zouden moeten uitbeelden. In drie verschillende vaststaande kleuren die horen bij de methode. Over dat laatste hoefde ik alvast niet meer na te denken. Ze moeten op 3x5 centimeter passen. De opdrachtgever is een keurige, grote uitgever van boeken voor zorgprofessionals en studenten. Het is niet mijn eerste klus voor hen, by far wel de kleinste. Denk ik. Bij aanvang in elk geval. Waar ging dit mis? 

Odoo CMS - een grote afbeelding

Illustratie: door Hester van de Grift

Ik ben ruim 25 jaar zelfstandig illustrator. Mijn opleiding kreeg ik aan de HKU. Zakelijke skills kwamen wel degelijk aan de orde aldaar. Ik dacht dat ik me ondertussen aan elke steen wel een keer gestoten had en daardoor nu een prima werkbaar pakket voorwaarden hanteer voor mijn klanten en mezelf. Zo spreek ik onder andere het aantal schetsrondes af en de prijs exclusief btw. Zo ook nu.

We spreken twee schetsrondes af en komen een totaalprijs overeen. Redacteur X koppelt me aan auteur Y om de briefing door te spreken. Dat is een leuk gesprek. Het onderwerp is spannend en de persoonlijkheidsstoornissen mogen lekker uitvergroot in beeld, zoals de narcist die op manipalutieve wijze altijd zijn zin krijgt en zijn omgeving kleineert. De auteur wil platte, stripachtige figuren. Dat vind ik zelf ook leuk. Ik denk dat deze klus van begin tot eind me anderhalve dag werk kost. Ik schets de eerste acht mensfiguren. De een is woest, de ander kruipt in zijn schulp. Een ander vlindert wat rond met zijn hoofd in een wolk. Ik heb er lol in ook.

"Ik ben niet flauw maar zeg wel dat dit dan het tweede schetsrondje wordt."

Help! is de eerste reactie van auteur en redacteur. Wat blijkt? Er is een vergelijkbaar boek verschenen. De auteur is in paniek, want hierin staan figuren die volgens haar erg lijken op mijn schetsen. Plagiaat is een doodzonde en kennelijk in de wereld van de psychologiehandboeken een ultra-doodzonde. Dat wil ik zien.

Ik zie paarse, groen en gele figuren die lijken op Pokémon-figuren. Totaal geen rode, blauwe en gele mensfiguren die ik schetste. Maar de auteur is in rep en roer. Er moet iets veel minder stripachtigs komen en meer realistisch. Ik ben niet flauw maar zeg wel dat dit dan het tweede schetsrondje wordt en dat we, als er daarna nieuwe correcties komen, over een andere prijs gaan praten. Zo gezegd zo gedaan; ronde twee lever ik in.

Nu neemt de auteur direct contact met me op. Ze is in een nog grotere paniek. Of ik haar briefing wel snap. Ze ziet een ziedend poppetje aan voor een alleen maar erg boos figuurtje, en een in zijn schulp kruipend figuur aan voor een verlegen type. Bij het één te weinig, bij het ander weer te veel. Ik word onzeker van haar woorden maar hee, ik laat me niet kennen. Het boze figuur gooit een stuk servies kapot, zo wordt boos ziedend.

"Ze heeft het zelf maar getekend want kennelijk is het té moeilijk voor mij."

De auteur belt me. "Ik bel maar zelf", zegt ze zuchtend. "Van de redacteur krijg ik geen respons en ik sliep er dit weekend al slecht van." Ze snapt niet dat ik na inmiddels drie schetsrondes nog steeds niet kan tekenen wat ze bedoelt.  Ze heeft zelf maar getekend want kennelijk is het té moeilijk voor mij. Haar schetsen zijn vol met verwijzingen in rode pen: 'hier meer boosheid', 'hier minder lange benen', 'hier een arm die schuin naar voren wijst i.p.v. recht, zoals ik al eerder zei'.

Hóe ben ik hierin terecht gekomen, denk ik. Er komt iets in me naar boven wat ik ken van lang geleden. Mijn academietijd. Een leraar die zuchtend bij mijn werk staat. Hij zíet het niet. Ik blokkeer. De poppetjes dansen voor mijn ogen en lachen me uit. "Je kan er niks van!", roepen ze.

Ik tel tot tien. Wat ga ik doen? Ik bel de redacteur. Zeg dat ik niet meer lekker uitkom met de auteur en vraag of zij haar rol wil pakken als intermediair. Ook zij heeft de auteur al huilend aan de telefoon gehad. Ik tel alle telefoontjes met betrekking tot deze opdracht bij elkaar op in minuten. Dat zijn al minstens 2 uren. Ik durf niet te denken aan de uren die ik heb gestoken in het schetsen, dat is allang geen anderhalve dag meer. De redacteur en ik, we zijn té aardig. Gelukkig wil ze me wel tegemoet komen in de prijs maar eigenlijk gaat het me daar al niet meer om. Soms heb je dat, een klant die pas weet wat-ie wil nadat je hem hebt laten zien wat hij niet wil.

De klus – dit is geen klusje meer - wordt over de vakantie heen getild. Daarna kijken we er vast weer fris naar, denk ik. Hoop ik. Maar de acht mensfiguren worden toch nog wat heen en weer gepingpongd voordat ik eindelijk een klein factuurtje stuur. Voor een dure les.

Meer illustratie? Kijk dan op 30 mei naar de online Illustratie Biënnale, een event met interviews met illustratoren, exposities en publicaties. Of ga naar de website van de Illustratie Ambassade, een internationaal platform gewijd aan de kunst van illustratie, met speciale aandacht voor exposities, participatie en educatie.