#Artikelen

01.03.2025

“De BNO is er door de leden!”

Foto: Herbert Seevinck | Fotografie: Heroshots/Mijksenaar

Na acht jaar voorzitterschap gaf Herbert Seevinck afgelopen vrijdag tijdens de Jaarvergadering 2026 de voorzittershamer door aan Mark van Iterson. Wat heeft die periode de ontwerpgemeenschap gebracht? Tijd voor een vraaggesprek.


Tekst door Gert Staal

Als bedrijfseconoom werkte Herbert Seevinck geruime tijd in de Rotterdamse haven. Voorafgaand was hij eerst trainee op Schiphol en trad hij daarna toe tot het top-40 management van de luchthaven. Beide zijn essentiële internationale knooppunten in doorvoerland Nederland. Tussenstops waar mensen en goederen hun weg naar een volgende bestemming vinden. Misschien is het vanuit dat perspectief niet eens verwonderlijk dat de betrekkelijke buitenstaander Seevinck uiteindelijk in het hart van de ontwerpwereld belandde, als zakelijk directeur en later opvolger van Paul Mijksenaar, naamgever van een wereldwijd opererend bureau dat zich toelegt op het ontwerp van ‘wayfinding’ systemen.

Foto: Wayfinding voor Luchthaven Schiphol | Fotografie: Mijksenaar

Sinds 2010 staat Herbert Seevinck met Rijk Boerma aan het hoofd van Bureau Mijksenaar, dat met veertig medewerkers en vestigingen in Amsterdam en New York de bewegwijzering in talloze luchthavens, stations, musea, kantoren, ziekenhuizen en binnensteden voor zijn rekening neemt.

Foto: Booking[.]com City Campus | Fotografie: Mijksenaar

De afgelopen acht jaar combineerde hij die functie met het voorzitterschap van de Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers, een fase waarin Seevinck de ontwerpgemeenschap flink zag veranderen. Deels gebeurde dat in reactie op krachten van buitenaf — covid-pandemie, klimaatvraagstukken en geopolitieke en economische spanningen — maar zeker zo belangrijk zijn de transities in het vak en dus binnen de beroepsorganisatie zelf. 

Tijdens de Jaarvergadering 2026 op 6 maart droeg hij de voorzittershamer over aan Mark van Iterson. Aan de vooravond van zijn vertrek maakte Herbert Seevinck de balans op van een enerverende periode.


Wat bewoog je om voorzitter van de BNO te worden?

“Ons bureau was al jaren BNO-lid en gedurende die periode hebben we daar steeds veel profijt van gehad. Ik was zakelijk directeur geworden van een ontwerpbureau, opereerde in een wereld die ik zeker in het begin niet goed kende en had regelmatig behoefte aan advies. Zo ontwikkelde zich een ‘transactionele’ relatie. Dus toen ik het verzoek kreeg om aftredend voorzitter Timo de Rijk op te volgen, hoefde ik niet lang na te denken: het was tijd om iets terug te doen voor de vereniging!”


Had je onmiddellijk een agenda in gedachten? Waar moest het wat jou betreft met de BNO naartoe?

“Pas toen ik voorzitter was, werd me echt duidelijk hoe breed de activiteiten binnen de vereniging zijn. En hoe er constant naar vernieuwing wordt gezocht. Het bleek om zoveel meer te gaan dan ik in mijn persoonlijke contacten met de BNO had ervaren. De kracht van het aanbod, gekoppeld aan de ervaring van een honderd jaar oude organisatie, zou ontwerpers moeten aanspreken die we tot dusver niet goed wisten te bereiken: ontwerpers die actief zijn binnen gemeenten en grote industriële ondernemingen maar bijvoorbeeld ook het onderwijsveld. Het is belangrijk om zo nieuwe groepen ontwerpers te bereiken en daar gericht over te communiceren. Dat zijn zeker speerpunten geworden.”



“Pas toen ik voorzitter was, werd me echt duidelijk hoe breed de activiteiten binnen de vereniging zijn. En hoe er constant naar vernieuwing wordt gezocht.”


Herbert Seevinck


Hoe werd het voortdurende streven naar vernieuwing gedurende jouw voorzittersjaren het meest zichtbaar?

“Dan denk ik toch aan de coronaperiode. De samenleving zat op slot en onderling contact — ook tussen ontwerpers en hun opdrachtgevers — was opeens niet vanzelfsprekend. Onze jaarlijkse ledenvergadering moesten we in 2021 online organiseren. Anders dan verwacht, bleek er enorme belangstelling. Men had behoefte om elkaar te spreken. Het bureau had intussen op de nieuwe omstandigheden geanticipeerd door een coronadossier te openen. Leden troffen er belangrijke informatie rond de steeds veranderende voorschriften en regelingen van de overheid. 

Op zo’n moment merk je dat de BNO meer levert dan alleen trainingen, lobbywerk en praktische ondersteuning voor individuele leden: het is ook de plek waar snel wordt gereageerd op gebeurtenissen die de maatschappij en dus de sector kunnen ontwrichten, en waar leden over hun gezamenlijke belangen kunnen nadenken.”


