Tekst door Viveka van de Vliet
De afgelopen jaren zien we steeds vaker brede samenwerkingen ontstaan tussen ontwerpers, organisaties, overheden en kennisinstellingen. Het idee daarachter: bij complexe maatschappelijke problemen kun je alleen opschalen en echt impact maken als je in consortia of waardeketens samenwerkt en gebruikmaakt van elkaars aanvullende expertises.
In de komende editie van Dd, Dutch designers Yearbook staan deze waardeketens centraal, en worden de oprichters van Humade geïnterviewd over het consortium dat zij samenstelden om uit gebaggerd zeeslib producten te ontwikkelen voor de keramische industrie: Sea Silt Ceramics. In onze online reeks lichten we daarnaast drie andere inspirerende en betekenisvolle initiatieven uit. In deel 2 staat Marte Mei met PFAS/Vlas centraal.
Vlas tegen PFAS
Gemeente Terneuzen, samen met Regio Deal North Sea Port District (NSPD) en Provincie Zeeland, vroeg ontwerpers Leonne Cuppen en Digna Knosse om de culturele broedplaats Nesse in Terneuzen op te zetten. Deze locatie houdt zich bezig met lokale thema’s, zoals ‘forever chemical’ PFAS, dat veel voorkomt in de bodem in het gebied rond de Schelde en dat in ons bloed, drinkwater, eten en onze spullen zit.
Marte Mei werd gevraagd dat te onderzoeken. Haar ontwerppraktijk draait om een bondgenootschap, ‘allyship’, met de natuur. Haar objecten en meubels hebben altijd een directe relatie met de omgeving en de materialen die daarin te vinden zijn en zorgen ook dat mensen een betere relatie met hun lokale omgeving krijgen.
Beeld: still uit documentaire Nesse voor DDW 2025
De ontwerper had eerder met een subsidie van het Stimuleringsfonds onderzoek gedaan naar fytoremediatie, een milieuvriendelijke techniek waarbij planten verontreinigde stoffen uit bodem, water of lucht verwijderen of onschadelijk maken. Daar sloot Nesse precies bij aan. Haar nieuwe project PFAS/Vlas richt zich op het terugdringen van PFAS-vervuiling, loopt van maart 2025 tot maart 2026 bij deze culturele broedplaats in Zeeland en wordt opnieuw ondersteund door het Stimuleringsfonds.
Beeld: still uit documentaire Nesse voor DDW 2025
PFAS-vrije hennepstam
Marte Mei startte met de vraag: kunnen we met fytoremediatie hennep geschikt maken en veilig toepassen in de keten van regeneratief landschapsbeheer? Hennep neemt PFAS op via de wortels en slaat het op in de bladeren en bloemen. Na de oogst worden die delen verbrand en dat is zonde. “Wij kijken of we alles kunnen gebruiken, zodat niets hoeft te worden verbrand. En we ontdekten dat de stamdelen nagenoeg geen PFAS bevatten”, zegt de ontwerper.
Fotografie: Marte Mei
Voor het onderzoek zette ze eigenhandig een netwerk van partners op: ze werkt nauw samen met dr. Sofie Thijs van de Universiteit van Hasselt met wie ze onderzoek doet naar fytoremediatie en met onderzoeker Ingmar Nopens van het Vlaamse bedrijf C-biotech, dat de planten en de oogst verwerkt. Op hun testlocaties groeit hennep met een zelf ontwikkeld recept voor mineralen en enzymen als bodemverbeteraars. Hierdoor worden de PFAS-waarden met maar liefst 69% verlaagd. Samen ontwikkelen ze biobased materialen waarbij de oogst wordt gebruikt voor biocomposieten en biohars, gekleurd met het natuurlijke pigment van de plant meekrap, voor latere toepassingen in meubelontwerpen.
Samen de code kraken
“Ik ben de regisseur die een soort olietank op gang moet brengen en probeert een heel web van partijen met elkaar in gesprek te krijgen. Dat is zwaar, want zij spraken elkaar voordien niet. Maar iedereen wil meewerken, omdat ze de potentie zien en geloven in een oplossing en opschaling”, zegt ze. “Samen gaan we de code kraken.”
Haar plan is om als een tastbaar onderdeel van de regeneratieve processen een modulair ontwerp te maken waarmee je multi-inzetbare meubelstukken kunt bouwen. “De grootste opgave van dit project is weten of de materialen veilig zijn. Daarom worden de materiaalsamples heel uitvoerig getest door UHasselt en Eurofins, voordat we de meubels kunnen gaan produceren”, zegt de ontwerper.
“Ik was bang dat er weinig animo zou zijn, omdat PFAS als gevaarlijk wordt ervaren, maar mensen hebben veel behoefte aan een positieve oplossing.”
—
Marte Mei
Intussen werkt ze samen met een producent aan een documentaire waarin het hele proces wordt vastgelegd. In mei 2026 wordt alles getoond tijdens een solo-expositie bij galerie St. Vincents in Antwerpen, waarna het de bedoeling is dat de expositie gaat reizen en de documentaire wordt ingezonden bij filmfestivals. Uiteraard wordt het project met een programma eromheen gepresenteerd bij Nesse in Terneuzen. Marte Mei heeft op deze locatie een permanente plantentuin opgezet. Hier worden wede, wouw, kamille en meekrap verbouwd, waarvan de laatste verfplant hier in de 14e eeuw al als verfstof werd gebruikt, maar is verdwenen vanwege de intrede van synthetische verfstoffen.
Beeld: still uit documentaire Nesse voor DDW 2025
“Zo leg ik een verbinding met zowel de lokale historie als de bewoners in Zeeland”, zegt ze. “Zij kunnen workshops met verfplanten volgen en ik kan tegelijkertijd gesprekken voeren over hoe zij zich verhouden tot de PFAS-problematiek. Ik was bang dat er weinig animo zou zijn, omdat PFAS als gevaarlijk wordt ervaren, maar zowel de opkomst als de betrokkenheid zijn hoog: mensen hebben veel behoefte aan een handelingsperspectief en een positieve oplossing.”
Over Dd Yearbook ’25–’26
Onze jaarlijkse publicatie Dd, Dutch designers Yearbook, vormgegeven door studio de Ronners en uitgegeven in samenwerking met nai010 uitgevers, biedt een rijk en actueel overzicht van wat er speelt in de ontwerpwereld. Onder het jaarthema ‘Undercurrents’ belicht deze editie de hoopvolle tegenbewegingen in een tijd van crisis en verandering. Een stevige hardcover boordevol werk, trends en verhalen: een must-read voor iedereen die het vak op de voet volgt.
De feestelijke lancering vindt plaats op 22 januari 2026 in het Werkwarenhuis, waar ontwerpers, studenten, opdrachtgevers en pers samenkomen. Daarna ligt het Dd Yearbook in de boekhandel én wordt het verspreid onder onze leden.