En je eigen rol? Hoe zou je die aan het slot van je voorzitterschap typeren?

“Ik ben geen ontwerper. Dat is een belangrijke premisse. Wat ik aan de vereniging kon toevoegen was mijn vermogen om met het bedrijfsleven te praten. Daarmee kon ik een brugfunctie vervullen. Omdat je als voorzitter altijd kunt leunen op de uitstekende voorbereiding door het bureau, bijvoorbeeld bij een werkbezoek van de secretaris-generaal van Economische Zaken, is het vaak gelukt om snel meters te maken.”


Wat is het beeld dat jij van de ontwerper hebt?

“Ontwerpers zijn een bijzondere soort. Dat ervaar ik iedere dag bij Mijksenaar, maar ook binnen de BNO. In ons bestuur sta ik voor de zakelijke benadering: besluiten nemen, knopen doorhakken... Het was mij duidelijk waar ik wel, en waar ik niet moest gaan zitten. Eén van de dingen die me opvalt, is dat ontwerpers telkens naar een 9,5 streven, ook als de klant al dik tevreden is met een 8. Die ziet het verschil niet dat je als ontwerper met zo’n hogere score denkt te bereiken.”



“Eén van de dingen die me opvalt, is dat ontwerpers telkens naar een 9,5 streven, ook als de klant al dik tevreden is met een 8.” 


Herbert Seevinck


Is het niet lastig om juist dat vakgebied, waarin individuen zichzelf blijkbaar zulke hoge maatstaven opleggen, als collectief in de buitenwereld te representeren?

“Wat mij aantrekt, is de groeiende diversiteit in de ontwerpgemeenschap. Als beroepsvereniging wil je het vakgebied vertegenwoordigen, maar hoe definieer je precies wie daar thuishoren? Vroeger kon een BNO-bestuur worden samengesteld door een lijst met contacten te raadplegen. Kennen we nog een geschikt iemand? Nu moet je je eerst afvragen welke waarden uiteenlopende groepen ontwerpers voor de samenleving hebben. Mijn medebestuurder Sanne Kistemaker vertegenwoordigt bijvoorbeeld het nog betrekkelijk jonge werkgebied van servicedesign. Een abstract onderwerp zoals de inrichting van een nieuwe pensioenwetgeving wordt daar als een ontwerpopgave benaderd. Zo blijft het werkveld zich steeds verbreden en vanzelf groeit de diversiteit binnen de gemeenschap die wij representeren.”

Foto: Herbert Seevinck en Sanne Kistemaker, Jaarvergadering 2026 | Fotografie: Sophie Tijssen

De gemeenschap wordt breder, maar misschien ook jonger en wellicht radicaler?

“De verjonging zet zich door. Bij de recente ledenvergaderingen tref je een toenemend aantal jeugdige ontwerpers, en wat belangrijker is: ook hun betrokkenheid groeit! Afgelopen jaarvergadering maakten we een takeover mee. De duurzaamheidsgroep was ontevreden over de manier waarop het onderwerp binnen het functioneren van de BNO geborgd is. Hun interventie tijdens de vergadering hebben we direct aangegrepen, en nog dezelfde dag is het thema door een aantal gemotiveerde leden opgepakt.”

Foto: Werkgroep Sustainability × Design, Jaarvergadering 2026 | Fotografie: Sophie Tijssen

Storend?

“Integendeel! Misschien is dit de ontwikkeling waar ik juist met de meeste voldoening op terugkijk. De BNO is er altijd vóór de leden geweest, en daarin speelt de vereniging tot de dag van vandaag een onvervangbare rol. Maar voor mij is het nog belangrijker dat de BNO er is door de leden. Hun betrokkenheid moeten we faciliteren en activeren. Als bestuurder probeer je daar zo nauw mogelijk bij aan te sluiten: door zichtbaar en aanspreekbaar te zijn, en door zelf goed te kijken naar wat er in en rond de ontwerpgemeenschap leeft.”



“De BNO is er altijd vóór de leden geweest. Maar voor mij is het nog belangrijker dat de BNO er is door de leden.”


Herbert Seevinck


Op welke manier kon je die input verankeren in het beleid van de BNO?

“Het was noodzakelijk om het gesprek aan te gaan met overheden, bedrijven en partijen in het onderwijs. De informatie die we daar ophaalden hebben we vertaald in een plan. Met de uitkomsten zijn we vervolgens naar de leden gestapt, om te beginnen bij de afdeling Rotterdam waar meteen een uiterst geanimeerd gesprek losbrandde. Zo hebben de leden in de verschillende regio’s het driejarenplan kunnen toetsen en voeden.

Wat mij betreft weerspiegelt dit proces de waarde van samenwerking. De ontwerpwereld bezit dat vermogen, wat nog eens extra zichtbaar wordt nu de beroepsverenigingen BNO, BNA, BNI, BNSP, NVTL en SFA samen in De Baanderij zijn gehuisvest. Zowel de verenigingen als de ontwerpsector als geheel hebben baat bij samenwerking. Daar geloof ik sterk in.”



“Het vak mag best een wat grotere mond hebben. Als econoom durf ik de stelling wel aan dat ontwerpers veel te bescheiden zijn.”


Herbert Seevinck


Lang was het streven naar emancipatie een belangrijk thema bij de vertegenwoordiging van de ontwerpgemeenschap. Helpt samenwerking de acceptatie van ‘het vak’ in de buitenwereld vooruit?

“Het vakgebied is breder geworden, en de maatschappelijke urgentie is enorm toegenomen. In ons eigen bureau werken we veel samen met architecten bij het ontwerp van luchthavens of metrostations. Wij kunnen daar onze kennis over reizigersstromen inzetten om tijdig knelpunten in het architectonisch ontwerp te helpen oplossen, zodat er uiteindelijk minder borden nodig zijn. Die verwevenheid van verschillende ontwerpdisciplines verbetert de ruimtelijke ervaring en de oriëntatie van toekomstige reizigers.

 Foto: Booking[.]com City Campus | Fotografie: Mijksenaar

Het vak mag best een wat grotere mond hebben. Als econoom durf ik de stelling wel aan dat ontwerpers veel te bescheiden zijn. Die les kreeg ik onlangs nog eens. We hadden becijferd dat er jaarlijks 720 miljoen mensen zijn die wij met onze wayfinding-systemen als gebruikers bedienen. Toen ik dat aantal aan een Amerikaanse gesprekspartner noemde, corrigeerde hij me meteen. ‘Waarom zeg je niet gewoon een miljard?’ Daar kunnen we nog iets van leren! We mogen als ontwerpers trots zijn op de groeiende impact van onze inspanningen.”


Zie ik dat zelfbeeld terug in het opereren van de BNO?

“Deels zit het verankerd in de openheid die we zoeken. Onder het motto ‘Ontwerpen van waarde, waarde van ontwerp’ hebben we een heldere strategie gedefinieerd die we de komende jaren nog duidelijker moeten profileren. En tegelijk veranderen de condities waaronder we als beroepsvereniging naar buiten treden. Toen ik in 2018 startte stonden we in een open samenleving waar de toestroom van talent — ook uit het buitenland — werd ondersteund, en diversiteit als een toegevoegde waarde werd gezien. Acht jaar later is die situatie ingrijpend veranderd.”


Waar is er ruimte voor verbetering?

“Ik denk dat we — met het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld — nog meer naar buiten moeten treden, zichtbaarder moeten zijn. Ook internationaal. Niet zozeer als ‘merk’, maar om wat wij de ontwerpwereld feitelijk te bieden hebben. Ontwerpers moeten begrijpen: ‘Ze staan er voor en door ons!’ Kijk je naar de landbouwlobby in Nederland dan draagt die minder bij dan de ontwerpsector, maar de stem wordt veel luider gehoord. Als MKB-buffelaars versterken ontwerpbureaus de banenmotor, maar hun ruimte om te ondernemen blijft door allerlei wetgeving beperkt. Steeds striktere regels rond freelance werk verlammen de ontwikkeling van een professionele praktijk. Zo zijn er talloze onderwerpen waar onze inbreng noodzakelijk is.”


Een ander obstakel ligt bij technologische vernieuwing, zoals AI die wereldwijd creatieve praktijken onder druk zet…

“Toen ik aantrad was digitalisering al een belangrijk thema binnen de BNO, en directeur Diana Janssen heeft de afgelopen jaren zwaar ingezet op het ontwikkelen van nieuwe competenties. Het idee dat je in de huidige situatie nog five years ahead kunt zijn, is niet meer realistisch. Ontwerpers moeten proberen de laatste technologische ontwikkelingen nèt voor te blijven en hun specialistische kennis te gebruiken om die te kunnen benutten. Hopelijk ter geruststelling: het blijft heel moeilijk om creativiteit door middel van AI te reproduceren.

Foto: Overdracht van de voorzittershamer aan Mark van Iterson, Jaarvergadering 2026 | Fotografie: Sophie Tijssen

De wereld is zo sterk in beweging, dat we als beroepsgroep een baken moeten zijn, een plek waar je elkaar vindt, waar voldoende onderling vertrouwen is om ook ongemakkelijke vragen over onze toekomst te durven bespreken. In mijn vorige leven heb ik de financiële kant van het bedrijfsleven leren kennen, en stuitte ik vooral op de hyperindividualisering die daar heerst. De overstap naar de ontwerpwereld bracht me in een omgeving met meer samenhang, meer plezier en meer persoonlijke betrokkenheid. Dagelijks werk ik nu met mensen voor wie één ding voorop staat: hun intrinsieke wil om de wereld beter te maken! Die kern zal ook in de toekomst bepalend zijn voor de kracht, kennis en kunde van het vakgebied en van de BNO.”